Opinie: ‘Maak gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor asielopvang naar rato van inwoneraantal’

De noodopvang van asielzoekers op cruiseschip MS Galaxy is tekenend voor het gefaalde beleid, stelt Leo Lucassen. ‘Er is nog steeds geen goed verdelingssysteem dat uitgaat van onderlinge solidariteit, niet in Europa, noch in Nederland.’

Leo Lucassen
De eerste asielzoekers komen aan bij het cruiseschip MS Galaxy in het Westelijk Havengebied. Uiteindelijk krijgen er rond de duizend asielzoekers onderdak op het schip.  Beeld RAMON VAN FLYMEN/ANP
De eerste asielzoekers komen aan bij het cruiseschip MS Galaxy in het Westelijk Havengebied. Uiteindelijk krijgen er rond de duizend asielzoekers onderdak op het schip.Beeld RAMON VAN FLYMEN/ANP

Deze week kwamen de eerste asielzoekers aan bij een cruiseveerboot in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Dat is een sympathieke geste van de gemeente, maar deze noodsprong had niet nodig hoeven te zijn en tekent het volstrekte falen van het Nederlandse opvangbeleid.

Zo is sinds 2016 uit angst voor ‘aanzuigende werking’ het aantal reguliere opvangplaatsen veel te drastisch teruggebracht. Dat premier Mark Rutte op 13 mei dit jaar zei zich ‘diep te schamen’ voor de toestanden in Ter Apel is dan ook weinig geloofwaardig. Zeker omdat hij vervolgens de woningcrisis de schuld gaf. Alsof die niet evenzeer een gevolg van falend beleid van de door hem geleid kabinetten is.

Bovendien heeft die schaamte niet geleid tot een betere opvang. Vorige week nog overnachtten honderden asielzoekers buiten de poorten van Ter Apel in de stromende regen. Zonder enige bescherming, want door hulpverleners verstrekte tentjes worden wegens ‘gevaar voor openbare orde en veiligheid’ door de politie in beslag genomen.

Gebrek aan solidariteit

Deze, zacht gezegd, weinig gastvrije houding staat niet op zichzelf en kenmerkt ook het gebrek aan onderlinge solidariteit binnen de Europese Unie. Met als gevolg dat tienduizenden asielzoekers vastzitten in mensonwaardige opvangkampen in landen als Griekenland, Italië en op de Balkan en er jaarlijks duizenden asielzoekers naar andere lidstaten worden teruggestuurd.

Een belangrijke rol daarbij speelt de Dublinverordening uit 2003 (aangepast in 2013) die bepaalt dat asielzoekers maar in één lidstaat een asielverzoek mogen indienen en dat ze naar dat land kunnen worden teruggestuurd als ze het elders nog een keer proberen. Verder stelt de verordening dat in principe het land waar een asielzoeker de Europese Unie ‘illegaal’ binnenkomt, verantwoordelijk is.

Een uitzondering wordt gemaakt voor asielzoekers wier familieleden al elders in Europa verblijven en in veel gevallen ook voor minderjarigen. En tot slot vervalt na een jaar het recht om mensen terug te sturen als de overheid vermoedt dat de mensenrechten in die andere lidstaat niet worden nageleefd. In de praktijk reizen veel asielzoekers door en als ze zich voor het eerst in Nederland aanmelden, worden ze hier tot de asielprocedure toegelaten.

Lastiger ligt het voor degenen die zich in Zuid- of Oost-Europa hebben geregistreerd, al was het alleen maar om bij aankomst recht te hebben op eten en onderdak. Daarvoor moeten ze een vingerafdruk achterlaten die vervolgens in het gezamenlijke Eurodac-systeem terechtkomt. En op grond daarvan kunnen andere lidstaten mensen terugsturen naar landen aan de buitengrenzen van de Unie, zoals Griekenland, Italië, Spanje of Hongarije.

‘Gewoon pech’

Het zijn dan ook de zuidelijke grenslanden die verreweg de zwaarste last te dragen hebben, niet alleen qua aantallen, maar ook waar het hun draagkracht betreft. Ondanks allerlei pogingen is er nog steeds geen goed verdelingssysteem dat uitgaat van onderlinge solidariteit. En de meeste noordelijke landen vinden dit wel best. Zo antwoordde premier Mark Rutte op 28 februari 2011 in de talkshow Pauw en Witteman op de vraag of het niet oneerlijk was dat landen als Italië verantwoordelijk zijn voor de opvang van vluchtelingen doodleuk: “Tja, dat is dan gewoon pech voor hen. Landen hebben voor- en nadelen van hun ligging.”

Hoewel de soep in de praktijk niet zo heet wordt gegeten (sinds 2015 stuurde Nederland gemiddeld zo’n tweeduizend asielzoekers per jaar terug naar een andere lidstaat), tekent dit het gebrek aan onderlinge solidariteit, die toch de kern van de Europese samenwerking zou moeten vormen.

En intussen heeft de verantwoordelijke staatssecretaris Eric van der Burg (voormalig wethouder in Amsterdam) er een dagtaak aan om gemeenten zover te krijgen om opvangplekken te creëren, met noodsprongen zoals het cruiseschip in Velsen-Noord waar maximaal 1200 asielzoekers (overigens weinig luxueus) gehuisvest kunnen worden en sinds deze week de boot in Amsterdam.

Wettelijk verantwoordelijk

Dat gebrek aan solidariteit zien we ook binnen Nederland. Bijna tweehonderd gemeenten hebben de afgelopen tien jaar nooit een asielzoekerscentrum binnen hun grenzen gehad. Vooral gemeentes in Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Brabant laten het afweten, terwijl Groningen al jaren onevenredig veel asielzoekers opvangt.

Het is dan ook de hoogste tijd om gemeenten wettelijk verantwoordelijk te maken naar rato van inwoneraantal, zoals in juni geadviseerd door de Adviescommissie Vreemdelingenzaken.

Als iedere gemeente dertig plekken per tienduizend inwoners verzorgt, dan hebben we er in één klap zo’n vijftigduizend plaatsen bij. Want als we ons echt schamen, dan is solidariteit de spreekwoordelijke boter bij de vis.

Leo Lucassen is directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Beeld
Leo Lucassen is directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden