Opinie

Opinie: ‘Het handelsbeleid van de EU is een race naar eenzaamheid’

De Europese Unie heeft zich de afgelopen decennia wereldwijd geïsoleerd door neokoloniale opvattingen over landbouwproductie en internationale samenwerking, stellen Erik Meijaard en Piet van Dijk. De Unie heeft beleidsinstrumenten in handen om dit op te lossen, maar interne krachten verhinderen dat.

Het Parool
Ontbossing in het Braziliaanse Mato Grosso. Beeld Amanda Perobelli/REUTERS
Ontbossing in het Braziliaanse Mato Grosso.Beeld Amanda Perobelli/REUTERS

Sinds de voedseltop van de Verenigde Naties van vorig jaar is er een toenemende belangstelling voor de rol van handelsbeleidsinstrumenten om duurzame voedselsystemen op te bouwen. Handelsovereenkomsten worden georganiseerd als wederzijdse sets van duidelijke, bindende voorwaarden met institutionele instrumenten voor samenwerking, klachten, conflictoplossing en deelname van maatschappelijke organisaties.

Maar de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU is nog niet afgerond, en evenmin andere strategieën als de Green Deal en Farm to Fork, die een nieuw bedrijfsmodel voor Europese boeren willen ontwikkelen dat bijdraagt aan het terugdringen van klimaatverandering en de achteruitgang van biodiversiteit.

Deze beleidsinitiatieven worden tegengewerkt door agrovoedings- en bosbouwlobby’s, maar ook door milieuorganisaties en politieke partijen. De onwaarschijnlijkste allianties zijn in de EU gesmeed om Afrikaanse, Zuidoost-Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen en de bosbouw- en landbouwproducten die ze produceren en exporteren te demoniseren.

Orang-oetans

Europeanen willen de incoherentste zaken. Ze willen dat orang-oetans en tijgers vrij leven in ongerepte bossen en gorilla’s op bergen beschermd door professionele veiligheidstroepen. Ze zijn geëmotioneerd over hun wetgeving tegen ontbossingsgerelateerde import van hout, papier, vlees, palmolie en soja uit tropische landen, veelal producten die de EU zelf produceert. Maar tegelijkertijd willen ze dat andere gewassen die alleen in de tropen worden verbouwd geïmporteerd blijven: koffie, thee, cacao en tropische specerijen.

Europese bedgenoten die tegen het nieuwe EU-handelsbeleid zijn, stellen dat handelsovereenkomsten deuren zullen openen voor lawines van producten die worden geproduceerd tegen hoegenaamd vreselijk lage normen die oneerlijke concurrentie voor EU-boeren betekenen, en dat de productie in het zuiden slecht is voor bossen en dieren.

Maar geven Europeanen echt evenveel om hun eigen natuur als om bossen en dieren in de tropen? Zijn Europeanen werkelijk geïnteresseerd in het vergelijken van duurzaamheidseffecten van het groeien van tropische palmolie met die van in de EU geteeld koolzaad, zonnebloem, olijven of maïs? Tonen we onze liefde voor de natuur als we Amerikaanse soja willen kopen in plaats van Braziliaanse?

Dubbele moraal

Als Europeanen duurzaamheid echt serieus zouden nemen, zouden ze pleiten voor een eerlijk vergelijk van landefficiëntie, pesticiden en kunstmestgebruik tussen maïs, koolzaad, olijven en zonnebloem in de gematigde zone aan de ene kant en tropische palmolie en soja aan de andere. Zuidoost-Aziatische landen (verenigd in ASEAN) waren het eens met de Europese Commissie over een dergelijke vergelijking, maar de Commissie schoof het onder het tapijt.

Wat wij horen van tropische landen is dat ze genoeg hebben van het Europees egoïsme en onze dubbele moraal. Hun grootste markten bevinden zich nu in Azië, niet langer in Europa. Daarmee heeft Europa niet alleen een grote exportmarkt verloren, maar het betekent ook dat de EU en haar lidstaten geen ‘hefboomwerking’ hebben, dat wil zeggen de mogelijkheid om gezamenlijk naar betere productiemethoden te streven.

De EU haast zich naar eenzaamheid en isolement, onder nauwelijks onderdrukt gegiechel in internationale diplomatieke kringen. In de inaugurele rede van dit academische jaar van het gerenommeerde Europacollege in Brugge noemde de heer Josep Borrell, hoge vertegenwoordiger van de EU, de wereld een ‘jungle’ en Europa een ‘tuin’.

Onaangeroerd

Europeanen definiëren wilde natuur als iets wat ze willen, maar niet in hun eigen achtertuin. Ze willen dat hun natuur netjes is, herderlijk, met een diepe culturele geschiedenis, beheerd door boeren, geruststellend voor het oog en toegankelijk voor mountainbikes en het uitlaten van de hond. Het is van ons om te gebruiken.

En de natuur elders is inderdaad een jungle – maar ook een beetje onze jungle, met onze orang-oetans, tijgers en neushoorns. Onze medemensen op andere continenten zouden deze natuur onaangeroerd moeten laten en de landbouwproductie aan ons moeten overlaten – natuurlijk met uitzondering van Noord-Amerika en Australazië.

Als handels- en landbouwnatie kan Nederland een sleutelrol spelen. Zowel om het gesprek tussen Europa, Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika coherent te maken, als om – door praktische samenwerking voor de opbouw van duurzame voedselsystemen – beleid te ontwikkelen op de gebieden van voedselzekerheid, kringlooplandbouw en de rol van handel. En zo schep je perspectief voor boer en burger.

Erik Meijaard, werkzaam in natuurbescherming Zuidoost Aziatische tropen en voorzitter van de IUCN werkgroep voor oliegewassen

Piet van Dijk, jurist gespecialiseerd in internationale betrekkingen en handel.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden