Opinie

Opinie: ‘Makers en ambachtslieden maken Amsterdam – gun ze dan ook een plek om te werken’

Ambachtslieden en creatieve ondernemers maken Amsterdam, vinden Thieu Custers en Anna Trap, onderzoekers bij Waag Futurelab. Vaak kunnen makers zich niet meer vestigen in de stad. De oproep is dus: geef ze een permanente werkplek.

Thieu Custers en Anna Trap
null Beeld Getty Images/EyeEm
Beeld Getty Images/EyeEm

Van grote industrieën tot kleine werkplaatsen: makers hebben Amsterdam mede gemaakt tot wat het is. Verspreid door de stad vind je individuele makers en collectieven, ambachtslieden en creatieve ondernemers. Maar hun toekomst in de stad staat zwaar onder druk, mede door krapte op de woningmarkt en gentrificatie. Hoog tijd om actief beleid te gaan voeren om niet te verworden tot een spookstad voor kantoorpersoneel en toeristen.

Gebaseerd op het regeneratieve ‘donutmodel’ van Britse econoom Kate Raworth, heeft Amsterdam een aantal prijswaardige duurzaamheidsdoelstellingen geformuleerd. Het streven is om in 2030 het gebruik van nieuwe grondstoffen te halveren, en om in 2050 een volledige circulaire metropool te zijn. Dat houdt in dat we zelf onze materialen kunnen produceren, repareren en weer tot nieuwe materie en producten kunnen verwerken.

Juist lokale makers kunnen dit. Ze repareren fietsen, verduurzamen huizen en gaan onnodige verspilling tegen. Ze houden zich bezig met circulaire, duurzame productie, nieuwe energieoplossingen, digitale fabricage en duurzame materialen van de toekomst. Maar door alsmaar stijgende vierkantemeterprijzen en tijdelijke huurcontracten is het voor veel makers niet langer haalbaar om in de stad te blijven. Het gat tussen wat een maker kan betalen voor een werkplaats en de hoogte van de vierkantemeterprijs wordt simpelweg te groot.

Makers leveren hun werkplaatsen in voor de bouw van torenhoge flats vol luxe appartementen. Zonder verschillende soorten bedrijvigheid riskeert Amsterdam een eenheidsworst te worden. Als Amsterdam woord bij daad wil voegen moet er dringend aandacht worden besteed aan de groep makers en inwoners met praktische beroepen die op deze manier geen plek meer kunnen vinden in de stad.

Makers maken de stad

Diversiteit in gebruik draagt bij aan een levendige en duurzame stad. Een voorbeeld van gemeentelijk beleid voor het behoud van makers is te vinden in De Pijp. Sinds 2018 wordt daar regelgeving gehanteerd om de ambachten in de wijk te behouden. Als een maker vertrekt, moet op dezelfde plek een ambachtelijk bedrijf in de plaats komen. Makers worden op deze manier erkend als belangrijk onderdeel van de wijk en sfeer. Nadeel is wel dat zo de verantwoordelijkheid bij de verhuurder wordt gelegd en niet bij de gemeente.

Alle mooie intenties ten spijt zien Amsterdammers in de hele stad lokale makers verdwijnen uit het straatbeeld. Zorgelijk is dat alleen woontorens, ketens en kantoren lijken over te blijven, waar juist de charme en aantrekkingskracht van Amsterdam zijn gebouwd op bedrijvigheid en ambacht.

Voor toekomstige makers is het noodzakelijk om voorbeelden in de buurt te zien. Als het loont om een bedrijfje te starten in de stad dat iets maakt of repareert, zullen jongeren dit voorbeeld volgen. Maar veel oudere vakmensen gaan de komende jaren met pensioen en er stromen momenteel maar weinig jongeren in.

Nu is het moment om praktisch geschoolde jongeren toekomstperspectief te bieden. Niet alleen met baanzekerheid, maar ook met een waardige plek in de stad waar ze hun wortels hebben. Daarbij gaat het niet om het behouden van grote industrie. Wat nodig is, is permanente ruimte voor kleinschalige maakplekken, ambachtslieden, vakscholen en creatieve bedrijven om te werken aan lokale vraagstukken, kennis en creativiteit.

Levendigheid Amsterdam op het spel

Kansenongelijkheid in het mbo-onderwijs vormde een belangrijk thema in 2022. Minister van Onderwijs Robert Dijkgraaf hekelde recent de prestatiedruk in het onderwijs. Het streven om iedereen zo hoog mogelijk op te leiden is wat Dijkgraaf betreft een onhoudbare situatie: “Voor de energietransitie zijn vooral veel goede vakmensen nodig en daar hoort een herwaardering van het mbo bij.”

De stijgende meterprijzen is een realiteit die vraagt om sturing op betaalbare werkruimte met aangepaste grondprijzen. Bescherm en behoud de al bestaande bedrijfsruimte. En zorg daarnaast voor financiële ondersteuning om plekken te starten. Maar ga vooral met makers in gesprek en verwerk dit ook daadwerkelijk in het beleid.

Zorg dat makers zich permanent kunnen vestigen. Alleen als de maakindustrie zekerheid heeft om zich te vestigen, kan deze serieus investeren in duurzaamheid en een circulair systeem worden gemaakt. Gezien de gelijktijdige woonopgave moet de gemeente investeren in gemengde wijken waar wonen en maken samengaat. Door de leegloop aan lokale makers staat de levendigheid van Amsterdam op het spel. We moeten nu als stad investeren in huidige en toekomstige makers. Zij zijn de sleutel tot een toekomst die écht circulair en divers is.

Deze oproep is ondersteund door: Huib Koel (medeoprichter Stichting Made Up North), Stephan Welie (locatiedirecteur Hout- en Meubileringscollege Amsterdam), Egbert Fransen (directeur-bestuurder Pakhuis de Zwijger).

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden