Opinie

Opinie: ‘Had de regering Syrische strijdgroepen gesteund als de Tweede Kamer eerlijk was geïnformeerd?’

Nederland steunde zo’n twintig strijdgroepen in de Syrische oorlog, blijkt uit een onlangs verschenen rapport. Jip van Dort hekelt de oneerlijke communicatie aan de Tweede Kamer waarmee dit steunprogramma is verkocht.

Jip van Dort
Een man loopt op 5 januari 2016 langs een geïmproviseerde barricade van oude bussen die het zicht van sluipschutters van het regime moeten belemmeren en mensen beschermen, in het toen door rebellen bezette deel van de Syrische stad Aleppo. Beeld Ameer Alhalbi/Getty Images
Een man loopt op 5 januari 2016 langs een geïmproviseerde barricade van oude bussen die het zicht van sluipschutters van het regime moeten belemmeren en mensen beschermen, in het toen door rebellen bezette deel van de Syrische stad Aleppo.Beeld Ameer Alhalbi/Getty Images

Van 2015 tot 2018 leverde Nederland zogenoemde civiele, niet-letale steun aan zo’n twintig strijdgroepen in Syrië. Onder andere uniformen, computers, voedsel en tweehonderd pick-uptrucks werden geleverd, ter waarde van ruim 27 miljoen euro. Vorige maand publiceerde de commissie-Cammaert haar rapport over het Non Lethal Assistance (NLA)-programma , waarmee eerdere onthullingen door Trouw en Nieuwsuur (deels) werden bevestigd. De conclusies in het rapport zijn geregeld stevig en helpen begrijpen waarom premier Rutte eerder persoonlijk probeerde dit onderzoek te voorkomen.

Volgens het rapport was het NLA-programma niet in lijn met het internationaal recht. Het was strijdig met het non-interventiebeginsel en sommige onderdelen van de steun stonden haaks op het geweldverbod.

Geen schone handen

Daarnaast schonden groepen die Nederlandse steun kregen de mensenrechten en het oorlogsrecht. De commissie wijst hiervoor op onderzoek van Amnesty International en de VN en stelt ook dat er in de oorlog in Syrië überhaupt geen gewapende groeperingen waren die schone handen hadden, wat als algemeen bekend wordt beschouwd.

Bovendien wordt geconcludeerd dat door Nederland gesteunde groepen weliswaar geen bondgenoten waren van extremistische groepen, maar ook dat samenwerking hiermee meermaals plaatsvond. Dergelijke samenwerking wordt zelfs gebruikelijk genoemd.

Bovengenoemde bevindingen zijn relevant omdat ze aantonen dat beloftes (deels) niet werden nagekomen. De regering claimde onder andere dat de juridische risico’s beperkt waren, wat de indruk wekte dat het programma internationaal rechtelijk door de beugel kon. Bovendien werd de Tweede Kamer beloofd dat gesteunde groepen geen oorlogsrecht zouden schenden of mensenrechtenschendingen zouden begaan en er geen operationele samenwerking met extremistische groepen zou plaatsvinden. Gebeurde dat wel, was een andere belofte, dan werd de steun onmiddellijk beëindigd. De commissie hierover: bij strikte toepassing van de criteria zou geen enkele groepering in aanmerking komen voor steun.

Volkerenrecht

Minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra, die per brief reageerde, is het op een belangrijk onderdeel niet eens met de commissie. Hij houdt vol dat het NLA-programma toch binnen de grenzen van het volkerenrecht is gebleven. Eerdere zorgen van juristen worden daarmee snel en gemakkelijk terzijde geschoven. Dat is merkwaardig, omdat de conclusies van de commissie stellig zijn en in de grondwet staat dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde juist dient te bevorderen.

Aanwijzingen dat gesteunde groepen zich schuldig maakten aan oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen werden in debatten een aantal jaar geleden al systematisch gebagatelliseerd door de regering. Het is bevreemdend dat minister Hoekstra in zijn brief nu niet eens ingaat op de conclusies hierover in het rapport.

De berichtgeving van Trouw en Nieuwsuur en nu ook het rapport van de commissie-Cammaert tonen aan dat er nogal wat ruimte zit tussen enerzijds de werkelijkheid van het Nederlandse steunprogramma en anderzijds de communicatie hierover aan het parlement en daarmee aan de bevolking. In het officiële verhaal ging het om civiele steun aan gematigde krachten in Syrië, onder andere gericht op het beschermen van burgers. In werkelijkheid werd de facto militair materieel geleverd – bijvoorbeeld de pickup-trucks – aan groepen met vuile handen, die misdaden pleegden (mogelijk met door Nederland geleverd materieel) en samenwerkten met extremisten.

Risico’s afgezwakt

Dit raakt het functioneren van de democratie. Het rapport stelt dat de aard van het programma en de daarmee gepaard gaande risico’s werden afgezwakt waardoor parlementaire controle op het beleid werd bemoeilijkt. Hier wordt een veelzeggende aanbeveling aan gekoppeld: informeer de Tweede Kamer volledig, tijdig en juist.

Het afzwakken van de aard van het programma gebeurde onder andere door verhullend en strategisch taalgebruik, zoals het rapport het noemt. Pickup-trucks werden in brieven aan de Kamer bijvoorbeeld (medische) voertuigen genoemd. Uniformen werden opgevoerd als kleding. Dit om geen slapende honden wakker te maken, zoals een interne email op het ministerie van Buitenlandse Zaken deze misleiding legitimeerde.

Een pijnlijke vraag dringt zich op: had het NLA-programma ook op steun kunnen rekenen als de Tweede Kamer er eerlijk over was geïnformeerd? Dat de regering koos voor oneerlijke – en daarmee voor de democratie ondermijnende – communicatie wekt de indruk dat deze vraag bij menigeen op het ministerie ontkennend werd beantwoord.

Jip van Dort is verbonden aan het Intimacies of Remote Warfare-programma van de Universiteit Utrecht, co-auteur van Hawija; De verwoestende werkelijkheid van onze langeafstandsoorlog tegen IS en was werkzaam voor de Tweede Kamerfractie van de SP (en is in die rol door de commissie-Cammaert geïnterviewd).

Jip van Dort. Beeld
Jip van Dort.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden