Tot slaaf gemaakte Afrikanen op een plantage in de Amerikaanse staat Virginia rond 1860.

Opinie

Opinie: ‘Excuses over slavernijverleden kunnen Nederland verrijken’

Tot slaaf gemaakte Afrikanen op een plantage in de Amerikaanse staat Virginia rond 1860.Beeld Getty Images

Het debat over excuses voor het slavernijverleden blijft steken in de schuldvraag. Een gemiste kans, schrijven promovenda Amerikaanse geschiedenis Marcella Schute en Christine Mertens.

Een meerderheid van de Nederlanders vindt niet dat de regering excuses moet aanbieden voor het slavernijverleden, zo bleek uit een recente peiling van I&O Research. Politieke partijen zijn ook verdeeld over het aanbieden van formele excuses. “Kun je mensen die vandaag leven verantwoordelijk houden voor het verleden?” vroeg minister-president Mark Rutte (VVD) zich af tijdens het racismedebat van vorige zomer. Onder voorgaande kabinetten bleef het bij betuigingen van spijt en berouw, onder meer omdat de premier van mening is dat excuses kunnen leiden tot meer polarisatie.

Het is deze nadruk op schuld en onschuld, maar ook de angst voor bijvoorbeeld herstelbetalingen, waarin het debat over formele excuses in Nederland al geruime tijd blijft steken. De discussie is daarom toe aan een nieuwe benadering. Nederland kan een voorbeeld nemen aan de worsteling van de Verenigde Staten met hun slavernijverleden.

De Amerikaanse historicus Ira Berlin bood in 2004 een andere kijk op de betekenis van het excuus van President Bill Clinton in 1998. ­Clintons erkenning van de rol bij de slavernij in de geschiedenis van de VS leidde volgens Berlin tot een hernieuwde publieke interesse in het Amerikaanse slavernijverleden. Het bracht nieuw wetenschappelijk onderzoek naar slavernij teweeg. Daarnaast kreeg het ook uiting in de productie van films en televisieseries, de oprichting van slavernijmonumenten en de opzet van musea en tentoonstellingen die zich richtten op de omvangrijke Afro-Amerikaanse geschiedenis en cultuur.

1619 project

De winst in de erkenning van het slavernijverleden zit niet alleen in ‘de gang van Amerikanen naar de geschiedenisboeken’, aldus Berlin. Excuses betekenden ook de impliciete erkenning van het verband tussen de slavernijgeschiedenis en het hedendaags racisme. Daarmee kan slavernij volgens Berlin dienen als een ‘taal’ om over racisme te praten in een samenleving waarin racisme moeilijk bespreekbaar is.

Erkenning betekent niet dat het slavernijverleden in de VS tot minder felle discussies leidt. Een recent voorbeeld is de commotie over het met een Pulitzerprijs bekroonde 1619 project van The New York Times. Journalisten onderzochten in een serie essays de erfenis van slavernij in het land vanaf 1619, het jaar dat de eerste tot slaaf gemaakte Afrikanen aankwamen in de staat Virginia. De publicatie lokte binnen en buiten academische kringen een verhit debat uit over de rol van slavernij in het Amerikaanse oorsprongsverhaal.

Hoewel deze kritiek zeker meeweegt in de lezing van de essays, moet de relevantie van dergelijke publieke historische weergaven niet worden gebagatelliseerd. Het brede perspectief op slavernij van het 1619 project is immers van groot belang voor de publieke bewustwording over het slavernijverleden in Amerika.

Dit geldt ook voor Nederland; naar aanleiding van de publicatie in de Amerikaanse krant volgde het NRC met een doorslaggevend onderzoek over de Nederlandse rol bij het verschepen van de eerste Afrikanen naar Virginia. Hierin kwam aan het licht dat ons land al voor 1630 via de kaapvaart actief deelnam aan de trans-Atlantische slavenhandel.

Nationaal Archief

In Nederland groeit de kennis over het slavernijverleden, maar nog niet snel genoeg. De expositie in het Rijksmuseum, de vernieuwde ­canon en de onderzoeken naar de betrokkenheid van Amsterdam en Rotterdam bij de slavenhandel zijn stappen in de goede richting. Zo ook het onderzoek van historicus Marjoleine Kars. Ze publiceerde vorig jaar haar boek over de slavenopstand van 1763 in de Nederlandse kolonie Berbice. Zij gebruikte hiervoor nieuw bronmateriaal uit het Nationaal Archief in Den Haag, dat werd omschreven als ‘een schat aan historisch materiaal’. Er liggen ongetwijfeld meer van dergelijke schatten verborgen in de Nederlandse archieven.

Excuses van de Nederlandse overheid kunnen deze ontwikkeling bevorderen. In de VS waren ze het startpunt van een maatschappelijk debat en de publieke bewustwording over de schaduwkanten van de geschiedenis. Om die reden kunnen we ons beter richten op de vraag hoe formele excuses maken Nederland kan verrijken, in plaats van te blijven hangen in de dichotomie van schuld en onschuld over het slavernijverleden.

Christine Mertens, promovenda Amerikaanse geschiedenis aan Universiteit Leiden en het Roosevelt Institute for American ­Studies. Beeld Eigen foto
Christine Mertens, promovenda Amerikaanse geschiedenis aan Universiteit Leiden en het Roosevelt Institute for American ­Studies.Beeld Eigen foto
Marcella Schute, promovenda Amerikaanse geschiedenis aan Universiteit Leiden en het Roosevelt Institute for American ­Studies. Beeld Eigen foto
Marcella Schute, promovenda Amerikaanse geschiedenis aan Universiteit Leiden en het Roosevelt Institute for American ­Studies.Beeld Eigen foto
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden