Opinie

Opinie: ‘Ik mis het Amsterdam waarin ik opgroeide, waar mensen nog met elkaar praatten’

Amsterdam is de afgelopen jaren flink veranderd. Helaas, stelt Miró Baatenburg de Jong. Ze mist de stad waar ze in opgroeide, waarin mensen meer met elkaar praten en er ruimte was voor pluriformiteit.

Miró Baatenburg de Jong
Ook, of misschien juist vooral, bij de yoga wordt nauwelijks meer gepraat. Beeld Jakob Van Vliet
Ook, of misschien juist vooral, bij de yoga wordt nauwelijks meer gepraat.Beeld Jakob Van Vliet

“Amsterdam is niet meer wat het geweest is,” hoor ik mijn vader zeggen, of mijn oude benedenbuurvrouw die inmiddels lang en breed in een bejaardentehuis zit. Ik kan niet anders dan denken dat ze gelijk hebben. Hun Amsterdam is niet meer, maar mijn Amsterdam is ook in geen velden of wegen te bekennen. De stad voelt leeg. Ze mist aan persoonlijkheid: waar ze ooit nog stout was en met iedereen flirtte, flirt ze nu enkel met geld, heel veel geld.

Waar ik, onder normale omstandigheden, haar gebrek aan karakter het meest voel is na het sporten. Ik doe aan yoga, maar dan niet aan normale yoga, maar aan hot yoga omdat ik er – net als vele anderen – in ben gaan geloven dat dit beter is. Ik kom binnen in de luxe studio en zeg mijn naam. De docente checkt mij in en zegt het nummer van mijn ligplaats, waarop ik haar vriendelijk bedank. Dit zal het laatste woord zijn dat ik zal spreken het aankomende uur.

Vóór de les praten ik en mijn mede-yogi’s namelijk niet met elkaar, tijdens de les praten ik en mijn mede-yogi’s vanzelfsprekend niet met elkaar en na de les praten ik en mijn mede-yogi’s al helemaal niet met elkaar. Na de les heeft men er een sport van gemaakt om zo snel en zo stil mogelijk: 1) het matje schoon te maken 2) het matje op te rollen 3) naar de kluisjes te hollen en 4) als de wiedeweerga naar huis! Iedereen is veel te druk bezig met het avondeten dat nog besteld moet worden of de nieuwe HelloFreshdoos die nog in de koelkast moet.

Achterlaten bij de deur

Ik ben geen haar beter, want ik zeg ook niks en ik wil denk ik ook niks zeggen. Ik bestel mijn eten via Thuisbezorgd en doe boodschappen bij Gorillas, waar ik kies voor de optie ‘achterlaten bij de deur’, want ik zou maar in de ogen moeten kijken van iemand die niet mee kon komen met de snelheid van de stad, zelfs niet als je een flitsbezorger bent. Amsterdam praat niet meer terug omdat wij, de inwoners, niks meer zeggen, geen vragen meer stellen en amper geïnteresseerd zijn.

We sjezen op elektrische fietsen zo snel mogelijk van hot naar her, bestellen bij de vleet en willen cappuccino haver extra heet. We kennen onze buren liever niet dan wel en werken ons helemaal de pleuris om de huur te kunnen betalen, of ons te kunnen meten aan al die andere overambitieuze concurrenten, of een combinatie van beide, omdat we geen rijke ouders hebben, maar wel beschikken over torenhoge verwachtingen over het eigen kunnen.

De snoepwinkel

Ik mis de snoepwinkel op de hoek van mijn oude school, waar je voor 50 cent het glazuur van je tanden kon snoepen. Ik mis tante Francien met haar eeuwig blaffende jack russel van de overkant, die overigens helemaal niemands tante was, maar die je wel gewoon zo noemde. Ik mis buurvrouw Lenie die een briefje in het portiek hing met ‘niet je hond hier laten pissen anders pis ik over jou heen’, waarna niemands hond ooit nog in het portiek heeft gepist. Ik mis Winkel op de Noordermarkt waar je vroeger al de beste appeltaart van de stad kon eten terwijl de toeristen dat toen nog niet wisten.

Ik mis een normale huur. Ik mis soms vlees, koeienmelk en niet elke dag sporten. Ik mis fietsers zonder elektrische teringdure kutfietsen die hetzelfde tempo hebben als ik. Ik mis een stad waarin we niet allemaal op elkaar hoeven te lijken om Amsterdammer te zijn. Waar je een accent mag hebben en niet alleen maar Engels hoeft te praten. Waar je überhaupt met elkaar praat, waar je op elkaar let en voor elkaar zorgt. Dan zal de stad op den duur minder verlegen worden en op een dag haar mond weer open trekken, langzaam ontdooien en dan hopelijk weer net zo brutaal worden als vroeger.

Miró Baatenburg de Jong is cultureel en sociaal werker en schrijver.

 Beeld
Miró Baatenburg de Jong is cultureel en sociaal werker en schrijver.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden