Opinie

Opinie: ‘Extreemrechts in Europa staart zich blind op niet heel oorspronkelijke authentieke cultuur’

De vraagt rijst waarom een partij als Fratelli d’Italia, die openlijk flirt met het fascisme van Mussolini, het zo ver kan schoppen in een democratisch systeem, zegt lezer Judith Jansma, universitair docent Europese Cultuur en Literatuur aan de RUG. Beeld Antonio Masiello/Getty Images
De vraagt rijst waarom een partij als Fratelli d’Italia, die openlijk flirt met het fascisme van Mussolini, het zo ver kan schoppen in een democratisch systeem, zegt lezer Judith Jansma, universitair docent Europese Cultuur en Literatuur aan de RUG.Beeld Antonio Masiello/Getty Images

Het nationalisme van de Italiaanse extreemrechtse Fratelli d’Italia moet vooral gezien worden als een nostalgische interpretatie van de Italiaanse cultuur. Die past in een bredere Europese trend, stelt Judith Jansma. ‘Cultureel nationalisme manifesteert zich ook hier.’

Judith Jansma

Zondag gaat Italië naar de stembus. Grote favoriet voor de eindzege is Giorgia Meloni, leider van de extreemrechtse partij Fratelli d’Italia. Haar politiek cv is gerust ongebruikelijk te noemen. Ze was in haar jeugd actief voor de jongerenafdeling van de neofascistische Movimento Sociale Italiano, in 1946 opgericht door aanhangers van Mussolini.

In een video uit 1996, waar ze inmiddels afstand van heeft genomen, zien we een jonge Meloni op de Franse televisie verklaren dat Mussolini een goede politicus was, die altijd in het belang van Italië heeft gehandeld. Dergelijke positieve uitlatingen over Mussolini, waarin hij in verband wordt gebracht met betere tijden, zijn in Italië niet zeldzaam. Historicus Francesco Filippo noemt het een voorbeeld van historische amnesie. Volgens hem zou het accurater zijn Mussolini te beschrijven als ‘de grootste slager uit de geschiedenis van Italië’.

Behoud van cultuur

Nu rijst natuurlijk de vraag waarom een partij als Fratelli d’Italia, die openlijk flirt met het fascisme van Mussolini, het zo ver kan schoppen in een democratisch systeem. Volgens de peilingen is de partij op dit moment goed voor ongeveer een kwart van de stemmen. Bij de vorige verkiezingen, in 2018, bleef Fratelli d’Italia nog op een schamele 4,4 procent steken. Terwijl andere partijen onder premier Mario Draghi een coalitie van nationale eenheid vormden, bleef Meloni’s partij altijd oppositie voeren.

In een tijd waarin de crises elkaar opvolgen, biedt haar partij veel Italianen kennelijk een aantrekkelijk alternatief. Tegelijkertijd past de populariteit van Fratelli d’Italia in een bredere Europese trend. Denk bijvoorbeeld aan de recente winst van de Zweden Democraten en de historisch hoge score van Marine Le Pen tijdens de Franse presidentsverkiezingen van dit jaar.

Betekent dit dan een grote ommezwaai voor het Italië dat de afgelopen jaren door voormalig EU-bankier Draghi werd geleid? Volgens specialisten ligt een anti-EU-koers niet voor de hand, niet in het minst omdat Italië grote sommen geld ontvangt uit de Europese coronafondsen. Meloni’s nationalisme lijkt dan ook niet zozeer politiek of economisch van aard – hoewel ze wel voorstander is van lagere belastingen voor bedrijven – maar richt zich vooral op het behoud van de Italiaanse cultuur.

Onder druk

In dat opzicht is Meloni’s discours niet heel anders dan dat van bijvoorbeeld Le Pen. Meloni verdedigt de traditionele Italiaanse familie, waarmee ze zichzelf als vrouw en als moeder identificeert en is tegen de uitbreiding van LHBT-rechten en ‘genderideologie’. Christelijke waarden spelen in haar definitie van de Italiaanse cultuur een centrale rol, zo is zij ook tegen het recht op abortus en euthanasie.

Het is een nostalgisch nationalisme dat verlies van culturele waarden en tradities wil voorkomen. De Italiaanse identiteit staat volgens Meloni en haar partij onder druk door de toestroom van niet-westerse immigranten, moslims, de verregaande invloed van de Europese Unie en de wereldwijde ideologie van het zogenaamde ‘wokisme’.

Die visie op nationale cultuur is vergelijkbaar met die van andere extreemrechtse partijen in Europa, zoals bijvoorbeeld ons eigen Forum voor Democratie. Maar wat mogelijk zorgelijker is, is dat dergelijke ideeën ook steeds meer hun weg vinden naar de verkiezingsprogramma’s van middenpartijen.

Wokisme

Het idee van het Italiaanse volk dat in de verdrukking komt verschilt niet zo veel van het discours van de Franse centrumrechtse partij Les Républicains. In hun laatste verkiezingsprogramma stelden zij onder andere geboortepremies voor, om zo Franse gezinnen te stimuleren meer kinderen te krijgen.

Dit valt rechtstreeks te linken aan de omvolkingstheorie van filosoof Renaud Camus, die stelt dat de Franse bevolking uiteindelijk zal worden verdreven door immigranten, die gemiddeld gezien meer kinderen krijgen dan Fransen zonder migratieachtergrond.

In Nederland sprak VVD-minister Dilan Yesilgöz zich onlangs uit tegen het ‘wokisme’, dat zij bestempelde als een van de grote bedreigingen van de rechtsstaat. Daarnaast wordt op dit moment met belastinggeld een omroep gefinancierd die zich herhaaldelijk openlijk racistisch uitlaat op de nationale televisie.

Deze voorbeelden laten zien dat extreemrechts gedachtengoed allang salonfähig is: cultureel nationalisme manifesteert zich ook in Nederland bij mainstreampartijen, in de media en in de publieke ruimte.

Geen vertrouwen

Het moge duidelijk zijn dat een discours dat er enkel op is gericht warme, nostalgische gevoelens over het eigen volk aan te wakkeren en anderen uit te sluiten, niet opgewassen zal zijn tegen de actuele politieke en economische uitdagingen. Anderzijds, een politiek verhaal dat voorbijgaat aan de emoties en reële zorgen van de bevolking zal nooit het vertrouwen van de meerderheid krijgen.

Dit werd afgelopen dinsdag nog pijnlijk duidelijk uit cijfers die onderzoeksbureau I&O Research publiceerde: zo’n 80 procent van de Nederlanders heeft geen vertrouwen in het kabinet-Rutte IV. Waar rechtspopulisme een verdeling creëert tussen wij en zij op basis van een culturele definitie van het authentieke volk, ontstaat er in de Nederlandse politiek een steeds grotere afstand tussen politiek en burgers.

Dan rest de vraag of er een alternatief bestaat voor bovenstaande politieke ontwikkelingen. Een deel van de oplossing ligt ongetwijfeld in het realiseren van meer direct contact tussen bestuurders en burgers. Als cultuur- en letterkundige zou ik daarnaast willen pleiten voor een alternatief cultureel verhaal.

Niet Meloni’s simplistische en reductionistische interpretatie die de Italiaanse cultuur beperkt tot de landsgrenzen, maar cultuur als het resultaat van eeuwenlang menselijk contact en samenleven, ook (juist!) buiten de huidige landsgrenzen om. Een cultuur die zich isoleert, is gedoemd te mislukken.

Judith Jansma is universitair docent Europese Cultuur en Literatuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek richt zich op het belang van cultuur in het rechtspopulisme. Beeld
Judith Jansma is universitair docent Europese Cultuur en Literatuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek richt zich op het belang van cultuur in het rechtspopulisme.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden