Opinie

Opinie: ‘Het onderwijssysteem is niet de oplossing voor de problemen die het zelf veroorzaakt’

De onderwijsministers willen ‘alles doen wat nodig is’ om het lerarentekort te bestrijden, maar alleen meer geld beschikbaar stellen is geen structurele oplossing, schrijven Geertje Hulzebos en Michael S. Merry.

Geertje Hulzebos en Michael S. Merry
Veel schoolbesturen weten simpelweg niet waaraan al het extra geld in slechts twee jaar moet worden uitgeven – extra leerkrachten zijn er immers niet. Beeld ANP
Veel schoolbesturen weten simpelweg niet waaraan al het extra geld in slechts twee jaar moet worden uitgeven – extra leerkrachten zijn er immers niet.Beeld ANP

Jaar op jaar worden er in onderwijsland andere effecten verwacht van dezelfde maatregelen, de aanpak van het lerarentekort die de onderwijsministers op 1 juli de Kamer hebben voorgelegd laat dat opnieuw zien. Het lerarentekort en de kansen­ongelijkheid zijn problemen die voortkomen uit een kapot systeem, terwijl van datzelfde systeem wordt verwacht dat het de problemen oplost als we er maar meer geld naar toesturen. Het is goed dat wordt erkend dat de problemen structurele verandering vergen, maar zolang we binnen het systeem blijven denken, verandert er niets.

Op 1 juli schreven de onderwijsministers Dennis Wiersma en Robbert Dijkgraaf de Tweede Kamer dat zij met ‘onorthodoxe maatregelen’ komen om het lerarentekort aan te pakken. Naast de structurele 1,5 miljard euro extra budget voor de onderwijssector, is landelijke sturing zoals het veranderen van de bekostiging en het inzetten van extra ondersteuning ‘geen taboe meer’.

“We zijn bereid alles te doen wat nodig is om het lerarentekort te bestrijden,” aldus de ministers in een interview met NRC. In 2007 werden dergelijke maatregelen ook al geadviseerd, toen door de commissie Rinnooy-Kan en eveneens om het lerarentekort aan te pakken.

Kansenongelijkheid

Vorig jaar stelde de Sociaal Economische Raad (SER) in haar advies Gelijke kansen in het onderwijs dat kansenongelijkheid een ‘veelkoppig monster’ is, ‘verandering [moet] plaatsvinden binnen het hele onderwijssysteem’ – én verder. Het onderwijs is namelijk niet de ‘grote gelijkmaker’. Het tegendeel is waar: kwetsbare jongeren hebben door het onderwijs juist minder kansen door ‘de wijze waarop het Nederlandse opvang- en onderwijssysteem is georganiseerd’. Voor de oplossing die de SER voor ogen heeft, hoeven we niet ver te zoeken, de ondertitel van het advies luidt: Structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen.

Het is volgens de Algemene Rekenkamer van de 280 miljoen euro aan extra subsidie echter niet te zeggen of die terechtkomt bij de kwetsbare leerlingen waarvoor zij bedoeld is. Wij kennen zelfs een basisschool met een uitdagende leerlingenpopulatie waar van het NPO-geld (Nationaal Progamma Onderwijs, in totaal 8,5 miljard euro) 10.000 euro is besteed aan gordijnen en waar de leerkrachten les van een yogajuf krijgen. Men weet simpelweg niet waar al dat geld in slechts twee jaar aan moet worden uitgeven – extra leerkrachten zijn er immers niet.

Ook bij de Hogeschool van Amsterdam blijft van dit geld ‘miljoenen op de plank’ liggen. Faculteiten hebben moeite het uit te geven.

Liberaal filosoof John Stuart Mill kwam in 1859 met het radicale voorstel het staatsonderwijs grotendeels af te schaffen. Door ouders het onderwijs naar eigen goeddunken te laten verzorgen wordt de vrijheid en pluriformiteit gewaarborgd – staatsonderwijs staat dat in de weg, is de gedachte. Voor kinderen wier ouders niet in staat zijn hen een (vereist) minimale basiskennis mee te geven, zou staatsonderwijs mogelijk moeten blijven.

Toegomen overheidsbemoeienis

Hoewel dit voorstel bij veel lezers weerzin zal oproepen, zijn grote delen van dit gedachtegoed gerealiseerd. De ironie is dat dit niet is bereikt door de rol van de staat te beperken – zoals Mill voorstelde – maar juist door deze uit te breiden. Ouders hebben vrije schoolkeuze waardoor de segregatie op scholen ‘sterker [is] dan in wijken’, aldus de Onderwijsraad. Ook is er een grote pluriformiteit aan onderwijsvormen: niet alleen kan men door de vrijheid van onderwijs een school oprichten naar de eigen didactische en religieuze overtuigingen, maar ook de bijlesindustrie tiert welig, zo gaven huishoudens in 2021 328 miljoen euro uit aan bijles.

Het staatsonderwijs is niet afgeschaft, maar staat ‘onverminderd onder druk’. Door de groei van privaat en aanvullend onderwijs ‘worden kerntaken van het onderwijs uitbesteed’, aldus de Onderwijsinspectie. In 2020 ging zelfs een derde van de ruim 90 miljoen euro voor onderwijsachterstanden naar private partijen – en de rol van schaduwonderwijs wordt intussen almaar groter.

Het is mooi dat de onderwijsministers bereid zijn ‘alles te doen’, maar zolang we niet bereid zijn in te zien dat het onderwijssysteem de problemen die het zelf veroorzaakt niet kan oplossen, zullen de ‘onorthodoxe maatregelen’ dezelfde blijven als de afgelopen decennia. Oude sleutels openen geen nieuwe deuren.

Geertje Hulzebos is onderwijskundig interim-adviseur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.  Beeld
Geertje Hulzebos is onderwijskundig interim-adviseur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Michael S. Merry is hoogleraar onderwijsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Beeld L. Bregman
Michael S. Merry is hoogleraar onderwijsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.Beeld L. Bregman

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden