Opinie

Opinie: ‘Maak de natuur uitgangspunt voor de inrichting van ons land’

Nederland gaat de komende jaren flink op de schop, voor woningbouw, de energietransitie en de landbouw. Die ruimtelijke plannen vormen een bedreiging voor de natuur. Maar dat hoeft niet, stelt Kees de Pater.

Kees de Pater
Ecologen bestuderen in juni 2019 de natuur in Amsterdam-Noord, waar de komende jaren veel gebouwd wordt. Beeld Jean-Pierre Jans
Ecologen bestuderen in juni 2019 de natuur in Amsterdam-Noord, waar de komende jaren veel gebouwd wordt.Beeld Jean-Pierre Jans

Het grote aantal ruimtelijke ingrepen die ons land staan te wachten zijn noodzakelijk om een serie grote maatschappelijke problemen op te lossen, zoals de woningnood en de klimaatcrisis. Dat dit het aangezicht van ons land flink gaat veranderen behoeft geen betoog. Maar in het geweld van de grote claims op de beperkte ruimte dreigen wilde dieren en planten – de natuur dus – opnieuw het kind van de rekening te worden. En daarbij gaat het vooral om hele gewone soorten planten en dieren, zowel in de stad als op het boerenland. Het zijn juist die tot voor kort gewone soorten als de huismus en kievit waar het in heel Europa slecht mee gaat.

In de vele ruimtelijke plannen die het hoofd moeten bieden aan de genoemde problemen komt natuur nauwelijks aan bod. Dat is raar, zeker als je bedenkt dat Nederland tot de hekkensluiters van Europa behoort waar het gaat om behoud en herstel van biodiversiteit – na Malta en Luxemburg. Ook raar als je bedenkt dat natuur kan rekenen op een breed draagvlak onder de bevolking en bijdraagt aan de volksgezondheid.

Kansen voor de natuur

Nederland op de schop geeft bedreigingen, maar biedt ook kansen voor de natuur. Dan moet in alle ruimtelijke ontwikkelingen natuur wel heel nadrukkelijk een plek krijgen. Geen nieuwe ontwikkeling zonder een ‘plus’ voor de natuur. Dan kunnen we voorkomen dat gewone soorten als de scholekster, veldleeuwerik of wilde bijen verdwijnen. Om dat te bereiken is het concept Basiskwaliteit Natuur ontwikkeld. Dat concept is inmiddels omarmd door de Tweede Kamer en minister Carola Schouten van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit, maar nog niet doorgedrongen tot de ruimtelijke plannen.

Leidend bij Basiskwaliteit Natuur is de vraag: hoe zorg ik ervoor dat planten en dieren die horen bij een bepaalde streek of passen in een woonbuurt daar ook kunnen gedijen? Daarbij kijk je in de eerste plaats naar de milieucondities. Is het grondwaterpeil op orde? Is de bodem gezond? Vervolgens naar de inrichting: zijn er bij de streek passende bomen en struiken, bloemrijke bermen, is er nestgelegenheid in de huizen of groen op de daken? Tot slot kijk je naar het beheer, zoals naar het maaibeheer van bermen, het onderhoud van oevers of het gebruik van pesticiden. Door Basiskwaliteit te integreren in alle ruimtelijke ontwikkelingen kan Nederland van beschamende achterblijver trendsetter in Europa worden.

Sloten, houtwallen en kruidenrijke veldjes

Nergens is het met de vogelstand in Europa zo hard achteruitgegaan als in het boerenland. Door decennia intensieve landbouw is er steeds minder plek voor bloemen, insecten en vogels. Vrijwel iedereen ziet inmiddels in dat de omschakeling van de huidige landbouw naar een duurzamer landbouw er moet komen. Die verandering mag zich niet beperken tot technologische snufjes of aanscherping van milieunormen. Ook in de landbouwtransitie zal letterlijk meer ruimte gemaakt moeten worden voor natuurherstel. Ruimte voor sloten, houtwallen en kruidenrijke veldjes.

Grote transities vragen om een integrale benadering. Die begint bij onze rijksoverheid. De integratie van natuur in onze ruimtelijke ontwikkeling, van windmolenpark tot industrieterrein en van boerenbedrijf tot woonwijk, zal ons land verrijken en een voorbeeld vormen binnen de EU. Niet alleen voor de soorten planten en dieren die we er mee redden, maar ook voor onszelf – denk aan gezondheid, welzijn en economische basis. De coronacrisis heeft het besef doen groeien dat die zingende vogel, die bloem in de berm of die rennende haas voor ons, mensen, betekenis vol zijn. Gebruik die les.

Kees de Pater werkt sinds 2002 bij Vogelbescherming Nederland, waar hij zich onder andere bezighoudt met projecten gericht op de bescherming van vogels buiten de formele natuurgebieden. Hij woont in Amsterdam.
 Beeld
Kees de Pater werkt sinds 2002 bij Vogelbescherming Nederland, waar hij zich onder andere bezighoudt met projecten gericht op de bescherming van vogels buiten de formele natuurgebieden. Hij woont in Amsterdam.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden