Opinie

Opinie: ‘Herstel na de coronacrisis moet ook gaan om het repareren van de democratie en rechtsstaat’

De samenleving is druk te ‘herstellen’ van de coronacrisis, maar ook de rechtstaat heeft een opdonder gehad. John Jansen van Galen pleit voor herstel van de democratie.

Demonstranten op het Museumplein, afgelopen januari. Kritiek op de uitholling van de democratie komt vooral van 'wappies', zegt John Jansen van Galen. Beeld ANP
Demonstranten op het Museumplein, afgelopen januari. Kritiek op de uitholling van de democratie komt vooral van 'wappies', zegt John Jansen van Galen.Beeld ANP

Iedere keer als de pandemie lijkt te luwen klinkt de roep om ‘herstel’. Doorgaans wordt dan het herstellen van de economie bedoeld, maar juist de averij die democratie en rechtsstaat door covid-19 hebben opgelopen vereist herstel.

“We beginnen langzamerhand aan dingen gewend te raken waaraan we in onze vrije democratie niet gewend horen te raken,’’ meent Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht te Leiden. Namelijk: aan een beleid dat onze vrijheden inperkt zonder dat vooraf instemming is verkregen van de volksvertegenwoordiging.

Toen de pandemie in maart 2020 ook Nederland overspoelde diende snel ingegrepen en gehandeld te worden. Geen tijd voor gemiezemaus over de democratische legitimatie van maatregelen. Maar het duurde liefst tot december eer een ‘coronaspoedwet’ van kracht werd, die een wettelijke basis aan het beleid gaf. In die acht maanden was Nederland een soort virologische bananenrepubliek.

Als Amsterdammers wonen wij bijvoorbeeld in een der 25 ‘veiligheidsregio’s’, waarvan onze burgemeester de voorzitter is. Nu kun je Femke Halsema om een boodschap sturen maar voor wat daar bekokstoofd wordt is ze geen verantwoording schuldig aan de door ons gekozen gemeenteraad. Als ze zich niettemin verantwoordt, zoals na de Black Lives Matter-betoging, doet ze dat uit vrije wil, wellicht omdat het haar politiek beter uitkomt.

Fundamenteel vertrouwen

Hoe komt het dat wij ons niet bezorgder tonen over de aantasting van de democratie in deze pandemie? In de eerste plaats door het fundamentele vertrouwen dat wij aan de dag leggen jegens de instituties van het gezag: ze beramen vast geen kwaad voor ons.

In de tweede plaats door een algemeen gevoel dat snel en doortastend ingrijpen nu eenmaal geboden was en dat democratie weliswaar een schone zaak is (die, om met Multatuli te spreken, ‘het mensdom veel vermaak’ geeft), maar ook lelijk ophoudt. En dat konden we nu even niet hebben!

In de derde plaats door wat Voermans de ‘blame game’ noemt: wie krijgt de schuld als door de aandrang op democratische procedures de besmettingen met covid-19 weer de pan uit rijzen?

In de vierde plaats bleef kritiek op de uitholling van de democratie beperkt, omdat deze vooral kwam van ‘wappies’ die tekeergaan tegen de ‘virologische dictatuur’. Daarmee wil je liever niet worden geïdentificeerd en dus houd je je mond. Angst (voor kiezersverlies) is een veel geraadpleegde adviseur in politiek Den Haag.

Er wordt daardoor al anderhalf jaar coronabeleid gevoerd zonder deugdelijke afweging. Alle, veelal ingrijpende maatregelen zijn door de regering, met een beroep op RIVM en OMT, gebaseerd op de medische noodzaak ervan. In een volwassen democratie moet die echter afgewogen worden tegen de psychische (denk aan de verpleeghuizen), sociale en economische gevolgen. Maar het medische regime kreeg onweersproken de voorrang.

De coronaspoedwet herstelde de democratische verhoudingen grotendeels: in urgente gevallen kan de minister subiet maatregelen treffen waarvan het parlement echter spoedig in kennis moet worden gesteld. Stemt de Tweede Kamer er niet mee in, dan vervalt de regeling alsnog.

Uit democratisch oogpunt was mooi dat de coronaspoedwet een ‘horizonbepaling’ behelsde: hij zou eenmaal met drie maanden verlengd kunnen worden en daarna automatisch vervallen, uiterlijk op 1 juni 2021. Maar er verscheen een addertje onder het gras, dat verlenging van de wet toch mogelijk maakte.

De ‘tijdelijke wet testbewijzen’, die nog tot en met halverwege het volgende jaar moet gelden, werd door de regering ondergebracht in de coronaspoedwet, zodat die toch, in strijd met de oorspronkelijke bedoeling, nog minstens een jaar kan blijven gelden.

Nonchalance

Ging onder volksvertegenwoordigers en in de pers toen een storm van verontwaardiging op? Hebt u er iets van gemerkt? Of zijn we, zoals Voermans zegt, al teveel ‘gewend’ geraakt aan beperking van de democratie om ons hier druk over te maken? In De Groene Amsterdammer toont hoogleraar mensenrechten Barbara Oomen zich bezorgd over de ‘nonchalance’ die wij tegenover de ‘averij’ aan onze rechtsstaat aan de dag leggen.

Er komt gelukkig een tegenbeweging op gang. De min of meer stiekeme verlenging van de coronaspoedwet werd door de Tweede Kamer tamelijk achteloos aanvaard, maar de Eerste Kamer stelde zich assertief op als het ‘institutionele geweten’ van onze democratie dat zij hoort te zijn en dwong van minister De Jonge de toezegging af dat de wet hooguit tweemaal drie maanden verlengd zal worden. Nu hem er nog aan houden!

Want hoezeer bestrijding van de pandemie ook noodzakelijk is, de verantwoordelijkheid daarvoor dient democratisch gedragen te worden. De rechtsstaat mag er niet het slachtoffer van worden.

John Jansen van Galen is journalist en publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden