Opinie

Opinie: ‘Laten we wat beter op ons taalgebruik letten’

Floor van Liemt gaf een aantal interviews en zag zichzelf vaak op zeer wonderlijke wijze geciteerd. Laten we wat zorgvuldiger zijn met taal, stelt ze voor.

null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Een paar weken geleden is het fotoboek van mijn stichting gelanceerd, waarin de verhalen van elf jongvolwassenen met kanker vertaald zijn in 66 beelden. Tot mijn grote vreugde was er veel aandacht van de pers voor ons boek.

Naar aanleiding van het boek heb ik een aantal interviews gegeven. Ik had al een beetje ervaring met publiciteit, want in 2018 had ik een boek geschreven over mijn leven nadat ik de diagnose uitgezaaide longkanker had gekregen. Ik was toen twintig. Uit enthousiasme en – als ik eerlijk ben – een zekere dosis ijdelheid zei ik toen direct ja op elk interviewverzoek. Het gevolg was dat ik een paar weken later vaak met spijt mijn eigen quotes in koeienletters naast mijn foto zag staan. Wat ik gezegd had was soms uit de context gehaald of er ontbrak juist informatie.

Mijn ziekte was – en is – zo’n kwetsbaar onderwerp dat ik mij dit erg aantrok. Deze keer zorgde ik er dus voor dat ik alle teksten voorafgaand aan publicatie te zien zou krijgen. Ik had nu immers niet alleen mezelf, maar ook de andere deelnemers en de belangen van de stichting te bewaken.

Met grote verbazing heb ik vervolgens de teksten gelezen die mijn mailbox binnenkwamen. En dan heb ik het niet alleen over de onzorgvuldige inhoud, maar vooral ook over het slechte taalgebruik.

Ik noem enkele voorbeelden. Een journalist had mij gevraagd om een uitleg van de titel van het boek, De Gemene Deler. We hadden er aan de telefoon zeker vijf minuten over gesproken. Vervolgens stond het boek overal in het interview genoemd als ‘De Geheime Deler’. In een ander stuk las ik dat in de spreekkamer dingen niet ‘ter’ maar ‘ten sprake’ zouden zijn gekomen, hoe ik me zou inzetten voor ‘de mentale welzijn’ van jongvolwassenen (alle jongvolwassenen?). De zin: ‘Floor zet zich in voor jongvolwassenen die net als haar kanker hebben’ stond er met volstrekte zelfovertuiging en noncha­lance.

Kromme tenen

Volgens een andere interviewer was mijn diag­nose ‘niet uitgekomen’, alsof iemand vurig ­­had gewenst dat ik de diagnose longkanker zou ­krijgen, maar dat dit helaas niet was gebeurd. De journalist in kwestie bedoelde natuurlijk ‘prognose’. Met kromme tenen herschreef ik het stuk, stuurde het terug, en liet het daarbij. Taal is immers slechts een communicatiemiddel. Als de bedoeling van de auteur maar dui­delijk is, wat maakt een foutje hier of daar dan uit?

Het maken van taalfouten is van alle tijden, maar de afgelopen jaren zijn we volgens mij almaar onzorgvuldiger geworden. De verklaringen liggen voor de hand: jongeren lezen vluchtiger of zelfs helemaal niet. We gebruiken sms-taal of spraakberichten in plaats van dat we de tijd nemen om onze geschreven berichten goed te formuleren. Het is niet voor niets dat er vaak discussies ontstaan tussen mensen via Whats­app. Gelukkig hebben we nog emoji’s achter de hand om onze bedoelingen te verduidelijken.

Ik wil heus niet mierenneukerig doen over een d of een t meer of minder, zelf maak ik bij tijd ­en wijle de domste fouten. Maar waar ik wel moeite mee heb, is dat zelfs journalisten niet meer kritisch lijken te zijn. Slecht taalgebruik wordt mijns inziens echt problematisch als een fout dusdanig groot is dat hij de inhoud van de tekst verandert. Ik citeer uit een van de toegestuurde interviews: ‘Floor van Liemt: Omdat ­ik niet weet hoeveel tijd ik nog heb, wil ik graag in mijn laatste maanden een knal doen.’

Plannen maar afgezegd

Er werd gedoeld op iets wat ik tijdens het interview had gezegd, iets in de trant van: ‘Ik leef intens, ik wil avonturen beleven, want ik weet nooit zeker of ik heel oud ga worden.’ Ik begreep haar bedoeling dus, en toch denk ik dat de lezer vooral zou denken dat ik in de laatste maanden van mijn leven vuurwerk zou willen afsteken, of nog erger: dat ik mijn scheten niet meer kan inhouden. In de begeleidende e-mail verzocht de interviewer mij of ik het snel kon laten weten als er nog aanpassingen moesten komen, de deadline was namelijk de volgende ochtend. Ik heb mijn plannen voor die avond maar afgezegd om het stuk nog op tijd aan te kunnen passen.

Nogmaals, ik ben dankbaar voor alle publi­citeit en ik heb zeer veel respect voor journa­listen die het verhaal van een ander op de juiste toon kunnen verwoorden, dat is echt een kunst. Maar ik vind dat we allemaal kritischer mogen zijn op ons taalgebruik, en de professionals voorop. Wat mij betreft begint het ermee dat wij, jongeren, elkaar aanmoedigen om weer ­­­wat meer de tijd te nemen om goede stukken en boeken te lezen. Neem eens een kijkje op de Instagrampagina @hotguysreadinginnyc. ­Let’s make reading sexy again! Dat is beter voor ‘de men­tale welzijn’ van alle jongvolwassenen.

Floor van Liemt

Auteur van onder meer het boek Witte Raaf, student kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de F|Fort Foun­dation.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden