Opinie

Opinie: ‘Het valt wel mee met die Nederlandse competitiesamenleving’

‘We leven in een wereld van losers en winners,’ leest John Jansen van Galen steeds vaker in de krant. Maar is het wel echt zo slecht gesteld met onze maatschappij, vraagt hij zich af.

Bijna de helft van Nederlanders doet gemiddeld 15 uur per maand vrijwilligerswerk. Beeld ANP
Bijna de helft van Nederlanders doet gemiddeld 15 uur per maand vrijwilligerswerk.Beeld ANP

Leven wij in een competitiemaatschappij waarin iedereen alleen bezig is zelf rijker te worden en de ‘losers’ negeert of zelfs minacht? Je hoort dat vaak verkondigen, zoals nog onlangs in Het Parool door de psycholoog Steven Pont. Zelfs premier Mark Rutte klaagde dat het ‘Dikke Ik’ onze samenleving overheerst en velen zeggen het hem na. Wij leven in een egocentrische, zelfzuchtige tijd en we weten het.

Vaak valt daarbij de term ‘ik-tijdperk’ en dat herken ik, want die muntte ik 40 jaar geleden zelf. Althans, dat deed de eindredacteur van de Haagse Post die het begrip – onder het motto ‘beter goed gejat dan slecht bedacht’ – rechtstreeks vertaalde van de Amerikaanse schrijver Tom Wolfe die in The Me Decade beschreef hoe mensen steeds meer op zichzelf gericht zijn, en anderen negeren.

Trainers en coaches

De tijdgeest van de jaren zeventig schreef voor dat iedereen in de eerste plaats zichzelf moest ‘ontplooien’ en voor zichzelf ‘opkomen’. Maar de hamvraag was, ook toen al: als iedereen voor zichzelf opkomt, wie komt er dan voor ons allen op? Wordt het algemeen belang nog gediend als het individueel belang over de hele linie de voorrang neemt? Met enige zwartgalligheid bekeken leek het of we met z’n allen bezig waren het hele begrip ‘samenleving’ te slopen.

We zijn nu vier decennia verder en kijk eens om je heen. Als ik dat doe zie ik uit het raam van mijn werkkamer een sportpark waar vijf avonden en twee dagen in de week honderden jongens en meisjes trainen en voetballen onder leiding van tientallen trainers, coaches en scheidsrechters. Allemaal vrijwilligers. Sommigen, beetje macho, schreeuwen te hard en soms laat een scheidsrechter verstek gaan zodat een toeschouwer moet fluiten, maar doorgaans staan ze er allemaal, weer of geen weer.

Er is vaak gemopperd dat de ‘nieuwe Nederlanders’ er wars van zouden zijn zich beschikbaar te stellen als vrijwilliger, maar mijn uitzicht logenstraft dat beeld. Oké, achter de bar, om bier te tappen, krijg je ze niet. Maar wel in het veld, met strenge aanwijzingen.

Buren die boodschappen doen

Verderop in de wijk staan flats waar veel ouderen wonen, zowel autochtonen als ‘met een migratieachtergrond’. Eenmaal boven de tachtig krijgen ze bezoek van vrijwilligers van buurtteams, die hun behoefte aan zorg peilen. Je zou verwachten dat er achter al die voordeuren veel hulpbehoevendheid en eenzaamheid heerst, maar je staat versteld als je hoort hoeveel van die ouderen omringd worden door een netwerk: van kinderen die tweemaal in de week uit Alkmaar komen om te helpen, van buren die boodschappen doen.

Aan de andere kant van de wijk, aan het IJ, vind je Eye. Wie er een film of tentoonstelling bezoekt wordt steevast vriendelijk welkom geheten en verwezen door vrijwilligers, waarvan het museum er bijna 100 tot zijn beschikking heeft. Het kon er zelfs gemakkelijk meer krijgen, want de belangstelling voor dit liefdewerk oud papier is zo groot dat het museum kan selecteren.

De cijfers liegen niet: bijna de helft (46,7 procent) van Nederlanders doet gemiddeld 15 uur per maand vrijwilligerswerk, ruim een derde (35 procent) verricht gemiddeld 7 uur per week mantelzorg. Kunt u zeggen: de meesten doen dat dus niet. Maar gezien het beslag dat werk en gezin op iedereen leggen is het een klein wonder, temeer waar het meeste vrijwilligerswerk wordt verricht door de 35 tot 45-jarigen, de groep met schoolgaande kinderen.

Zelfzuchtige motieven

Waarom doen al die mensen dat, gratis en belangeloos? Ongetwijfeld deels uit zelfzuchtige motieven: het is leuk om een team jonge voetbalmeiden te trainen en het geeft je bovendien bevrediging, een goed gevoel over jezelf. Maar toch ook omdat we de maatschappij alleen draaiende kunnen houden door ons in te zetten voor anderen, zonder er iets tastbaars voor terug te krijgen.

Zo bekeken drijft Nederland op vrijwilligerswerk en mantelzorg. De overheid heeft zich uit overwegingen van bezuiniging steeds meer teruggetrokken en de aldus ontstane lacunes zijn opgevuld door legers van burgers, die aldus gestalte geven aan een omvangrijke ‘participatiemaatschappij’.

Jagen we in Nederland alleen nog particuliere rijkdom na en laten we de ‘losers’ in de steek? In sombere momenten kun je inderdaad de indruk krijgen dat dit de overheersende tendens is in Nederland en dat we niks meer voor elkaar over hebben. Maar op de keper beschouwd is er heel wat opofferingsgezindheid – noem het naastenliefde als dat niet te hoogdravend klinkt. Misschien zat ik er inderdaad naast met mijn nadruk op een ‘ik-tijdperk’.

John Jansen van Galen is journalist en publicist. Beeld ANP Kippa
John Jansen van Galen is journalist en publicist.Beeld ANP Kippa

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden