Opinie

Opinie: ‘Kwetsbare wijken verdienen maatwerk zonder ideologische blik’

Laat minder succesvolle wijken niet de dupe worden van politiek gekissebis, bepleiten Walter Bokern en Tijn Croon. Neem de buurt als uitgangspunt.

In de Tweebosbuurt in Rotterdam verzetten bewoners zich tegen sloop en de beloofde vernieuwing. Beeld Hollandse Hoogte / Hans van Rhoon
In de Tweebosbuurt in Rotterdam verzetten bewoners zich tegen sloop en de beloofde vernieuwing.Beeld Hollandse Hoogte / Hans van Rhoon

Vijftien burgemeesters van grote steden, gesteund door ongeveer het hele maatschappelijke middenveld, riepen vorige week op tot investeringen in hun kwetsbare wijken. Een structurele rijksbijdrage van 500 miljoen per jaar is volgens hen hard nodig, omdat de kloof tussen succesvolle en minder succesvolle wijken steeds groter dreigt te worden. Als je wieg op een onfortuinlijke plek staat, is de kans veel groter dat je slecht presteert op school, dat je moeite hebt met het vinden van een baan en dat je verleid wordt tot het criminele pad.

Naar verwachting zullen de onderhandelende partijen in Den Haag zich ontvankelijk tonen voor deze boodschap. Niet alleen omdat de burgemeesters qua politieke snit een goede afspiegeling van de waarschijnlijke coalitie vormen, maar vooral omdat de cijfers voor zich spreken. Hoewel Nederland een rijke traditie van stedelijke vernieuwing kent, heeft het rijk zich in de afgelopen tien jaar grotendeels aan deze verantwoordelijkheid onttrokken. Alleen het Nationaal Programma Rotterdam Zuid vormt een positieve uitzondering op deze regel.

Vogelaarwijken

Een veelgenoemde oorzaak voor deze pas op de plaats is de duidelijke politieke kleur die stedelijke vernieuwingsinitiatieven vaak kenmerkten, met een afrekencultuur als gevolg. De aanpak in zogenoemde Vogelaarwijken, die in 2007 vorm kreeg, werd nadrukkelijk met links beleid geassocieerd. Met het aantreden van Rutte-I was de vroegtijdige beëindiging van de wijkaanpak dan ook geen verrassing.

Om ervoor te zorgen dat de breed gevoelde urgentie niet nogmaals uitmondt in politiek gekissebis, zullen de betrokken partijen beleid deze keer van onderaf moeten vormgeven. Als zij de buurt als uitgangspunt nemen, en niet een politieke ideologie, kan beleid worden geformuleerd dat bestand is tegen het draaien van de Haagse windrichting.

In het ‘ontideologiseren’ van stedelijke vernieuwing schuilt nog een aantal grote beloften. Allereerst is het heel waardevol zonder vooringenomenheid naar de echte problemen in een buurt te kijken. De zestien stadsregio’s uit de recente oproep bestaan uit meer dan driehonderd buurten, met elk hun eigen uitdagingen. Onderwijs, armoede en veiligheid in de Vogelaarwijken moesten worden opgetrokken naar het stedelijke gemiddelde, maar dit negeert de specifieke kracht en functie van een buurt binnen het geheel.

500 miljoen

Wanneer reële doelstellingen zijn geformuleerd die passen bij de rol van een buurt voor én in de stad, is het zaak de investeringen zo goed mogelijk te onderbouwen. Als de financiële en maatschappelijke baten op een rijtje worden gezet, hoeven uiteenlopende politieke kleuren geen obstakel te vormen voor breed draagvlak. Daarnaast beperkt een bottom-upbenadering de invloed van Haagse lobbyisten. Dit is wel zo verstandig met een beoogd flinterdun regeerakkoord en een structureel potje van 500 miljoen in het verschiet.

De effecten van de investeringen moeten continu worden gemonitord, zoals nu al gebeurt in Rotterdam-Zuid. Op die manier komt men er snel genoeg achter wat ergens werkt en wat niet, en kan het geformuleerde beleid zichzelf gaandeweg corrigeren.

Dat de burgemeesters oproepen tot maatwerk met integrale blik is een positieve ontwikkeling. De complexe problematiek waar de buurten in kwestie mee kampen, zal niet worden opgelost met wat doekjes voor het bloeden, en de bewoners die elke dag aan de weg proberen te timmeren hebben niets aan politieke stokpaardjes.

Waar nu wel behoefte aan is: een weldoordachte aanpak buiten bureaucratische kokers, die gedragen wordt door bestuurders met een lange adem. Laten we hopen dat het ‘dichten van de kloof’ tussen buurten niet wordt verhinderd doordat stedelijke vernieuwingsinitiatieven wederom een stille dood sterven binnen een diepe politieke kloof.

Walter Bokern is Chief Information Officer bij Springco Urban Analytics. Beeld
Walter Bokern is Chief Information Officer bij Springco Urban Analytics.
Tijn Croon is promovendus aan de TU Delft en adviseur bij Springco Urban Analytics. Beeld
Tijn Croon is promovendus aan de TU Delft en adviseur bij Springco Urban Analytics.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden