Opinie

Opinie: Kinderwens als alleenstaande? ‘Mijn huisarts verwees me door naar Google’

In een stad waar meer dan de helft van de inwoners alleenstaand is, is het pad naar solo-moederschap toch nog behoorlijk schimmig. Hilde van Beek beschrijft haar eigen ervaringen en pleit voor meer toegankelijke informatie en kennis over dit onderwerp bij zorgverleners.

Hilde van Beek
null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Mijn huisarts verwees me door naar Google. “Ik weet hier niks vanaf en dit is ook niet de zorg waarin wij voorzien,” zegt mijn huisarts. “Ga zelf maar zoeken. En kom terug als je zwanger bent.” Mijn huisarts blijft stil en kijkt me aan. “Wat doe je hier?” interpreteer ik haar blik. Is dit dan zo’n rare plek om informatie te vragen?

Zwanger worden, daar gaat het me om. Ik ben vrouw, 37 jaar, single en ik heb een kinderwens. Dat is een sterke intuïtie in me, een zeker weten. Zo zeker dat een relatie erop stukliep. Dit richtingsgevoel vertelt me nu dat mijn leven de kant van het solomoederschap op gaat. Iets wat voor mij niet als een tweede keus voelt, integendeel. Ik alleen, met een kleintje in een draagzak, ik kan niet wachten. Steeds als ik dat nummer van Goldband hoor, Kinderwens, zing ik het refrein in enkelvoud mee (‘Ik ben er klaar voor’).

Ik ben, dat heb ik inmiddels geleerd, een wensmoeder. Ik wil een BAM-moeder worden, een bewust alleenstaande moeder. Mijn verder kundige huisarts kon me niet helpen in de zoektocht naar een kind. En dat is opvallend in een stad die wemelt van de supersolo’s. Alleenstaanden vormen in de stad een zichtbare meerderheid, Het Parool schreef in oktober nog een artikel over de gevolgen voor stadsontwikkeling en over het prijzige bestaan van alleenwonenden. Hoewel een kind krijgen uit donorconceptie absoluut geen nieuw fenomeen is, vind ik de zoektocht naar de juiste informatie over het proces niet gemakkelijk.

Donorcontracten?

Thuis kruip ik achter mijn laptop. Ik google me een slag in de rondte. Waar ik naar op zoek ben, blijkt een KID-behandeling te heten. Dat is niet grappig bedoeld, maar blijkt een serieuze afkorting voor kunstmatige inseminatie met donorsperma.

Op het internet beland ik van de ene podcast (Eitje) in de andere (De Kwak Kwaakt, voor en door donorkinderen). Van websites met dure kinderwenscoaches naar de site donorconceptie.nl (met een schat aan informatie), naar het AMC in Amsterdam en een kliniek in Leiderdorp. De kliniek organiseert avonden voor support met ‘lotgenoten’. Ik bezoek zo’n avond. Daar heb ik het gevoel dat ik achterloop, kennis tekortkom. B-donoren, rietjes, MOT, donorcontracten: pardon?

Met een notitieboekje in de hand ontdek ik grofweg drie verschillende donormogelijkheden, die klinieken in Nederland kunnen faciliteren. Elk met eigen tijdspad, kostenplaatje en verschillende voor- en nadelen. Zo is er de optie van een bekende donor; iemand uit je eigen omgeving of die je vindt via websites als onewish.nl of meerdangewenst.nl. Mogelijk kan die een rol spelen in het leven van een kind. Wel vergt dit proces zorgvuldige afstemming tussen potentiële ouder en donor. Dit lijkt me fijn voor een kind, maar wil ik dat? En met wie dan?

Lange wachttijden

Dan is er de mogelijkheid van een donor uit Nederland. Er zijn op dit moment te weinig donoren om aan de vraag te voldoen. Dus de wachttijd is lang, bij het AMC nu ongeveer twee jaar. Het doet me denken aan een inschrijving van Woningnet, die ik heb lopen in een andere stad. Al weet ik nog niet zeker of ik dit wil, want in het gunstigste geval ben ik 40 jaar oud als het kind er is, toch heb ik me ingeschreven, zodat de wachttijd ingaat. Bij een Nederlandse (kliniek)donor heb je verder geen keuzemogelijkheid, het AMC matcht op basis van uiterlijke kenmerken. Ik denk dat ik toch iets meer van een donor wil weten.

Dat kan, maar dat is kostbaar. Optie drie is een tweetal commerciële Deense spermabanken, waar vrouwen een bestelling kunnen doen. Zonder wachttijd. Tegen een meerprijs kun je veel over een donor te weten komen, naast uiterlijke kenmerken bijvoorbeeld opleidingsniveau of motivatie. Bedrijven die verdienen aan mijn kinderwens: dat roept weerstand op, maar het is wel de snelste optie. Veel om over na te denken.

Was het anders geweest als er bij de huisarts een partner was aangeschoven, omdat het niet lukte om onze gezamenlijke kinderwens gestalte te geven? Het lijkt er wel op. Dan was er een zogeheten medische noodzaak. Daarover biedt website Thuisarts.nl volop voorlichting, maar niet voor een geval als ik. Ik ervaar dat informatievoorziening niet altijd is ingericht op andere situaties dan een heterostel. Soms is dat pijnlijk en voel ik me niet gezien. Als ik me aanmeld bij het AMC, met een verwijsbrief waarin staat dat ik het alleen ga doen, vraagt het AMC me alsnog om een verwijsbrief van een partner.

Betere voorlichting

Zoals met elk onderwerp waar ik nieuw induik: hoe meer ik te weten kom, hoe meer ik weet wat ik niet weet. Internet is eindeloos. Ook is het nogal inefficiënt als elke vrouw dit zelf moet uitzoeken. Bovendien bestaat het risico dat informatie verouderd of onvolledig is, waardoor je als vrouw onvoldoende zicht hebt op alle voors en tegens. Of dat je je te weinig rekenschap geeft van mogelijke gevolgen voor een kind – denk aan een onbekende vader tot je zestiende levensjaar of mogelijk veel halfbroers- of zussen wereldwijd. Ik zou willen dat voorlichting over donorconceptie makkelijker toegankelijk is: laten we er gewoon over praten. Bovenal wil ik dat een huisarts, iemand die mij kent, hierin een eerste gesprekspartner is.

Vrouwen die ik op die lotgenotenavond spreek, bevestigen mijn ervaring. Het is veel zoeken naar juiste informatie. “Zoveel vrouwen worstelen hiermee,” verzucht iemand.

Ik merk ook hoe groot mijn behoefte is aan ervaringsverhalen. Later, op babybezoek bij een bevriend stel, zie ik hun gezamenlijke jongleursact met borstvoeding, doekjes, luiers en beschuitjes. Dat is maar een klein voorval, maar het roept wel meteen de vraag op hoe ik zulke praktische dingen alleen ga doen. Hoe hebben vrouwen dit eerder aangepakt? En waar vind ik hun verhalen om mijn zorgen te relativeren of ideeën op te doen? In een stad, waar meer dan de helft van de bewoners vrijgezel is, zouden we hier toch beter in mogen voorzien.

Hilde van Beek, dramaturg

null Beeld Privebeeld
Beeld Privebeeld

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden