Opinie

Opinie: ‘Het dikke-ik is aan het rellen’

Het invoeren van de avondklok heeft geleid tot rellen en plunderingen. Ursus Eijkelenberg en Matija Lujić stellen dat dit samenhangt met het vrijheidsbegrip van het zelfingenomen individu dat alleen rechten en geen plichten kent.

Als je de vrijheid wordt ontnomen lekker jezelf te zijn en te doen wat goed voelt, tja, dan kom je toch gewoon in opstand? Beeld ANP
Als je de vrijheid wordt ontnomen lekker jezelf te zijn en te doen wat goed voelt, tja, dan kom je toch gewoon in opstand?Beeld ANP

In 2005 signaleerde filosoof Harry Kunneman de opmars van een nieuw menstype: het dikke-ik. Dit menstype, schreef Kunneman in zijn boek Voorbij het dikke-ik, is zelfingenomen, laat zich aan niets en niemand iets gelegen liggen en gaat ellebogend door het leven. Dit hoogst autonome individu is eigenlijk gelijk een peuter: in de ban van een aantal primaire begeertes en in de veronderstelling dat de buitenwereld bestaat om hem of haar in dezen te bedienen. En och, wat wordt het boos wanneer die wereld om een geheel andere as blijkt te draaien.

Hoe vergaat het het dikke-ik tijdens de lockdown? Het #doetnietmeermee, vernamen we vorig jaar al via sociale media. Hier en daar zagen we het heimelijk een feestje geven, of boos uitvallen tegen een conducteur of medisch hulpverlener. Maar nu, met de invoering van de avondklok, is deze peuter ziedend. Door heel het land plundert het en gaat op de vuist met de autoriteiten, het gooit stenen naar ziekenhuizen en laat een GGD-teststraat in vlammen opgaan. Het dikke-ik, en dan met name de jonge variant, is aan het rellen.

Selfism

Egoïsme, me myself and I, het dikke-ik: met verontwaardiging, afschuw en schok nemen we er kennis van. Als van iets dat, zeker nu, echt niet hoort. Of we relativeren het door erop te wijzen dat 99 procent van de mensen zich wel aan de maatregelen houdt. Maar door het dikke-ik zo te verbijzonderen, gaan we voorbij aan de onderliggende problematiek. Het egoïsme komt namelijk niet uit de lucht vallen, maar groeit uit een bodem. Een cultuur die bijzonder herbergzaam blijkt voor volwassen peuters.

“Dit heeft niets te maken met de strijd voor vrijheid,” zei Mark Rutte (VVD) over het rellen. Onjuist, zou Kunneman tegenwerpen. Het heeft er wel degelijk mee te maken, en wel met de eigenaardig individualistische notie van vrijheid die wij erop nahouden. Wij, zo gaat het verhaal, komen ter aarde als vrije individuen, onbezwaard door welke verplichting van buitenaf dan ook. Niks of niemand kan ons binden, ons iets opleggen, zolang wij daar niet eerst voor gekozen hebben. Het hoogste goed, zo weten wij, is keuzevrijheid: wij kiezen ervoor lid te zijn van een gemeenschap, wij kiezen ervoor in een bepaalde waarheid te geloven (een bepaalde viruswaarheid bijvoorbeeld). Met termen als ‘plicht’ en ‘moeten’ en ‘objectiviteit’ moet je bij ons echter niet wezen; nee, deze beperken onze vrijheid te zeer, ze zijn achterhaald en oppressive.

We leven, zoals David Brooks stelde in een veelbesproken New York Times artikel, in een cultuur van selfism. In onze pogingen richting te geven aan onze levens kijken wij veeleer naar binnen, naar onze gevoelens en emoties. Het ‘zelf’ is ons morele horizon; in hem of haar leven wij, bewegen wij en zijn wij. Self-care; gewoon jij doen; jezelf zoeken, vinden en blijven; doen wat goed voelt voor jou; en zo verder: ons hedendaagse denken is doordesemd van zulke romantische memes. Homo incurvatus in se, zou Sint-Augustinus gezegd hebben: de in zichzelf gevouwen mens. Is het een wonder dat sommigen van ons raar opkijken, ja in opstand komen, wanneer ons de vrijheid wordt ontnomen lekker onszelf te zijn en te doen wat goed voelt?

Burgeroorlog

“Als we zo doorgaan, zijn we op weg naar een burgeroorlog,” zei burgemeester John Jorritsma van Eindhoven, licht overgevoelig. Hoewel overtrokken, doet zijn uitspraak denken aan wat de filosoof Thomas Hobbes een ‘oorlog van allen tegen allen’ noemde. Een dystopische ‘natuurtoestand’ waarin ongebonden, vrije individuen zich op ongemeenschappelijke, zelfs vijandige wijze tot elkaar verhouden.

Hobbes en anderen bedachten dat ieder maatschappelijk samenleven in feite berust op een compromis, een sociaal contract: in ruil voor bescherming en vrede levert men gelijkelijk vrijheid in aan het overkoepelend geheel. Modern burgerschap, in andere woorden, is tweeledig, bestaande uit rechten én plichten.

De plicht, echter, is sinds de opmars van de transnationale mensenrechten na de Tweede Wereldoorlog, de ontzuiling en de hegemonie van het liberalisme na het einde van de Koude Oorlog, in de vergetelheid geraakt. Wat nog resteert van het tweeledig burgerschapsideaal is ongeveer de helft: een juridisch corpulent ‘ik’ dat zich steeds eenzijdiger lijkt uit te drukken in de vorm van rechtenclaims (Latijn: clamare, ‘schreeuwen’). En zo kan het dikke-ik, gesterkt door het rechtsgevoel, schreeuwend door de Nederlandse straten om zijn rechten op te eisen, zonder zich over zijn plichten ook maar één seconde te bekommeren.

Plekje op het podium

Bekijken we het sociaal contract in het licht van de huidige rellen, dan zullen sommigen zich afvragen of de overheid niet eerst contractbreuk heeft gepleegd. Is er geen recht op verzet als de staat tekortschiet in de bescherming van de burger en het rekenschap geven aan het algemeen belang? Het stijgend aantal daklozen in Nederland, vooral onder de jongeren, de bezuinigingen op vitale maatschappelijke stelsels als de zorg – de gevolgen en boosheid daarover openbaren zich nu pas – en als bedorven kers op de toch al zure taart de toeslagen­affaire; tien jaar – als niet langer – aantoonbaar groeiend wantrouwen, minachting zelfs, jegens de burger ontkracht dat argument in elk geval niet.

Hoe het ook zij: de in het Westen oprukkende claimcultuur is het staatsrechtelijke equivalent van het dikke-ik-denken. De schreeuwlelijk claimt zijn plek op het podium (want dat is zijn recht!) en het toch al povere maatschappelijke debat laat zich aanhoren als een stel ruziënde peuters. Het leidt tot een communicatiestop en een kritieke erosie van wat voormalig vice­president van de Raad van State Herman Tjeenk Willink (PvdA) beschrijft als ons ‘enig overgebleven gemeenschappelijk fundament’: de democratische rechtsorde.

Kijken we naar de eenzijdige ontwikkeling van burgerschap – met rechten en vooral zonder plichten –, dan is de gedachtesprong van het gebroken stationsglas in Eindhoven naar Hobbes’ dystopische natuurtoestand waarin men verwoed en agressief zijn eigen belangen najaagt, inderdaad geen moeilijke.

Verontwaardiging, afschuw en schok. Ze zouden ons er niet van moeten weerhouden vast te stellen dat we allemaal te dik zijn. De avond­klokrellen zijn de uitwassen van een cultuur waar wij allen deel aan hebben. Het is een cultuur die zich kenmerkt door een doorgeslagen individualistische conceptie van vrijheid, een cultus van het ‘zelf’ en een eenzijdig burgerschapsideaal. Een cultuur waarin het dikke-ik, met zijn peuterkijk op het leven, goed gedijt.

Tijd voor een collectief dieet.

Ursus Eijkelenberg, onderzoeker aan de Universiteit van Manchester, specialiseert zich in het staatsrecht vanuit sociologisch perspectief. Beeld
Ursus Eijkelenberg, onderzoeker aan de Universiteit van Manchester, specialiseert zich in het staatsrecht vanuit sociologisch perspectief.
Matija Lujić Bucerius, Research Fellow bij de Zeit-stiftung in Hamburg, werkt in Nederland aan zijn ­essaybundel Madonna in ­Sodom. Beeld
Matija Lujić Bucerius, Research Fellow bij de Zeit-stiftung in Hamburg, werkt in Nederland aan zijn ­essaybundel Madonna in ­Sodom.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden