Opinie: ‘Herwaardering van het vmbo is beter voor iedereen’

De onderwaardering van het vmbo leidt tot verspilling van talent en benadeelt een aanzienlijk deel van de schoolgaande kinderen, stelt leerkracht Marlie Hollands. Dat moet anders.

Een leerling van ROC Midden Nederland leert prikken. De opleiding op mbo-niveau is onderdeel van een proef­project van de GGD’s om het tekort aan gekwalificeerde prikkers voor covidvaccins op te vangen. Beeld ANP
Een leerling van ROC Midden Nederland leert prikken. De opleiding op mbo-niveau is onderdeel van een proef­project van de GGD’s om het tekort aan gekwalificeerde prikkers voor covidvaccins op te vangen.Beeld ANP

De achtstegroepers van Nederland hebben de afgelopen weken hun schooladvies gekregen. Een spannend moment voor kinderen, ouders en leerkrachten.

Hoe spannend het is, werd eerder dit jaar duidelijk in de documentaireserie Klassen. Daarin kon iedereen meebeleven welke druk er op kinderen ligt om een zo hoog mogelijk advies te halen, bij voorkeur havo of vwo. Als leerkracht grijpt me dat aan. Want hoe is het dan als je geen havo- of vwo-advies krijgt, maar een vmbo-advies?

Een groot deel van onze kinderen gaat naar het vmbo. Wat is daar mis mee? Wat is er mis met al die leuke, onmisbare mbo-beroepen waarvoor het vmbo de eerste stap is? Niets, uitsluitend het gebrek aan waardering die de maatschappij ervoor heeft. Die onderwaardering benadeelt kinderen en zorgt voor grote tekorten aan vakmensen in vitale sectoren als zorg en techniek. Kansengelijkheid blijft een utopie zolang we beroepen en de bijbehorende talenten fundamenteel ongelijk waarderen.

In mijn groep 4 zitten 23 prachtige kinderen met allemaal hun eigen talenten. De één tekent spectaculair, de ander krijgt de groep altijd aan het lachen. Sommigen zijn handig met knutselen of stellen superslimme vragen. Er zijn empathische kinderen en er zijn echte leiders. Als leerkracht probeer ik elk talent te waarderen. En toch ontkom ik niet aan de norm binnen het onderwijs dat cognitief talent het hoogst wordt gewaardeerd.

Plusklas voor elk talent

Kinderen die goed zijn in rekenen en taal worden op school als vanzelfsprekend bevestigd op hun sterke kant: ze zijn namelijk goed in vakken waarmee we een groot deel van de tijd bezig zijn. Daarnaast krijgen ze extra uitdaging in speciale groepjes.

Kinderen die moeite hebben met rekenen en taal ondersteunen we in zorggroepjes en met extra begeleiding. Hartstikke belangrijk, maar zij worden daarmee niet vanzelfsprekend bevestigd op hun sterke kant.

Waarom geen plusklasje voor kinderen die een groot sportief talent hebben of juist erg muzikaal zijn? Waarom geen handvaardig­heids­lokaal op elke basisschool, waar creatief of technisch begaafde kinderen de ruimte krijgen?

De basisschool zou het zelfvertrouwen moeten voeden van ieder kind. Ik ben bang dat met te veel nadruk op cognitieve vaardigheid het talent van menig kind al in de knop wordt geknakt.

De coronacrisis laat zien dat als het erop aankomt, we afhankelijk zijn van ieders talent en goede samenwerking. De arts kan niet zonder de verpleegkundige, de telefonist, de verzorgende, de ambulancechauffeur en de schoonmaker. Juist veel mbo-beroepen werden in deze tijd opeens zichtbaar als cruciaal, vitaal, onmisbaar! En toch wordt de arts aanzienlijk hoger gewaardeerd in geld en in status.

Hetzelfde zie je in de wereld van de techniek. Om de energietransitie te laten slagen en de klimaatcrisis aan te pakken, hebben we ze keihard nodig, ingenieurs én installateurs. Maar aan installateurs – van zonnepanelen, windmolens en andere duurzame technieken – is inmiddels een schreeuwend tekort. Want de status ligt bij het denkwerk, niet bij de uitvoering! En dus hopen de meeste ouders dat hun kind een havo- of een vwo-advies krijgt. Het weerspiegelt ‘gewoon’ de logica van onze maatschappij.

Maar is die logica nog wel van deze tijd? Als we iedereen nodig hebben, de denkers net zo hard als de doeners, laten we die maatschappelijk dan ook gelijk waarderen, in zowel geld als in status.

De echte wereld

In mijn klas zitten ze allemaal, nog in de knop, de kapper en de ingenieur, de voetballer, de danser en de verpleger, de elektricien en de chirurg. We leren samen en we creëren samen.

We spelen de ‘echte’ wereld geregeld na, die van het ziekenhuis of die van de bouwplaats. Maar stelt u zich eens voor dat we het nog wat echter zouden naspelen. Stelt u zich eens voor dat ik, aan het einde van de dag, het kind dat de chirurg speelt ruimschoots meer (nep)geld zou betalen dan het kind dat de verpleger speelt. Of stelt u zich eens voor dat ik zou zeggen dat de ingenieur en de elektricien, die nu met elkaar spelen in de bouwhoek en samen de mooiste dingen maken, elkaar na groep 8 nooit meer zullen zien, omdat de een nu eenmaal terechtkomt op het vwo en de ander op het vmbo. Zo veel onrecht zou niemand accepteren. Waarom accepteren we het dan wel in de echte wereld?

Marlie Hollands is leerkracht op basisschool Kindercampus Zuidas in Amsterdam. Beeld Het Parool
Marlie Hollands is leerkracht op basisschool Kindercampus Zuidas in Amsterdam.Beeld Het Parool
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden