Opinie

Opinie: ‘Het bloedbad in 1988 en de aanhoudende misdaden tegen de menselijkheid in Iran vragen om gerechtigheid’

Vorige week werd een man in Iran geëxecuteerd voor een misdaad die hij beging als minderjarige. De Iraanse gemeenschap in Nederland maakt zich grote zorgen en moet zich hard blijven maken voor gerechtigheid, schrijft Hassan Kamali.

Het Parool
Protesten in Stockholm, waar oud-gevangenisfunctionaris Hamid Nouri terechtstaat voor moord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden begaan in 1988. Beeld AFP
Protesten in Stockholm, waar oud-gevangenisfunctionaris Hamid Nouri terechtstaat voor moord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden begaan in 1988.Beeld AFP

Arman Abdolali, een jonge man, is vorige week woensdag in Iran geëxecuteerd voor een misdaad die hij gepleegd zou hebben toen hij nog geen achttien was. Abdolali was nog maar een kind, en kreeg geen eerlijk proces. Het werd ontsierd door ernstige schendingen, waaronder het gebruik van geweld om een bekentenis af te dwingen. Op internationaal niveau riepen vele partijen, onder meer Amnesty International, op om hem te sparen. Maar daar luisterde Iran niet naar. En de EU? Zoals altijd, keek die toe.

De Iraanse gemeenschap in Nederland maakt zich grote zorgen over het stijgende aantal executies in Iran sinds Ebrahim Raisi deze zomer president werd: 305 tot nu toe. Raisi is in Iran berucht als een van de belangrijkste daders van de massa-executie van duizenden politieke gevangenen in 1988.

Religieus bevel

Ik ontvluchtte Iran in 1986, na vier jaar in de gevangenis te hebben gezeten vanwege mijn activiteiten voor de Iraanse oppositie. Veel van mijn vrienden zijn dankzij Raisi geëxecuteerd. Er is geen dag dat ik niet aan hen denk. Elke nieuwe executie brengt mijn nare herinneringen van de gevangenis opnieuw naar boven. Ik heb het overleefd, maar ik voel me verplicht de stem te zijn van vele slachtoffers van de executies in 1988.

Deze zaak ligt bijzonder gevoelig in Iran, waar de huidige regeringsfiguren ervan worden beschuldigd een rol te hebben gespeeld bij deze misdaden, met name president Raisi. Hij was lid van de ‘doodscommissies’, een groep van regime-autoriteiten die als rechters optraden. Zij stuurden duizenden politieke gevangenen die weigerden hun steun aan de Iraanse oppositiegroep, Volksmujahedin MEK, af te zweren naar de executiekamers.

Het bloedbad was gebaseerd op een fatwa (religieus bevel) van de voormalige opperste leider van Iran, Ruhollah Khomeini. In zijn fatwa werd verordend: ‘Degenen die in het hele land in gevangenissen zitten en standvastig blijven in hun steun aan de Monafeqin [Mujahedin], voeren oorlog tegen God en zijn veroordeeld tot executie.’ Raisi werd in 2018 en 2020 ondervraagd; hij bracht een ‘eerbetoon’ aan Khomeini’s ‘bevel’ om de zuivering uit te voeren.

Oud-gevangenisfunctionaris

Begin mei riepen meer dan 150 persoonlijkheden, onder wie Nobelprijswinnaars, voormalige staatshoofden en voormalige VN-functionarissen, op tot een internationaal onderzoek naar de executies.

Deze week getuigt Hamid Nouri (60) – een voormalige Iraanse gevangenisfunctionaris die ervan wordt beschuldigd een rol te hebben gespeeld tijdens de massa-executies in 1988 – voor het eerst in een rechtszaak in Zweden.

Hij staat sinds augustus terecht voor de rechtbank van Stockholm op beschuldiging van moord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Dit gaat over de periode van 30 juli tot 16 augustus 1988, toen Nouri assistent was van de plaatsvervangend aanklager van de Gohardashtgevangenis in Karaj, dicht bij Teheran.

Doodsgangen

Twee weken geleden werd het Zweedse proces verplaatst naar Albanië om getuigenissen te horen van zeven belangrijke getuigen, die lid zijn van de MEK. Een van de belangrijkste getuigen is Asghar Mehdizadeh, de enige gevangene die de executiezaal heeft gezien en nog leeft. Tijdens zijn getuigenis vorige week zei hij: ‘Van 4 augustus tot 8 augustus was ik in de doodsgangen van Gohardasht. En elke dag was ik getuige van vijftien groepen van tien tot vijftien gevangenen die naar de doodsgangen werden gebracht.’

‘Ze namen me mee naar de doodsgangen. Van onder de blinddoek kon ik de lichamen van de doden zien. Een van de bewakers deed mijn blinddoek af. Ik zag een podium waarop twaalf MEK-supporters op stoelen stonden met touwen om hun nek. De bewakers sleepten de lijken het gebouw uit. Davood Lashgari, Nasserian en Hamid Abbasi [Nouri] stonden op het podium. De MEK-aanhangers begonnen slogans te scanderen als ‘Lang leve de vrijheid’, ‘Dood aan Khomeini’. De bewakers begonnen de stoelen onder hun voeten vandaan te trekken...’

Deze week zal Hamid Nouri worden ondervraagd voor zijn rol in dit gruwelijke bloedbad. De roep om gerechtigheid is niet alleen iets voor het verleden, voor de executies in 1988, maar Iraniërs vragen gerechtigheid voor de aanhoudende misdaden tegen de menselijkheid in hun land. Ook voor piepjonge gevangenen als Arman.

Hassan Kamali, docent bij Hogeschool van Amsterdam en covoorzitter Iraanse Academici Nederland. Beeld -
Hassan Kamali, docent bij Hogeschool van Amsterdam en covoorzitter Iraanse Academici Nederland.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden