Opinie

Opinie: ‘Gouden Koets in museum is nog geen verbanning’

Vorige week maakte de koning bekend dat hij voorlopig de Gouden Koets niet meer zal gebruiken bij officiële gelegenheden. Ulli d’Oliveira reflecteert op dit besluit.

Het Parool
Koning Willem-Alexander en koningin Máxima vertrekken in de Gouden Koets bij Paleis Noordeinde op Prinsjesdag 2015. Beeld ANP
Koning Willem-Alexander en koningin Máxima vertrekken in de Gouden Koets bij Paleis Noordeinde op Prinsjesdag 2015.Beeld ANP

De historicus Willem-Alexander von Amsberg heeft op 13 januari jongstleden een paar beschouwingen gewijd aan de Gouden Koets en daar als koning een praktisch besluit aan verbonden. ‘Het heeft geen zin’, aldus de koning, ‘om wat gebeurd is door de bril van onze tijd te veroordelen en te diskwalificeren. Simpelweg historische objecten en symbolen verbannen is beslist ook geen oplossing. We kunnen de geschiedenis niet herschrijven, maar er wel mee in het reine komen. Dat geldt ook voor ons koloniale verleden’.

En voor dat in het reine komen is een ‘gezamenlijke inspanning nodig, die dieper gaat en langer duurt’, totdat de werkelijkheid zich heeft aangepast aan een mooie wet zoals artikel 1 van de Grondwet en dus discriminatie verdwenen is. De Gouden Koets zal op Prinsjesdag weer kunnen rijden als het zover is.

Pijn in het huidige hart

Daarmee is de terugkeer van de Gouden Koets als ceremonieel attribuut van het koningschap op de lange baan geschoven, in elk geval tot Sint Juttemis. Hoewel hij het presentisme afwijst – niet kijken met hedendaagse opvattingen naar toestanden en handelingen uit het verdere verleden – aanvaardt de koning toch dat mensen met huidige pijn in het huidige hart naar het linkerpaneel van de Gouden Koets kijken en dat dit het gebruik van de Koets onmogelijk maakt.

En die pijn geldt niet alleen voor de mensen die afstammen van de allegorisch op dat paneel afgebeelde inheemse figuren uit ‘de Oost’ en ‘de West’ die dankbaar voor de door de beschavende Hollanders gebrachte cultuur hun eerbiedige hulde betuigen en geschenken offreren, maar ook voor de eigenste afstammelingen van die negentiende-eeuwse witkoppen die zich ongemakkelijk voelen bij het doen en laten van hun voorzaten in de koloniën.

Etaleren van de beschamende kanten

Het Amsterdam Museum, waar de Gouden Koets nog ruim een maand staat opgesteld, omringd door een expositie die tal van aspecten van het voorwerp belicht, en dat niet opzij is gegaan voor het etaleren van de beschamende kanten ervan, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het wakker worden van de mensen over wat de Gouden Koets te beweren heeft over de zegenrijke invloed van het vaderland in zijn koloniën, en hoe vals dat beeld in feite is.

Zelf heb ik in een klein boekje, uitgegeven door het Amsterdam Museum, laten zien dat vijf jaar voor de Gouden Koets in 1898 namens de Amsterdammers aan Wilhelmina werd aangeboden, op grond van een nieuwe wet op de Nederlandse nationaliteit de inheemse bevolking van Indonesië (naar schatting zo’n 30 miljoen mensen) staatloos was gemaakt. Die uit de West bleven Nederlander.

De mensen uit de Oost die figureren op de koets en die daar hun hulde brengen, zijn dus allemaal kersverse staatlozen. Gemaakt door Nederland. Hulde is dus wel het minste.

Leerstof voor de koning

Het boekje heb ik trouwens gestuurd naar het kabinet van de koning; bij het nemen van een besluit over het lot van de Gouden Koets kon dat, zo dacht ik, van pas komen. Niet dat de koning de zeggenschap daarover heeft: dat is uiteindelijk de premier, natuurlijk in overleg met het staatshoofd dat de uitkomst naar buiten mag brengen. Zoals dat nu zijn beslag heeft gekregen.

De directeur van het kabinet van de koning dankte me in een brief van 26 november 2021 hartelijk voor de toezending en vervolgde: ‘Ik bracht de Koning uw publicatie ter kennis en hij vroeg mij u de hartelijke groeten over te brengen.’ Ik vlei mij daarom met de gedachte de koning wat leerstof te hebben aangeboden om Nederlandse fouten uit het verleden te erkennen en daarop in het heden te handelen. Tot nader order zal de koets een museale bestemming krijgen, en dat is geen ‘verbanning’.

Ulli d’Oliveira is republikein en schrijver van De Gouden Koets en zijn koloniale kant. Nationaliteit in ‘de Oost’ en ‘de West’ (2021). Beeld Bob Bronshoff
Ulli d’Oliveira is republikein en schrijver van De Gouden Koets en zijn koloniale kant. Nationaliteit in ‘de Oost’ en ‘de West’ (2021).Beeld Bob Bronshoff

Prof. Mr. Ulli d’Oliveira is republikein en schreef De Gouden Koets en zijn koloniale kant. Nationaliteit in ‘de Oost’ en ‘de West’ (2021)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden