Opinie

Opinie: ‘Geef universiteit meer aandacht dan kattenfilmpjes’

Het onlineonderwijs heeft het afgelopen jaar een enorme vlucht genomen vanwege de gevolgen van de coronapandemie. Hoe ziet dat eruit als de universiteiten weer opengaan, vraagt Roel Meijvis zich af.

Het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam met een coronaveilige stoelindeling. Dat was tot nog toe niet voldoende om weer open te kunnen. Beeld Marlies Wessels/Hollandse Hoogte
Het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam met een coronaveilige stoelindeling. Dat was tot nog toe niet voldoende om weer open te kunnen.Beeld Marlies Wessels/Hollandse Hoogte

Het is natuurlijk fantastisch dat onlineonderwijs het mogelijk maakt om tijdens een lockdown het onderwijs toch door te kunnen laten gaan, maar of dit naast een oplossing voor een praktisch probleem ook een gewenste ontwikkeling is, is nog maar de vraag. Nu we langzaamaan lijken te bewegen naar het ‘oude normaal’ en de universiteiten straks weer open zullen mogen, is het dan ook tijd om deze vraag te stellen.

Naast de praktische en de bekende conservatieve en romantische bezwaren die tegen onlineonderwijs in zijn te brengen, is er nog iets wezenlijks dat verloren gaat in de transitie van de universiteit als plek naar de universiteit als scherm. Als plek is de universiteit zowel een ­fysieke campus waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, als een domein binnen de samenleving. Het opheffen van de universiteit als fysieke plek draagt bij aan het opheffen van de institutionele plek, de positie die de universiteit inneemt in onze maatschappij.

Spelregels voor discussie

De universiteit als institutionele plek heeft haar waarde als een vrijplaats voor ideeën. Dat houdt in dat andere ideeën de ruimte kunnen krijgen dan bijvoorbeeld in het politieke domein of in het talkshowdomein, maar het betekent ook de universiteit een plek is waar je de vrijheid hebt om even geen idee of mening te hebben en je niet meteen je kritiek en weerwoord klaar hoeft te hebben, omdat je anders overlopen wordt. Bovendien is het ook een plek waar we het, gegeven al onze twistpunten, wel nagenoeg eens zijn over de spelregels van de redelijke discussie en de condities waaronder we het überhaupt eens zouden kunnen worden met elkaar.

Waar nu juist het gevaar van de ‘schermuniversiteit’ in bestaat, is dat de universiteit daarmee ophoudt een eigen domein te zijn. Online­onderwijs plaatst het onderwijs in het onlinedomein. Op die manier wordt zij onderdeel van dezelfde klotsende rivier van onzinnigheden, waar we, omringd met laptops, iPads, telefoons en televisies, al heel de dag in dreigen te verdrinken. Hierdoor bestaat er in ervaring nog maar weinig verschil tussen het kijken van een college, of het kijken van het een of het andere kattenfilmpje op YouTube: ik hoef er mijn bed niet voor uit, ik kan het bekijken terwijl ik allerlei andere dingen doe en ik kan het wegklikken zodra ik mij verveel.

Vrijheid van ideeën

‘Het haastige opheffen van alle afstanden brengt geen nabijheid,’ schreef Martin Heidegger in 1954 over de gevolgen van de moderne techniek, zonder een idee te hebben van het internet, laat staan van onlinecolleges en kattenfilmpjes. Toch had hij al oog voor de gevolgen van deze ontwikkelingen voor onze ervaring van de wereld. In onze evaluatie van online­onderwijs moeten we dan ook niet te gemakkelijk over het punt heen stappen, dat het hoe dan ook iets betekent voor, bijvoorbeeld mijn ervaring van een college, of ik dat college in een collegezaal bijwoon of het kan bekijken in bed of bad (ja, dat gebeurt).

Nog belangrijker is dat het onlinedomein een domein is dat, net als het domein van de universiteit, zijn eigen wetten en regels heeft met betrekking tot de vrijheid van ideeën. De vraag is of dit wetten en regels zijn op basis waarvan we denken goed onderwijs te kunnen aanbieden en volgen. Ik denk, precies vanwege de hier gegeven omschrijving van het onderwijs­domein, van niet.

Juist voor de institutionele betekenis van de universiteit als afgebakend domein binnen of zelfs naast de samenleving, is de fysieke plek, de concrete campus, van belang, omdat dit ervoor zorgt dat de figuurlijke plek, de plek in de betekenis van domein, wordt afgebakend van andere plekken in tijd en ruimte. Door de snelle ontwikkeling van de technologie lopen deze domeinen steeds meer door elkaar heen. Nu we ons langzaam richting het einde van de lockdown bewegen, moeten we ons afvragen of we willen dat dit ook met het onderwijs gebeurt, zowel op de universiteit als in het algemeen.

Roel Meijvis is master in filosofie en werkzaam als schrijver. Hij schreef deze tekst naar aanleiding van de lezing Onderwijsdag 2021 van de VU. Beeld
Roel Meijvis is master in filosofie en werkzaam als schrijver. Hij schreef deze tekst naar aanleiding van de lezing Onderwijsdag 2021 van de VU.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden