Opinie

Opinie: ‘Het Centraal Schriftelijk Eindexamen is een overbodig gedrocht’

Nederlandse middelbarescholieren zitten nu midden in hun Centraal Schriftelijk Eindexamen. Jaar in, jaar uit ziet Piet Raphael zijn leerlingen deze periode doormaken met veel stress. Hij pleit ervoor het CSE af te schaffen.

Het Parool
Leerlingen maken hun eindexamen.  Beeld KOEN VAN WEEL/ANP
Leerlingen maken hun eindexamen.Beeld KOEN VAN WEEL/ANP

Ik werk al ruim 25 jaar in het onderwijs, waarvan 15 in het middelbaar onderwijs. Eén van de conclusies die ik na al die tijd trek is dat het Centraal Schriftelijk Eindexamen (CSE) een overbodig gedrocht is dat zo snel mogelijk moet worden afgeschaft. In een paar uur wordt 50 procent van het eindcijfer voor alle vakken bepaald. Hiervoor heerst er een maandenlange stress onder zowel leerlingen, leraren als ouders.

Als ik kijk naar de minimaal vijftig examenklassen die ik door de jaren heen heb begeleid, kan ik concluderen dat het CSE voor mijn vak (Engels) in de verste verte niet voldoet. Bij de kijk- en luistertoets verstaat iedereen wat er gezegd wordt, maar vallen er onvoldoendes omdat de vragen wollig, onduidelijk of gewoon oneerlijk gesteld zijn.

Bij de leesteksten is het niet anders. De vragen zijn bedoeld om de kandidaat te laten falen, hem of haar erin te luizen, te laten zien dat je nog veel specifieker moet zijn, terwijl de volgende vraag een generalisatie is. Ik heb in al die jaren nog nooit een leerling met een 100 procent score gezien.

Aftikken van hoofdstukken

Het examen is er op geen enkele manier op gericht om te belonen of om de de werkelijke stand van zaken op het gebied van vaardigheden en inzicht te bepalen. Als een hoogleraar het examen Nederlands niet voor hoger dan een 7,5 kan maken is eigenlijk alles toch al gezegd?

Het Nederlandse onderwijs wordt momenteel op de ‘eindtermen’ ingericht. Zo is de hele bovenbouw gericht op het zorgvuldig aftikken en toetsen van de verschillende hoofdstukken uit het ‘kerncurriculum’. Dit ontneemt de leraar alle vrijheid om uit de eigen ervaring en liefde voor het vak te inspireren en enthousiasmeren.

De moderne leerling heeft de beschikking over internet en kan alle feitelijke kennis snel en eenvoudig bereiken. Waar de leraar vroeger iemand was die kennis had die een leerling eenvoudigweg niet kon hebben, is de leraar nu eerder een katalysator. Iemand die je begeleidt in het zelfstandig leren vinden van de kennis. Iemand die jou kent en begeleidt op persoonlijk vlak en bij het ontwikkelen van vaardigheden. Althans, dat zou hij in mijn optiek moeten zijn.

Jaar in jaar uit dezelfde stof

Het CSE toetst grotendeels een vaardigheid die niet meer relevant is. Feiten uit je hoofd leren is overbodig dankzij de huidige technologie. Het antwoord zit dag en nacht in je tas of broekzak in de vorm van een telefoon of laptop. Natuurlijk is uit het hoofd leren ook best iets dat je kan trainen. Maar ja, je laat een bokser ook niet alleen maar touwtje springen.

De leraar wordt ondertussen gedwongen om jaar in jaar uit dezelfde stof te behandelen en te toetsen. Er is geen vrijheid meer om zelf iets toe te voegen of uit te kiezen. Alles moet getoetst en afgetikt, in cijfers verantwoord – en dit alles uit angst voor ‘de resultaten’, de inspectie, het niet op tijd afkrijgen.

Zo leven we van toets naar toets naar toets naar toets naar eindexamen. En dit terwijl we al lang weten dat de meeste kennis niet beklijft, eenvoudigweg omdat deze gestampte feiten door gebrek aan context en echte motivatie niet in het langetermijngeheugen terechtkomen.

Motie van wantrouwen

De 50 procent die het CSE ‘waard’ is, is goed beschouwd ook een totale motie van wantrouwen tegen de leraar. Er wordt aangenomen dat er een ‘landelijke norm’ nodig is. Waarom? Zijn docenten fraudeurs die leerlingen zomaar een diploma geven? Zijn docenten niet in staat om te bepalen wat het niveau van een leerling is? Beschermt het CSE leerlingen tegen docenten die expres leerlingen benadelen? Het is allemaal ontzettend marginaal. Het ‘coronadiploma’ heeft ons geleerd dat scholen prima in staat zijn om zelf te bepalen of een leerling klaar is voor het vervolg.

Als het gaat om een ‘landelijke norm’ is er een veel eenvoudiger oplossing: een diagnostische, anonieme test per vak, met een studielast van een groot proefwerk. Scholen die voor een vak duidelijk onder de maat scoren komen in beeld en worden eventueel bevraagd door de inspectie. Het gebeurt eigenlijk al met de diagnostische toetsen in klas 1.

Kinderen haken op school af doordat ze het gevoel krijgen dat ze niet voldoen, of het nut van de stof niet zien. ‘Je moet het leren omdat het nou eenmaal moet’, ‘We moeten de toets wel doen om te kijken waar je staat’. Maar waarom zou een kind dingen moeten leren waar het op dat moment niet klaar voor is? Laat het kind doen waar het goed in is, en houd op met voortdurend aanwijzen wat niet goed is of niet voldoet. Zelfvertrouwen en een gezond zelfbeeld zijn de basis voor motivatie.

Cortisol, adrenaline en slaaptekort

Zonder de druk van het CSE, toetsen en cijfers, kan je een totale alfa op een rustige en motiverende manier wiskunde geven tot aan het laatste schooljaar, of een bèta interesseren voor culturele onderwerpen. Niet dat deze persoon verder ooit iets met deze kennis zal doen, maar nu is het volgen van een vak in ieder geval geen basis voor een trauma.

En dat is wel wat het CSE voor veel leerlingen is. Een trauma. Kennis die onder invloed van veel te veel cortisol, adrenaline en slaaptekort wordt opgedaan, wordt op een onpersoonlijke, achterhaalde en oneigenlijke manier getoetst.

Het is typisch dat de eindexamenperiode wordt afgesloten met een periode van zwaar feesten, waarbij het gemiddelde alcohol- en drugsgebruik de opgedane kennis sowieso weer voor het grootste deel uitwist. Je kan zeggen dat dit gechargeerd is, maar het verband tussen buitensporig middelengebruik en stress en trauma is niet vergezocht.

Inspirerende studiereis

Het eindexamenjaar voelt nu als een strafkamp waarin gefaald kan en zal worden. Maar het laatste schooljaar zou ook een een leerzame en inspirerende studiereis op weg naar het eigen talent kunnen zijn.

Leerlingen zijn mensen die als mens behandeld moeten worden: met liefde en persoonlijke aandacht. Mensen die een kans krijgen om gemotiveerd te raken voor school omdat het een plek is waar ze dingen mogen doen waar ze zich fijn bij voelen, en waar hun aanleg – in welke richting dan ook – wordt gestimuleerd. Falen is niet langer een optie omdat het simpelweg niet meer kan.

Het ministerie van Onderwijs moet leraren hierin volledig steunen. Dit betekent dat leraren het vertrouwen krijgen om leerlingen te helpen in het maken van positieve keuzes richting hun toekomst. Dat leraren niet meer in angst hoeven te leven over ‘de resultaten’, maar weten dat zij expert zijn in het herkennen van talent, en dat ze mogen coachen vanuit hun eigen levenservaring en liefde voor het vak.

Zonder cijfers

Verandering is eng en kost tijd. Maar daar heeft de huidige generatie leerlingen geen barst aan. De omslag die gemaakt moet worden heeft eigenlijk alleen met vertrouwen te maken. Vertrouwen dat groei van kind naar volwassen onvermijdelijk is, vertrouwen dat elk mens van nature nieuwsgierig is en wil leren, vertrouwen in de leraar als begeleider die de leerling coacht naar het talent toe, vertrouwen dat we zonder cijfers ook en zelfs beter kunnen zien waar iemand staat.

Piet Raphael  Beeld
Piet Raphael

Piet Raphael is leraar Engels aan het Haags Montessori Lyceum.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden