Opinie

Opinie: ‘Het opdringen van een volwassen moraal beperkt kind in ontwikkeling’

Het zoontje van Aline van de Watering wil in de speeltuin niet samenspelen met andere kinderen. Wat staat haar te doen? Samen spelen boven grenzen aangeven?

Ouders zouden zich zo min mogelijk moeten bemoeien met het gedrag van spelende kinderen.
 Beeld Jakob van Vliet
Ouders zouden zich zo min mogelijk moeten bemoeien met het gedrag van spelende kinderen.Beeld Jakob van Vliet

Vorige week had ik een interessante ontmoeting in de speeltuin. Op de loopbrug stond mijn eigen Johannes, zich goed vermakend. Er kwam een andere moeder, met dochter (volgorde van essentieel belang), die haar kind aanbeval ook op de loopbrug te klimmen.

Het kind gehoorzaamde en liep over de loopbrug richting Johannes, die schreeuwde: “Nee, dat mag niet!!!” Vervolgens stond ik een poosje geamuseerd te kijken naar het gesprek dat zich voltrok tussen moeder en dochter. Moeder moedigde het kind aan om toch langs mijn kind te lopen, dat kon gemakkelijk. Samen spelen was tenslotte het hoogst haalbare goed in de speeltuin. Het kind gaf herhaaldelijk aan dat het niet mocht van het andere – mijn – kind op de loopbrug.

Normaliter ben ik als moeder de onzekerheid zelve. Ik zou me direct schamen voor het gedrag van mijn kind, en ‘ingrijpen’ zoals een goed moeder betaamt. Ik zou op Johannes inpraten om hem ertoe te bewegen het meisje toe te laten op de loopbrug, of hem eventueel zelfs verwijderen zodat het andere kind, met de heersende moraal (of althans met de moeder met de heersende moraal) plezier kon hebben op de publiekelijk toegankelijke loopbrug.

Over mijn grenzen

Vandaag niet. Vandaag was ik gefrustreerd door iets met werk. Dus nadat ik de dialoog tussen moeder en dochter een tijdje had aangehoord, kreeg ik een inval, en zei: “Ik vind het anders best goed dat hij zijn grenzen aangeeft, ik heb dat zelf nooit geleerd en ben mijn hele leven structureel óver mijn eigen grenzen heen gegaan.”

De moeder voelde zich klaarblijkelijk aangevallen door mijn reactie en droop met kind en al af, mompelend: “Hij weet niet wat hij mist.”

Ik was stupéfait van mijn eigen inzicht en overtuiging. Op dat moment was ik de zekerheid zelve geweest en had ik een perspectief ervaren dat mij voorheen volstrekt vreemd was. Want: samen spelen is inderdaad de heersende moraal, uitermate wenselijk boven elke andere vorm van kinderlijk gedrag, en de verbale communicatie van ouder tot kind dient in dergelijke ‘uit de hand lopende situaties’ te worden ingezet om het eigen kind (zicht- en hoorbaar voor andere ouders) te corrigeren.

Maar wacht eens even. Waarom in godesnaam zou samen spelen de heersende moraal moeten zijn? Het is geen slecht theoretisch model, maar wat betekent het eigenlijk echt, hoe dient het gerealiseerd te worden (en volgens wiens maatstaven) en wie in de grotemensenwereld speelt er nu naar behoren samen? En waarom zou dat geprefereerd moeten worden boven ander gedrag? Zoals grenzen hebben en die weten te communiceren?

Ik kroop in de schulp van mijn zoon en dacht: misschien is het voor hem werkelijk onprettig dat een ander kind op dat moment dicht bij hem komt, iets doet tegen zijn wil. Hij weet dit op een nogal duidelijke manier te communiceren en dan is er een volwassen mens dat een ander klein kind aanmoedigt om over zijn grenzen heen te gaan, terwijl zij moet begrijpen dat hij dat niet wil, omdat het hoogst haalbare goed nu eenmaal samen spelen is?

Al vaker hoorde ik mijzelf in de speeltuin of in het bijzijn van andere ouders en kinderen middels, de daarvoor niet geschikte, verbale communicatie mijn zoon corrigeren, wetende dat ik met iets heel raars bezig was. Een kind is lichaam en gevoel, een volwassene verstand en verbale communicatie. Niet alleen spreekt mijn kind mijn taal niet, waarom zou ik hem via mijn manier van communiceren moeten dwingen om voor mij wenselijk gedrag (of gedraag dat aan de heersende moraal voldoet) te vertonen?

Spiegel van de ouders

Tijdens dezelfde speeltuinsessie sprak ik met een andere moeder over wat me was overkomen. Ze begon in eerste instantie over het karakter van het kind (‘Karakter? Hoezo, een kind is een spiegel van de ouder(s), een product van de opvoeding,’ spreekt een socioloog in hart en nieren). Vervolgens sprak zij over waarom het een streven is – voor kinderen, maar misschien evengoed voor volwassenen – om altijd maar wenselijk gedrag te laten zien.

En zo is het maar net. Want voor wie en waarom en met wiens motivatie? Laat kinderen kinderen zijn en laten wij als ouders ons er zo min mogelijk mee bemoeien, want anders leren kinderen het nooit. Misschien net als wij.

Aline van de Watering is socioloog en moeder. Beeld
Aline van de Watering is socioloog en moeder.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden