Opinie

Opinie: ‘Geen slavernijmuseum maar park op Kop Java’

De kop van Java-eiland moet de mooiste uitwaaiplek van Amsterdam worden, vindt buurtbewoner Bert Kommerij. Voor een slavernijmuseum is dan geen plek. ‘Waarom zou zo’n belangrijk museum zich daar willen afzonderen?’

Bert Kommerij
De kop van Java-eiland wordt genoemd als een van de mogelijke locaties van een nationaal slavernijmuseum. Beeld Marc Driessen
De kop van Java-eiland wordt genoemd als een van de mogelijke locaties van een nationaal slavernijmuseum.Beeld Marc Driessen

Nu de kop van Java-eiland wordt genoemd als een van de mogelijke locaties van een nationaal slavernijmuseum, kan ik er niet meer naar kijken zonder nimbygevoelens – not in my backyard. Maar die had ik ook toen de gemeente er een brug naar Noord wilde bouwen en ook toen ze er een groot reuzenrad wilde neerzetten of toen er een omstreden kunstwerk van Daniel Buren zou worden geplaatst. Eigenlijk heb ik bij alles wat ze op de Kop Java van plan zijn een nimbygevoel, omdat ik er woon en omdat ik van dit mooiste stukje ‘niets’ van Amsterdam ben gaan houden. Liefde maakt je soms intolerant voor veranderingen.

Toen Circus Renz in de zomer van 2002 op de kop neerstreek en er dagelijks een neushoorn rondliep,had ik die gevoelens niet, omdat ik wist dat die neushoorn weer weg zou gaan. Er werden palen in het beton geslagen en als je nu hoog vanuit Hotel Jakarta naar beneden kijkt, zie je de sporen van die ronde circustent nog steeds. Net als de bouwlus voor het hotel, die het hondenveldje doorklieft. En de hekken die er sinds 2007 staan met daarop: ‘Onveilige situatie, niet betreden.’ En de tijdelijke school die er sinds 2009 staat. Zou allemaal binnen vijf jaar opgelost worden. Werd niet opgelost. In de school wonen nu gevluchte Oekraïners.

De Kop Java is niet alleen het mooiste stukje niets van Amsterdam, het is ook de meest vergeten plek van de stad. Bufferzone. Anything goes. Van random sportcontainers en boksballen tot walradars, pal in het zicht van het monument Zeeman op de uitkijk van Pieter Starreveld.

Uitwaaiplek

Toen het Java-eiland eind jaren negentig voltooid werd, vergaten ze de kop. Komt later wel, zeiden ze. Vanaf dat moment sloeg de verrommeling toe. En nu is het bijna 2023.

In 2018 werd een knoop doorgehakt. Toenmalig wethouder Eric van der Burg besloot: het wordt een park. In combinatie met die brug. Hoe het met die brug afliep, weten we. Over het park werd niet meer gesproken. Dus hebben we na een paar jaar wachten met een grote groep buurtbewoners het heft in handen genomen en op participerende wijze een park ontworpen, met wat bomen en betere verlichting. We noemen het nu al de mooiste uitwaaiplek van Amsterdam. Van een museum was toen nog geen sprake.

De Kop Java, plek van verbroken beloftes, plannen en geruchten. Het is makkelijk om een teleurgestelde buurtbewoner te worden – beloftes worden niet nagekomen, de regie over dit stukje Amsterdam ontbreekt volledig. Dat maakt het misschien spannend, maar ook onvoorspelbaar. Binnenkort hebben wij, de initiatiefnemers van het parkontwerp, een afspraak met stadsdeel Oost. Ook dat moet immers op de hoogte zijn van de verlangens van de buurt. We bieden een doorwrocht boekwerkje van dertig pagina’s aan, inclusief het hele ontwikkelproces onder leiding van buurtbewoner en landschapsarchitect Huub Juurlink, met het verzoek ook het stadhuis in te lichten over dit plan.

Extra gevoelig

Dat het beoogde museum het slavernijmuseum moet worden, maakt het allemaal extra gevoelig, omdat de belangen daarvan altijd zwaarder zullen wegen dan welke uitwaaiplek ook, met of zonder nimbygevoelens. Maar waarom zou zo’n belangrijk museum ter grootte van Eye zich willen afzonderen? Alleen Hotel Jakarta zal ervan profiteren, Centrum niet, Noord niet. En waar laat men de bussen? Neemt het nieuwe museum ook de kosten op zich van al het achterstallig onderhoud? En vergeet men de Havendienst niet, die streng toeziet op het gebruik van bootjes van en naar de kop? En hoe zit het met Sail?

De Kop Java heeft mij geleerd een betrokken buurtbewoner te worden. Maar waarom zie ik voor het eerst op tegen de nieuwe participatieavonden, waarop iedereen met gekleurde post-its rond de whiteboards van de participatiemakelaars, gebiedsmanagers en kwartiermakers heen cirkelt? ‘Behoeftes veranderen,’ zei een gebiedsmanager eens, nadat er weer een belofte verbroken was.

O, wat verlang ik soms terug naar die neushoorn en de vierkante drollen die hij achterliet.

Bert Kommerij is schrijver en radiomaker. Beeld Bert Kommerij
Bert Kommerij is schrijver en radiomaker.Beeld Bert Kommerij

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden