Opinie

Opinie: ‘Heersende opinie bepaalt de omgang met het koloniale verleden’

In Nederland is er lang niet altijd ruimte voor post- en dekoloniale kritiek, merkt Rochelle van Maanen. Terwijl kritiek volgens haar juist nodig is voor groei, ook wanneer het schuurt en oncomfortabel is.

Rochelle van Maanen
Nederlandse vrouwen in Kamp Tjideng moesten een traditionele buiging voor de Japanse keizer maken. Het duurde nog tot ruim na de overgave van de Duitse troepen in Nederland voor ook deze kampen werden bevrijd. Beeld
Nederlandse vrouwen in Kamp Tjideng moesten een traditionele buiging voor de Japanse keizer maken. Het duurde nog tot ruim na de overgave van de Duitse troepen in Nederland voor ook deze kampen werden bevrijd.

Op 4 mei zat ik in Carré bij De Oost bevrijd? van Theater Na de Dam. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik uit een familie kom waarin wij niet per se herdenken op 4 mei. Mijn familie was die dag nooit echt bewust stil om acht uur. In mijn geheugen gegrift is het zachte stemmetje van mijn Indische oma: “Wij hadden nog lang oorlog, hoor, na 4 mei.”

Mijn familieleden hebben allemaal een eigen motivatie om op andere data te herdenken. Op het moment dat Nederland bevrijd was, gold dat namelijk niet voor voormalig Nederlands-Indië. Zowel de oorspronkelijke bewoners als de Nederlanders werden gedwongen te werk gesteld en de laatste groep werd vaak ook in kampen gestopt door de Japanners. Zij waren nog niet bevrijd en werden dat voorlopig ook niet. Nadat Japan wegging, zou er nog oorlog zijn tot 1950.

De andere helft van mijn familie heeft als reden dat Nederland Indonesië opnieuw probeerde te koloniseren na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945, het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de onafhankelijkheidsoorlog. 15 augustus wordt aangehouden door mijn Nederlands-Indische familie, en 17 augustus wordt gevierd door mijn Indonesische familie.

Zeer tactisch verwoord

Acteur Marcel Hensema zei tijdens de voorstelling dat Indonesiërs voor het eerst werden genoemd tijdens de nationale herdenking. Alleen dan niet expliciet, maar wél genoemd, hoor! Met de nadruk op ‘wél genoemd’.

Niet expliciet? Hoe noem je iets zonder het te zeggen?

Een kameraad van mij stuurde een stuk van de speech van ceremoniemeester Jos Coumans: “Tijdens de nationale herdenking herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord; zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië als in oorlogssituaties (…).”

Het is zeer tactisch verwoord. Eigenlijk best indrukwekkend hoe je met zo veel woorden niets of nauwelijks iets zegt.

Geweld was de norm

Zoals is gebleken uit onlangs verschenen Niod-onderzoek, was Nederland de machthebbende gewelddadige partij in een smerige dekolonisatieoorlog. Dit onderzoek bevestigt voor mij enkel de verhalen waarmee ik ben opgegroeid.

In theorie zou je een ‘beide kanten’-verhaal neer kunnen zetten, en dat kan alleen als er echt expliciet wordt erkend wat Nederland heeft gedaan.

Als Nederlanders en voormalige Knil-militairen en hun nazaten de ruimte krijgen om over hun ervaringen te vertellen met ‘die gewelddadige Indonesiërs en hun bamboestokken’, dan zou dat ook moeten gelden voor Indonesische veteranen, burgers en hun nazaten. Geweld was namelijk de norm tijdens de onafhankelijkheidsoorlog.

De meer dan 350 jaar kolonialisme die aan de vrijheidsstrijd vooraf ging werd bovendien ook gekenmerkt door geweld. De oorzaak van de geweldsgolf tegen Nederlanders en anderen uit de koloniale bovenlaag is dan ook verweven met het daderschap binnen een koloniaal systeem.

Om de hete brij heen draaien

Voor een land dat bekendstaat om zijn directheid, merk ik dat we met betrekking tot het Nederlandse koloniale verleden toch nog om de hete brij heen draaien.

Het doet me denken aan hoe de directie van het Rijksmuseum is omgegaan met de kritiek op Revolusi! Het was veelbelovend dat een Indonesische conservator, Bonnie Triyana, door het Rijksmuseum is gevraagd mee te werken aan de tentoonstelling, voor een bijdrage vanuit meerdere perspectieven.

Des te teleurstellender was het dat het Rijksmuseum onder druk van kritiek uit Indische gemeenschappen is gezwicht en afstand heeft genomen van Triyana’s artikel in NRC. Het museum nam daarmee ook afstand van een perspectief dat blijkbaar niet past in de zelfrepresentatie van Nederland.

Groeipijn is oké

Dit is zo typerend voor de discussies over inclusie en hoe instituten hiermee omgaan. Zij voelen de druk van de samenleving – en misschien relevanter: de fondsen – om diversiteit en inclusie een plek te geven. Daarmee kapitaliseren zij op leed van bruine en zwarte mensen, zonder systeemverandering te brengen door daadwerkelijk een positie in te nemen die ingaat tegen de heersende opinie.

Met hun opvattingen over een controversiële kwestie vervallen zij liever in de comfortabele machtsverhouding. Namelijk: jij mag wat zeggen, zolang ik het er maar mee eens ben. Er is geen ruimte voor post- en dekoloniale kritiek als je daar mensen oncomfortabel mee maakt. Kritiek is nodig voor groei. Dat je je daar niet op je gemak bij voelt, is groeipijn. Die is oké.

Misschien ga ik in de komende jaren wél naar een herdenking, samen met mijn kinderen. Volgens mij is het nu mijn beurt om hen de meerdere perspectieven te geven zoals mijn familie dat voor mij deed.

Rochelle van Maanen is medeoprichter van het Dekolonisatie Netwerk voormalig Nederlands Indië. Beeld
Rochelle van Maanen is medeoprichter van het Dekolonisatie Netwerk voormalig Nederlands Indië.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden