Opinie: ‘Hoe is het mogelijk dat de directeur van het Centrum Seksueel Geweld deze mediastorm zó bagatelliseert?’

Volgens Niesaar Soeleman, Soraya Tol en Anne Goené zette Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld in het NOS Journaal vele slachtoffers van seksueel geweld weg als ‘weg-zappende-trauma-vermijdende-televisiekijkers’. ‘Waarom ligt de focus op het bagatelliseren van dit fenomeen?’

Het Parool
Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld in het NOS Journaal van 28 april. Beeld
Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld in het NOS Journaal van 28 april.

In het NOS Journaal van donderdag 28 april jl. was Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) te zien naar aanleiding van de uitspraken van Johan Derksen. Dit journaal is gemiddeld door 1,6 miljoen kijkers bekeken. Wie dit interview heeft gezien, bleef na afloop ongetwijfeld met vragen zitten.

Generaliserende wijze

Wat ons uitermate fascineert is dat mevrouw Bicanic een narratief uiteenzet over de slachtoffers van seksueel geweld. In het interview wordt op generaliserende wijze gesproken over slachtoffers alsof het een homogene groep is die allemaal op dezelfde manier reageert. Mevrouw Bicanic zet vele slachtoffers weg als ‘weg-zappende-trauma-vermijdende-televisiekijkers’.

Zij veronderstelt hiermee ‘dat heel veel slachtoffers een way of life’ hebben gecreëerd, omdat zij niet aan de mediastorm over seksueel misbruik kunnen ontkomen. Mevrouw Bicanic is nota bene dé deskundige die dient te benadrukken dat deze groep slachtoffers de juiste hulp nodig heeft en die daartoe kan oproepen.

Zij lijkt zelfs veroordelend te zijn naar de brede media-aandacht over seksueel geweld. Dat deze aandacht een trigger is voor veel slachtoffers, wil niet zeggen dat deze er niet mag zijn. De vraag is waarom de focus ligt op het bagatelliseren van dit fenomeen in plaats van het benutten van de media-aandacht. Het benadrukken van waarom seksueel geweld verwerpelijk is en veroordeeld dient te worden blijft achterwege.

Averechtse werking

Het NOS Journaal vertelt in dit item dat het Openbaar Ministerie onderzoekt of Johan Derksen vervolgd kan worden. In het interview belanden wij echter op een dwaalspoor wanneer mevrouw Bicanic zich uitlaat over daden. Zij merkt terecht op dat het gedrag onacceptabel is, maar de persoon diskwalificeren heeft een averechtse werking volgens haar. Op welke averechtse werking zij doelt, blijft voor de kijker geheel onduidelijk.

Zij roept op al onze veroordelingen opzij te leggen. Dit lijkt een onmogelijke opgave voor de gemiddelde kijker. Wat bedoelt zij hiermee? Het is op zijn zachts gezegd verontrustend dat zij het gedrag - waar de daad uit voortvloeit - afkeurt, maar niet de dader. Daders van seksueel geweld worden immers bij een veroordeling door de rechter gestraft voor de daad (dus het gedrag) en de persoon wordt verantwoordelijk gehouden voor de daad.

Ook het daderschap lijkt met een generaliserende blik onder de loep te zijn genomen. Zij pleit ervoor dat daders naar buiten moeten durven te treden. Een nuance tussen daders in privé of publieke sfeer wordt niet gemaakt, zo ook de persoon in deze kwestie. Zij lijkt op neutraal terrein beland te zijn en wij vragen ons af of de slachtoffers die haar organisatie helpt, zich daarmee gesteund voelen.

Niesaar Soeleman, Soraya Tol en Anne Goené, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden