Achtergrond

Opinie: ‘Klopt het, van die bijwerkingen? vroeg de hypochonder.’

En dan krijg je als hypochonder nét voor je AstraZenecaprik te horen dat het vaccin gevaarlijke bijwerkingen kan hebben... Dit is het privéverhaal van Valentijn de Heer.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Tot mijn dertigste verjaardag bezocht ik mijn huisarts vaker dan de dierentuin. Zodra hij geduldig zijn stethoscoop op mijn borst drukte en me met zijn grijsbehaarde vinger voor mijn neus scheel liet kijken, was de bijna-doodervaring waarin ik zat voor even uit de lucht.

Nooit had hij gezucht of me meewarig aan­gekeken, maar toen ik het na een verrekte tussenribspier presteerde een ambulance als een jachthoorn schallend door de nacht naar mijn huis te sturen, had de dokter me de volgende dag uitgeput aangekeken en gevraagd om voortaan geen telefoon maar een spiegel te omklemmen. “Het is niets dan hypochondrie,” deed hij met een denkbeeldig spionnetje in zijn hand voor. “Vervelend, maar ongevaarlijk.”

Hij kreeg gelijk: bij iedere door drop uitgelokte hartoverslag, of aan wijn gerelateerde tempe­ratuurstijging rende ik naar ik de badkamer en sprak mijn in angstkleuren verschoten hoofd toe: “Wat ik voel, zit overal, behalve in mezelf!” Deze opwellingen werden minder naarmate ik het harder zei. Ze verdwenen zelfs helemaal.

Tot ruim een jaar geleden, toen Covid-19 zich aandiende. Gevoed door het algoritme van mijn computer en de koortsige sfeer aan alle talkshowtafels wist ik zeker dat ik het virus zou krijgen. Een loopneus of een simpel kuchje waren voldoende om me een nacht lang starend naar het plafond op afscheidsbrieven te bezinnen: vroeg of laat zou ik met slangen in mijn keel op de ic strijden om mijn laatste adem. De enige uitweg bleek vaccinatie. Ik ben zorgmedewerker. Vorige maand kreeg ik een uitnodiging voor de injectie. Ik twijfelde geen moment.

Bijna aan de beurt

Met handen als douchekoppen betrad ik de ­klinisch verlichte zaal waar tot voor kort plaatselijke dj’s recepties en feestjes openden met woorden als: “Hebben we er een beetje zin in?” Die zin leek ver te zoeken. Vale gezichten met blauwe mondkapjes stonden in rijen van tien opgesteld, als varkens wachtend op transport. De kwetsbaren waren ze gaan heten. Samen met de obesen, de diabeten en de kettingrokers behoorden ze tot de club waar het virus zo gretig op joeg.

Toen ik de uitnodiging voor het oog van zo’n kwetsbare uit mijn binnenzak haalde, voelde ik me verheven, want als rechtschapen zorg­medewerker deed ik dit voor hen. Zoals ooit de Russen en Canadezen zich het stof in de longen hapten in een door muterend kwaad geteisterd Europa.

Ik was bijna aan de beurt toen ineens mijn telefoon trilde. Ook Nederland stopt met AztraZeneca. Snel las ik door de tekst, want een goed ingepakte GGD-medewerker wenkte me al.

Het vaccin waarvoor ik in de rij stond veroorzaakte mogelijk een zeldzame vorm van trombose. Dodelijk, las ik als laatste toen het deurtje achter me sloot en mij gevraagd werd mijn papieren te laten zien.

“Klopt het, van die bijwerkingen?” vroeg ik.

De ingepakte vrouw wees naar een tandarts­achtige stoel. “Welke arm?” ze keek naar het spuitje in haar hand. Een paar druppeltjes bolden op uit de lange naald.

Gratis koffie

Ik dacht dat ik flauw zou vallen, maar kon niet anders dan het lot waarvoor ik zelf had gekozen ondergaan. Ik voelde niet eens dat ze de naald zette en ze moest me twee keer vragen om op te staan. “Aan het einde rechts blijf je ter controle en krijg je gratis koffie.”

Het kwartier dat ik moest blijven wachten zou de halve ochtend duren. Tussen de steeds veranderende vale gezichten door liep een medewerker van het Rode Kruis. Hij had me al meermaals gewezen op de klok voor hij vroeg: “Bent u in orde?”

Ik moest wel bleek zien, een hangend gezicht hebben of druppeltjes lijkvocht al in mijn nek hebben staan. Ik begon zelfs tegen mijn opa te praten die ik in het licht aan het einde van de tunnel al kon zien. Ik had het verkeerde vaccin genomen, voor de Russen in plaats van de Canadezen gekozen, nu zou ik doodgaan.

Maar vlak voordat ik dacht als gesmolten vet van mijn stoel te zullen druipen was het of mijn opa terugsprak. “Dacht je dat het ons ook maar deerde wie de bevrijder was?” En ineens zag ik de dokter weer zitten, het spiegeltje stevig in zijn handen geklemd. “Het is niets dan hypochondrie!”

Zo liep ik met pijn in mijn arm en vrijheid in mijn donder terug naar de auto, tegen alle blauwe mondkapjes wilde ik roepen: hebben we er een beetje zin in?

Valentijn de Heer is zorgmedewerker en schrijver van korte verhalen en columns. Momenteel werkt hij aan de voltooiing van zijn debuutroman. Beeld Bas de Meijer
Valentijn de Heer is zorgmedewerker en schrijver van korte verhalen en columns. Momenteel werkt hij aan de voltooiing van zijn debuutroman.Beeld Bas de Meijer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden