Opinie

Opinie: ‘Geef jongvolwassenen perspectief in plaats van uitzichtloosheid’

Steeds meer jongvolwassenen voelen zich somber, angstig of eenzaam. De overheid had hier veel beter op kunnen anticiperen, stellen Danielle Jansen en Károly Illy.

Jongeren komen toch bij elkaar in het Vondelpark op een mooie dag tijdens de lockdown in februari 2021.  Beeld Joris van Gennip
Jongeren komen toch bij elkaar in het Vondelpark op een mooie dag tijdens de lockdown in februari 2021.Beeld Joris van Gennip

Onlangs bevestigde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wat iedereen op zijn klompen had kunnen aanvoelen: in vergelijking met de jaren voor de coronapandemie voelden in de eerste helft van 2021 bijna twee keer zoveel jongvolwassenen zich somber, angstig of eenzaam. Ondanks vroegtijdige waarschuwingen van deskundigen en alarmerende signalen van jongeren is er bar weinig moeite gedaan om deze treurige uitkomst te voorkomen. De overheid heeft hier met haar coronabeleid een bepalende en kwalijke rol in gespeeld door onverschillig te staan tegenover ruimschoots aanwezige kennis vanuit de preventieve geneeskunde en sociologie.

De overheid had zich namelijk niet hoeven laten verrassen door de berichtgeving van het CBS; ze had deze uitkomst zelfs al kunnen voorzien en voorkomen. We weten al sinds halverwege vorige eeuw dat sociale interactie essentieel is voor zowel de fysieke als de mentale gezondheid. Het hebben van een steunend netwerk en het opbouwen van sterke gemeenschapsbanden bevordert de fysieke en mentale gezondheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat 18- tot 25-jarigen zich door de coronapandemie somberder en eenzamer zijn gaan voelen.

Sociale interactie en sociale verbondenheid zijn voor hen bij uitstek bepalend en van wezenlijk belang. Treurig genoeg zijn jongvolwassenen de gehele coronapandemie nauwelijks gehoord of geholpen bij het opbouwen of onderhouden van hun sociaal netwerk. Sterker nog, ze zijn eerder tegengewerkt omdat er steeds meer hindernissen werden opgeworpen, zoals het langer durende verbod op sporten. Terwijl – geheel terecht – het belang van fysiek onderwijs en sporten voor kinderen en adolescenten werd erkend en in iedere coronapersconferentie op de agenda stond, miskende, omzeilde en negeerde de overheid het belang hiervan voor jongvolwassenen.

Onvrede met coronabeleid

Het systematisch negeren van feiten, bijvoorbeeld over het welzijn en de toekomst van jongvolwassenen, leidt tot een verminderd vertrouwen van burgers, inclusief jongvolwassenen, in de overheid. Het in het voorjaar door de Erasmus Universiteit verrichte onderzoek naar de maatschappelijke impact van de pandemie bevestigt deze negatieve ontwikkeling: het

vertrouwen in de overheid is tijdens de coronapandemie afgenomen. Er is onvrede met het coronabeleid, men voelt zich ongelijk behandeld, het gevoel van uitzichtloosheid is toegenomen en een behoorlijk deel van de bevolking meent dat de overheid ‘onvoldoende rekening houdt met de economische en sociale gevolgen van de pandemie’. Deze negatieve ervaringen en gevoelens hebben een ongunstig effect op de individuele gezondheid.

Als deze kennis al meer dan een halve eeuw beschikbaar is, waarom heeft de overheid zo lang de kop in het zand gestoken? Het negeren en daarmee het verwaarlozen van een groot deel van de bevolking, de generatie waarvan Nederland de komende vijftig jaar afhankelijk is, is de ultieme vorm van struisvogelpolitiek.

Rampenplan maken

Hoe nu verder? Het leed is immers al geschied. De overheid zou verder gezichtsverlies enigszins kunnen beperken door (toch weer) te leren van deze situatie. De overheid zou per direct moeten investeren in primaire preventie om te voorkomen dat het weer gebeurt: zorg ervoor dat er een rampenplan komt, vooral gericht op jongvolwassenen. De overheid hoort nu al na te denken over de levensdomeinen van jongvolwassenen (waaronder onderwijs, werk, thuis, vrije tijd en gezondheid), zodat tijdig en adequaat gehandeld kan worden als er weer een publieke ramp met onbekende gevolgen plaatsvindt.

Daarnaast zou per direct verdere schade van het coronaoverheidsbeleid moeten worden voorkomen (secundaire preventie). Stel een landelijk programma op om jongvolwassenen, die op welk levensdomein dan ook achterstand hebben opgelopen, weer wat gelukkiger te krijgen. Geef jongvolwassenen het gevoel dat ze evenveel waard zijn als andere leeftijdsgroepen en geef ze perspectief in plaats van uitzichtloosheid. Betrek ze bij het vormgeven van beleid. Met andere woorden: geef jongvolwassenen een stem en zet ze nu eindelijk eens stevig op de agenda.

Danielle Jansen is socioloog en  universitair hoofddocent Universitair Medisch Centrum Groningen/Rijksuniversiteit Groningen. Beeld
Danielle Jansen is socioloog en universitair hoofddocent Universitair Medisch Centrum Groningen/Rijksuniversiteit Groningen.
Károly Illy is kinderarts en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Beeld David Lok
Károly Illy is kinderarts en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.Beeld David Lok
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden