Opinie

Opinie: ‘Maak barmhartige euthanasie in plaats van palliatieve sedatie makkelijker, ook zonder euthanasieverklaring’

Artsenfederatie KNMG wil mogelijk haar richtlijn over palliatieve sedatie aanpassen om de mogelijkheden daartoe te verruimen. Is dat wel wenselijk, vraagt Wim van Dijk zich af. Is het in sommige gevallen niet beter over te gaan tot euthanasie, ook als de patiënt nog geen euthanasieverklaring heeft?

Het Parool
Tijdens palliatieve sedatie, die enkele dagen tot veertien dagen duurt, verwerkt de patiënt externe en interne prikkels, maar kan daarop nauwelijks reageren. Beeld Getty Images
Tijdens palliatieve sedatie, die enkele dagen tot veertien dagen duurt, verwerkt de patiënt externe en interne prikkels, maar kan daarop nauwelijks reageren.Beeld Getty Images

De KNMG staat palliatieve sedatie toe als het verwachte stervensproces korter zal duren dan veertien dagen en ze wil dat misschien gaan toestaan bij een levensverwachting langer dan veertien dagen. Zou palliatieve sedatie nodig zijn, dan is het barmhartig als de betrokkene of diens wettelijk vertegenwoordiger mag kiezen tussen palliatieve sedatie en onmiddellijke euthanasie, ook zonder euthanasieverklaring.

Palliatieve zorg is vaak prima. Palliatieve sedatie om de patiënt in een toestand van verminderd bewustzijn te brengen om zonder eten en drinken te versterven, vind ik volstrekt zinloos. De patiënt verwerkt externe en interne prikkels, zoals pijnprikkels, maar kan daarop nauwelijks reageren.

Deze lijdensweg van meestal enkele tot veertien dagen lijkt genadevol, maar ze is wreed. Voor de naasten, het verplegend personeel dat om de patiënt is gaan geven, en de arts, is het traumatisch. Waarom gebeurt dat? Iedereen weet dat de patiënt lijdt en sterft, dus waarom geen dadelijke euthanasie, ook zonder euthanasieverklaring?

De euthanasiewetgeving verhindert dit barmhartige sterven.

Willekeur

Artsen moeten wettelijk verplicht de zorgvuldigheidseisen ‘ondraaglijk en/of uitzichtloos lijden’ en/of ‘een andere redelijke oplossing is mogelijk’ vaststellen. Zo niet, dan weigeren ze levenseindehulp. De wetgeving is deels immoreel omdat ze artsen deze beoordeling opdraagt. Dat kunnen ze immers niet. Slechts de betrokkenen zèlf kunnen bepalen wat voor hen ondraaglijk, uitzichtloos en redelijk inhoudt, en dat hebben ze eventueel eerder wilsbekwaam vastgelegd in hun euthanasieverklaring.

Objectieve criteria zijn voor deze zorgvuldigheidseisen niet te bepalen. Dat zou dan allang zijn gebeurd, en er zouden geen discussies meer zijn of ervaringen van willekeur. Niet dat de individuele arts willekeurig handelt: een ieder handelt integer binnen de eigen kennis, ervaringen en overtuigingen. Problematisch is dat verschillende artsen verschillend kunnen beslissen over dezelfde casus. Dit ervaart men als willekeur.

Het toepassen van palliatieve sedatie, waarin per definitie sprake is van ‘ondraaglijk èn uitzichtloos lijden’ èn ‘geen andere redelijke oplossing is mogelijk’, is irrationeel. Dat de patiënt niet meer kan aangeven vrijwillig en weloverwogen te willen sterven, mag barmhartige euthanasie niet verhinderen. Wordt dadelijk euthanasie toegepast, dan ervaren patiënten, hun naasten, hulpverleners en artsen niet het traumatische versterven, waarin de patiënt vaak in een skelet verandert.

Toegenomen wens zelfbeschikking

In 2040 zijn er minimaal 1.300.000 ‘euthanasiepatiënten’ (13,7 procent van de volwassenen), onder wie mensen met alzheimer (500.000 sterfgevallen per jaar), parkinson (91.000), hart- en vaatziekten (670.000), kanker (45.000) en andere uitzichtloze aandoeningen met een ongewenste lijdensweg.

De benodigde zorgvraag zal geleidelijk sterk stijgen. Intussen wenst 83 procent van de burgers een levenseinde in eigen regie. Vooral door de toegenomen wens van zelfbeschikking en door de verschuiving van de algemene beschermwaardigheid van het leven naar de evalueerbare individuele levenskwaliteit met mogelijk een individuele doodswens.

Toch blijft in Nederland het waardig mogen sterven in eigen regie een probleem. Bij het Expertisecentrum Euthanasie kan het tot twee jaar duren voordat een beslissing is genomen over wel of geen euthanasie. Volgens de officiële cijfers werd in 2019 circa 7000 keer euthanasie verleend en circa 1000 keer geweigerd. Er vond 34.000 keer palliatieve sedatie plaats. De vraag is of deze aantallen geen onderschattingen zijn en of palliatieve sedatie (‘natuurlijke dood’) niet wordt gebruikt ter vervanging van euthanasie (verplichte melding volgens de euthanasiewetgeving).

Verandering euthanasiewetgeving

Ik bepleit een euthanasiewetgeving zonder de subjectieve zorgvuldigheidseisen ‘ondraaglijk/uitzichtloos lijden’ en ‘een redelijke andere oplossing is mogelijk’. Levenseindehulp is er voor een ieder die vrijwillig en weloverwogen levenseindehulp wenst en dat tijdig wilsbekwaam en daarbij goed geïnformeerd over de eigen situatie heeft vastgelegd in een euthanasieverklaring (schriftelijk en/of video).

De wilsbekwaam afgelegde euthanasieverklaring blijft onverkort geldig bij het ontstaan van wilsonbekwaamheid. Een ieder voor wie de arts zou besluiten tot palliatieve sedatie, kan euthanasie krijgen. De levenseindebegeleider (nu de arts) verkrijgt vlak voor het sterven een levenseindemiddel. Het wordt meteen zorgvuldig gebruikt. Bij twijfel wordt een second opinion van een tweede levenseindebegeleider gevraagd.

W.F.M. van Dijk, psycholoog

Psycholoog W.F.M. van Dijk. Beeld
Psycholoog W.F.M. van Dijk.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden