Opinie

Opinie: ‘Kabinet moet af van blikvernauwend groepsdenken’

De notulen van de ministerraad laten zien wat zich afspeelt in een tamelijk gesloten groep. Psycholoog Paul van Lange ziet mogelijkheden om herhaling te voorkomen.

Met name premier Mark Rutte en minister Wopke Hoekstra (rechts, achter Rutte) zouden volgens Paul van Lange in staat moeten zijn wat meer afstand te nemen. Beeld ANP
Met name premier Mark Rutte en minister Wopke Hoekstra (rechts, achter Rutte) zouden volgens Paul van Lange in staat moeten zijn wat meer afstand te nemen.Beeld ANP

Hoe kan het gebeuren dat een groep vooraanstaande professionals uit de bocht vliegt? Minister-president Mark Rutte (VVD) en de ministers Wopke Hoekstra (CDA) en Wouter Koolmees (D66) hebben herhaaldelijk gehandeld tegen de regels van de politiek in.

Hier stellen dat de Tweede Kamer de regering kritisch moet volgen en controleren, lijkt me overbodig. Velen weten dit en de leden van het kabinet zeker. Hoe kun je dergelijke normovertredingen dan verklaren?

Vanuit de psychologie zijn verschillende antwoorden mogelijk. De belangrijkste verklaring is wat mij betreft te vinden in groepsdenken. Als groepen langer bij elkaar zijn, kan er een gesloten cultuur ontstaan waarin men minder open staat voor nieuwe ideeën. Ook omarmt men steeds meer ingesleten gewoontes en denkbeelden en wordt men allergisch voor criticasters binnen de groep die die gewoontes en denkbeelden ter discussie willen stellen. Verder is stereotypering van buitenstaanders met andere opvattingen (die ‘activistische Kamerleden’) een bekend uitvloeisel van groepsdenken.

Het klassieke advies om groepsdenken te beperken, is het aanstellen van een advocaat van de duivel. Deze heeft ontbroken, ook al heeft minister Sigrid Kaag (D66) – een persoon met veel ervaring buiten Den Haag – volgens de notulen wel degelijk het punt naar voren gebracht dat democratie gebaat is bij felle discussie en verschillende inzichten.

Liegen

Dat verder niemand heeft ingegrepen, is een gevolg van een ander typisch psychologisch verschijnsel: spreiding van verantwoordelijkheid. We kennen het als verklaring voor het zogeheten bystander effect, het passieve toeschouwerseffect: naarmate meer mensen aanwezig zijn slinkt de kans op ingrijpen. Men voelt zich individueel niet alleen minder verantwoordelijk, maar vindt in dit specifieke geval de risico’s die men neemt door publiekelijk de ministerraad en de minister-president af te vallen ook te groot. Men is sterk afhankelijk van elkaar tijdens de volgende agendapunten, de volgende ministerraden en de samenwerking die tussen departementen bestaat.

Ook geven we het niet graag toe, al is het wetenschappelijk bewijs sterk, dat we veel gehoorzamer zijn dan we denken te zijn. In onderzoek met collega’s heb ik gezien dat de meerderheid onder sterke sociale omstandigheden (sociale druk) gaat liegen als dat van hen wordt gevraagd, terwijl vrijwel niemand denkt van zichzelf dat hij of zij zou liegen in een dergelijke situatie.

Wat betekent dit nu voor Rutte, Hoekstra, en Koolmees? Het is voorstelbaar dat degene die zich het meest verantwoordelijk – en kwetsbaar – voelt, de grootste emoties laat zien. Dat was Koolmees, zowel in de notulen als in zijn interview bij Op1. Ergens is dat te begrijpen. Hij vindt mogelijk oprecht dat hij als eenling de hulp nodig had van zijn collega’s, misschien zelfs om uiteindelijk de uitvoering te verbeteren. Als je ergens middenin zit, is het psychologisch moeilijker er afstand van te nemen. Dat maakt deze zaak des te pijnlijker voor Rutte en Hoekstra. Als minister-president en minister van Financiën hebben zij enige meerwaarde aan afstand, ervaring en mogelijkheden voor reflectie.

Toeslagenaffaire

Ieder draagt bij aan een cultuur van groepsdenken, maar het zijn de (in)formele leiders die hierbij het voortouw nemen. Dat kan al beginnen bij de keuze van ministers, waarbij vertrouwelingen doorgaans de voorkeur genieten – een menselijk trekje dat vele leiders, inclusief Rutte, kenmerkt (met als recent voorbeeld de keuze voor de verkenners Annemarie Jorritsma en Kajsa Ollongren). Maar het vervolgt zijn weg als er langzaam maar zeker een cultuur ontstaat van ingesleten gewoontes, overtuigingen en normen die met de tijd in een bepaalde richting worden opgerekt en door (informele) druk tot aanpassing.

De oplossing voor dit groepsdenkenprobleem vergt een structurele verandering, waarmee ook toekomstige kabinetten hun voordeel kunnen doen. Eerder heb ik er al eens voor gepleit een maximum van twee termijnen in te stellen voor een minister-president. Dan krijgt groepsdenken veel minder kans en is de kans veel groter dat men eerder een normovertreding herkent én naar aanleiding daarvan ingrijpt. Daarnaast doet men er goed aan ministers aan te stellen met veel ervaring buiten Den Haag. En, tot slot, misschien is een raad van toezicht voor de ministerraad te overwegen of het aanstellen van een persoon van buiten het kabinet die in de ministerraad expliciet de rol van advocaat van de duivel krijgt toebedeeld. Wellicht zijn dat dé psychologische ­lessen die we kunnen leren van de toeslagenaffaire én de ministerraadnotulen.

Paul van Lange is hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Beeld -
Paul van Lange is hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden