Opinie

Opinie: ‘Indonesië mag best een krans neerleggen, als dan ook spijt wordt betuigd voor orgie aan geweld’

Hans Moll was voorzitter van de Federatie Indische Nederlanders en stapte op omdat de Indonesische ambassadeur bij de Nationale Herdenking op 15 augustus een prominente rol kreeg. Nu verduidelijkt hij: dat mag best, maar daar horen ook excuses bij.

Hans Moll
Bloemen worden gelegd bij het Indisch Monument tijdens de Nationale Herdenking van de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945.  Beeld  PHIL NIJHUIS/ANP
Bloemen worden gelegd bij het Indisch Monument tijdens de Nationale Herdenking van de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945.Beeld PHIL NIJHUIS/ANP

Wat was het mooi geweest wanneer de ambassadeur van Indonesië op 15 augustus niet alleen een krans had gelegd bij het Indisch monument in Den Haag (Het Hoogste Woord, 19 augustus), maar van die gelegenheid gebruik had gemaakt om zijn excuses aan te bieden. Want hij weet dat op 17 augustus 1945 Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië uitriep en daarmee een doos van Pandora opende vol marteling, moord en verkrachting – de bersiap (‘maak je gereed!’) die aan tienduizenden het leven kostte.

Het is voor veel mensen moeilijk om anno 2022 tegen die tijd aan te kijken. In de ogen van velen is iemand die in 1945 tegen de Nederlanders in Indië vocht, een vrijheidsstrijder. Een strijder tegen het verderfelijke, racistische kolonialisme, een held die ons aller steun en begrip verdient. Maar doet die benadering recht aan de dagelijkse details van de geschiedenis?

Ik sprak ooit medio jaren zeventig een Amerikaanse Vietnamveteraan en riep hem ter verantwoording over de Amerikaanse oorlog in Vietnam. “Waarom onderdrukken jullie de vrijheidsstrijd daar?” Hij antwoordde: “Iemand die een handgranaat gooit in een bus met schoolmeisjes noem ik geen vrijheidsstrijder, maar een terrorist.”

Hoe je het ook wendt of keert, in die bus in 1945 zaten ook mijn ouders, hun vrienden en hun families.

De Indonesische ambassadeur zou op 15 augustus kunnen zeggen dat het hem spijt dat in naam van merdeka (‘vrijheid’) zijn veelal jonge landgenoten zich te buiten zijn gegaan aan een orgie van geweld tegen weerloze burgers: Nederlanders, Molukkers, Chinezen en van sympathie met de Hollanders verdachte Indonesiërs.

Hij zou kunnen zeggen dat wreedheid nooit kan of mag worden goedgepraat, hoe verheven het vaandel waaronder die wreedheden zijn gepleegd ook moge zijn. Ik zou het mooi vinden wanneer de ambassadeur zou zeggen: de verschrikkingen van de bersiap zijn een smet op het blazoen van de merdeka.

Al zou ik ook meteen denken aan de vervolging van de Papoea’s die voor hun merdeka vechten. Een vrijheidsstrijd die door Indonesië wreed wordt onderdrukt tot op de dag van vandaag.

Hans Moll (oud-voorzitter Federatie Indische Nederlanders), Amsterdam

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden