Opinie

Opinie: ‘Laat verontwaardiging het niet winnen van satire’

Gekwetst door satire? Denk dan niet aan verbieden. Juist in belangrijke discussies zijn relativering en humor van levensbelang, stelt Arthur Umbgrove.

Theo Maassen krijgt kritiek omdat hij zich te veel gedraagt als een witte man. Beeld -
Theo Maassen krijgt kritiek omdat hij zich te veel gedraagt als een witte man.Beeld -

Satire staat onder druk: een filmpje van Lucky TV wordt door RTL van de site gehaald omdat het respectloos zou zijn; de Volkskrant verwijdert een spotprent vanwege antisemitisme; de redactie van Jinek biedt excuses aan Thierry Baudet aan vanwege grensoverschrijdend optreden van een cabaretier; een programma van Theo Maassen krijgt slechte recensies omdat dit niet ‘helemaal het juiste moment’ is voor de witte man om zijn verhaal te doen; een bordje boven een broodjestent op het Zwarte Crossfestival met de tekst ‘Allah’s afbakbar’ wordt verwijderd na bedreigingen.

Keer op keer klinkt de roep om satire in te perken: er is altijd wel iemand gekwetst of beledigd. In de, overigens zeer belangrijke discussie over diversiteit en inclusie is steeds minder plaats voor relativering. Het verhaal wordt hermetischer: iemand is goed of fout, zwart of wit, slachtoffer of dader.

Langzaam maar zeker sijpelt de humor uit de samenleving en dat terwijl de nar juist nodig is als de moraal het hoogst is.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog, de jaren van de wederopbouw, waren talloze onderwerpen taboe: (de christelijke) god, Jezus, het koningshuis, ziektes als kanker, seksualiteit. Daarover werden geen grappen gemaakt. In de jaren zestig gingen die taboes op de schop en werden de knellende ketens van moraal en autoriteit afgeworpen. Toen in 1968 de schrijver Gerard Reve werd aangeklaagd wegens godslastering – vanwege een passage waarin hij de liefde bedrijft met God, die aan hem verschijnt in de gedaante van een ezel –, werd duidelijk hoe de wereld was veranderd: Reve werd vrijgesproken. In de jaren daarna kon en mocht zo ongeveer alles bespot worden.

Profeet

Dat veranderde met de aanslagen op de Twin Towers in 2001. Ineens werd duidelijk dat er in ieder geval een taboe terug was: grappen over het geloof (al was het een ander geloof). Een paar jaar later werd Theo van Gogh vermoord en legde de moordenaar niet alleen Van Gogh het zwijgen op, maar ook een hele generatie cabaretiers: niemand durft nog een grap over de profeet te maken.

In de jaren tien van deze eeuw is er een nieuw fenomeen bij gekomen dat de satire verder onder druk zet: radicale, morele verontwaardiging. Steeds meer groepen voelen zich gekwetst door een grap en spreken zich uit. Maar in tegenstelling tot degenen die in de jaren zestig op de barricades stonden, pleiten zij niet voor meer vrijheid, maar juist voor minder: geen stereotyperingen meer van zwarte mensen, geen parodie meer op transgender mensen; geen karikaturen meer van vrouwen.

De wederafbouw van de satire krijgt gestalte en de jaren vijftig keren terug. In een andere gedaante, wat het soms lastig maakt om te zien: terwijl we tevreden achteroverleunden omdat de oude taboes ondergeschoffeld waren, ontkiemden er nieuwe, die we pas in de gaten ­kregen toen ze boven het gras begonnen uit te steken.

Nonchalance

Ik maak me zorgen over de nonchalance waarmee satire en humor momenteel naar de randen van de samenleving worden verbannen, want humor schept vrijheid en vrijheid schept humor.

De humor om te lachen om je eigen tekort­komingen, om de absurde situatie, om de misdadige corruptie. De vrijheid om te lachen om het ongemak, de loze beloftes, de dreiging, de hypocrisie, het sentiment, de teleurstelling, het noodlot, de verwarring, de schaamte, de onhandigheid, het verdriet, het geluk, het onrecht, de vernedering, de overwinning.

Ik vind ook dat de mensen die de luxe hebben om niet gediscrimineerd te worden (zoals ik) de plicht hebben om zich te verdiepen in mensen die die luxe niet hebben. Maar laten we dat alsjeblieft niet doen zonder (zelf)spot.

Humor is het ventiel in een samenleving die altijd de neiging heeft zichzelf te serieus te nemen.

Knevel je de humor, dan blijft er niet veel meer over dan een dorre vlakte waar weinig op groeit, behalve morele verontwaardiging en gekwetstheid.

Arthur Umbgrove is schrijver van De weder­afbouw van satire en voorzitter van comedyclub en collectief Comedytrain/ Toomler. Beeld
Arthur Umbgrove is schrijver van De weder­afbouw van satire en voorzitter van comedyclub en collectief Comedytrain/ Toomler.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden