Opinie

Opinie: ‘Maak Amsterdam aangenamer en geef fietsers en voetgangers meer ruimte’

Het Leidseplein: fietsers en voetgangers krijgen daar nu alle ruimte. Beeld Birgit Bijl
Het Leidseplein: fietsers en voetgangers krijgen daar nu alle ruimte.Beeld Birgit Bijl

De toegenomen drukte in de stad maakt Amsterdam onveilig, onrustig en onprettig. Hoog tijd om anders te gaan kijken naar ruimte en mobiliteit, aldus verkeerswethouder Egbert de Vries.

Er zijn meer mensen en er is meer mobiliteit dan ooit in onze stad. Door de toegenomen drukte is het op veel plekken onveilig, ­hectisch en niet prettig om te zijn. Dat kan anders. Alle verkeersdeelnemers, ook de kwetsbare groepen, moeten zich op straat prettig voelen en veilig door de stad kunnen bewegen.

In de onbezorgde stad die ik voor me zie, staan de bewoner en de bezoeker centraal. Doorstroming en bereikbaarheid zijn er niet meer de enige norm, de nadruk ligt op leefbaarheid en veiligheid.

Bij mijn aantreden als wethouder in januari van dit jaar omschreef ik mijn verkeersportefeuille als een sociale portefeuille. Nu de stad drukker is dan ooit, vragen we ons af hoe we de stad voor iedereen leefbaar kunnen houden, en hoe we de ruimte eerlijk tussen alle gebruikers van de stad kunnen verdelen – een sociaal vraagstuk bij uitstek.

Vrij spel

In de onbezorgde stad die ik voor me zie, is de sfeer ontspannen. Voor mensen die de straat opgaan voor ontmoetingen en ontspanning, maar ook voor wie van huis naar werk moet, of even een boodschap moet doen. In die stad hoef je niet steeds over je schouder te kijken voor naderend gevaar, maar ligt de nadruk op verblijven en ontmoeten. De buurt is een fijne plek om te zijn.

De auto eist niet de hoofdrol op, maar is één van de verkeersdeelnemers, naast voetgangers, fietsers, bussen en trams. Mensen gaan graag het huis uit, durven overal te lopen en te fietsen. En kinderen kunnen gewoon op straat ­spelen.

Dát is de stad waarin ik wil leven, en ik weet zeker dat ik niet de enige ben.

Heel lang lag de nadruk van het beleid op doorstroming en bereikbaarheid. De stad werd ingericht op de auto, die vrij spel kreeg. Tot 1997 op de kortste snelweg van Nederland over het Museumplein, maar ook op de Wibautstraat, de Stadhouderskade, de Lelylaan en de Bijlmerdreef.

Gelukkig is er onder mijn voorgangers al veel gebeurd. In de periode 1995 tot 2010 nam het aantal verkeerslachtoffers af. Maar die trend is inmiddels tot stilstand gekomen. In 2020 was het beeld vrijwel gelijk aan dat van 2010. Bij ongevallen in de stad vielen nog ruim 800 ernstig gewonden en 13 dodelijke slachtoffers. Dat zijn er echt te veel.

Uit onderzoek van AT5 bleek vorig jaar daarnaast dat veel verkeersdeelnemers, en vooral kinderen zich onveilig voelen in het Amsterdamse verkeer.

Auto te gast

Als we echt de volgende stap willen zetten naar een eerlijke en veilige verdeling van de schaarse ruimte in de stad over alle Amsterdammers, moeten we op een andere manier ­kijken naar ruimte en naar mobiliteit.

Dat betekent niet dat ik het streven naar een bereikbare stad wil loslaten. Voor een deel is bereikbaarheid te realiseren met snel, veilig en laagdrempelig openbaar vervoer, maar de auto blijft ook welkom. Autoluw is niet autovrij. Want laten we niet vergeten dat nog veel mensen er afhankelijk van zijn. Denk aan de logistiek, maar ook aan mensen met een fysieke beperking. Als mensen niet kunnen komen waar ze willen, is er sprake van verkeers­armoede, en dat moeten we voorkomen.

Het betekent wel dat andere prioriteiten nodig zijn: een nieuw evenwicht. De stad wordt dan veiliger, schoner, groener, het straatbeeld rustiger, de sfeer aangenamer. Daar zijn al mooie voorbeelden van.

Neem de binnenring, die loopt van de Czaar Peterstraat via de Sarphatistraat en de Weteringschans naar de Marnixstraat. Dit is een fietscorridor geworden, waar de auto te gast is. Het Muntplein is geweldig opgeknapt, de ­Bijlmerdreef is verlaagd, de Burgemeester Röellstraat wordt omgebouwd van drukke verkeersweg naar groene stadslaan, en zo kan ik doorgaan.

Nul verkeersdoden

Wat deze voorbeelden gemeen hebben, is dat ze meer ruimte geven aan fietsers en voetgangers. We ondersteunen dat met maatregelen die het verkeer veiliger maken.

Zo rijdt de snorfiets nu op de rijbaan, zodat fietsers en voetgangers zich relaxter kunnen verplaatsen. En we brengen de maximum­snelheid terug van 50 naar 30 kilometer per uur. Zeker op plekken waar mensen veel op straat komen en de auto zich aanpast aan het stedelijk leven. Echt opschieten in de stad is uiteindelijk toch een illusie. En 30 kilometer per uur is stiller, rustiger en veiliger. De maat­regel leidt tot 20 à 30 procent minder ernstige ongevallen.

Voor deze maatregelen is breed draagvlak in de stad, zo blijkt uit onderzoek van AT5 en uit de gesprekken die we er zelf over voeren met belanghebbenden. Veel mensen zitten te wachten op een onbezorgde stad.

Die wens zie je niet alleen in Amsterdam. Ook andere steden werken hard aan een stad met meer leefbaarheid en veiligheid. En met resultaat. Voor het eerst vielen in 2019 in Oslo en Helsinki geen doden in het verkeer als gevolg van aanrijdingen met een auto. Van dat soort inspirerende voorbeelden kunnen we leren.

We staan op een tweesprong. Willen we meer van hetzelfde: meer hectiek, meer ongevallen, meer stress? Of willen we een onbezorgde stad? Ik weet het antwoord wel.

Egbert de Vries is wethouder Verkeer en Vervoer in Amsterdam. Op 22 september sprak hij in het Stadsarchief de Van der Vlislezing uit. Dit opinieartikel is een bewerking daarvan. De volledige tekst kunt u vinden op https://michaelvandervlis.nl/.

Verkeerswethouder Egbert de Vries. Beeld Foto: Olivier Middendorp
Verkeerswethouder Egbert de Vries.Beeld Foto: Olivier Middendorp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden