Opinie

Opinie: ‘Eetcultuur stellig toe-eigenen maakt ons niet inclusiever’

De Britse tuincultuur kent racistische elementen, zo stelde een Britse hoogleraar recent. Lenno Munnikes kijkt hier in Nederland in de tuintjes en ziet een lineair verband met de eetcultuur.

null Beeld Jean-Pierre Jans
Beeld Jean-Pierre Jans

De Britse Corinne Fowler, hoogleraar postkoloniale literatuur aan de Universiteit van Leicester, beschreef onlangs in The Green Unpleasant Land dat de Britse tuincultuur, het indelen van plantensoorten en zelfs het eten van een fazant een diepgewortelde laag van racisme herbergt. Want het indelen van planten zou overeenkomsten vertonen met rassenleer, de kennis van tuinen is elitair en een koloniaal overblijfsel. Ook zou de liefde voor de fazant als culturele toe-eigening van een exotische vogel gezien kunnen worden.

Ik schrok daarvan en dacht hoe zit dat bij ons en in onze backyard?

Hipsters en boomers

Wellicht is de liefde voor tuintjes aanharken, bloemen kweken, groente verbouwen en hippe stadslandbouw bij ons in Nederland ook wel elitair, racistisch en van oorsprong een koloniaal overblijfsel. Als Fowler gelijk heeft en deze zienswijze ook bij ons toepasbaar is, zou dat haaks staan op het feit dat we stadslandbouw juist steeds meer zijn gaan beschouwen als de verbinder en oplossing voor allerlei voedselproblematiek. En hoe kijken we dan aan tegen de schooltuintjes waar we onze kinderen al vroeg aanleren dat tuinieren, groente verbouwen en binding krijgen met de natuur heel erg goed is? Is dat ook een vorm die Fowler zou plaatsen als koloniaal overblijfsel en elitair?

In Amsterdam zijn er genoeg plekken waar in openbare tuintjes geharkt en geschoffeld wordt door juist een breed en divers publiek. Buren leren van elkaar in de openbare tuin. Maar als ik kijk naar stadslandbouwinitiatieven of hipper nog: urban farming, constateer ik persoonlijk over het algemeen (nog) niet echt een afspiegeling van de samenleving.

Toen ik een tijd geleden bij Onze Volkstuinen (onder glas) in Almere was, ging er een wereld voor mij open. Sopropo, gember en allerlei exotische groenten werden hier verbouwd, die ik vooral vanuit de Surinaamse keuken ken. En met de gedachte van Fowler in mijn achterhoofd, hoe slecht ik het ook van mijzelf vind, was mijn idee altijd dat tuintjes of urban farming iets voor witte ‘boomers’ of ‘klimaatbewuste hipsters’ was. Is dit een vorm van culturele toe-eigening, of is het mijn geconditioneerde gedachte?

Glorie en bagger

Het verbouwen van voedsel voor eigen gebruik is van alle tijden, volken en culturen, dus omdat toe te eigenen is een lastig verhaal. Wel zie ik een lineair verband met de term ‘eetcultuur’, een begrip waar iedereen een mening over heeft. In de tijd dat ik zelf nog best aardig het koksmes hanteerde, heb ik allerlei culinaire trends meegemaakt; van ultra haute cuisine, fusion tot goochelkunsten.

De laatste jaren is men op het vlak van voedsel vooral op zoek naar ‘authenticiteit’, ‘hyperlokaal’ en ‘terroir’. De bijna tot waanzin leidende zoektocht naar authenticiteit en lokaliteiten maakt van eten in plaats van een sociaal bindmiddel een oorzaak voor een steeds groter wordende maatschappelijke kloof. Culturele toe-eigening of de weerstand daartegen is in keukens ook een rol gaan spelen. Iedereen is steeds meer en steviger zijn of haar grenspaaltjes aan het ingraven.

En misschien zit de misvatting wel in de term eetcultuur; een cultuur is namelijk een constructie en bedacht door mensen om het leven ogenschijnlijk overzichtelijker en simpeler te maken. Je hoort erbij of je hoort er niet bij. Dat is wat mij betreft verre van inclusief. Waar van oudsher ook de culinaire wereld geprivilegieerd, wit en man was, gaat het maken van stellige afbakeningen niet ons eten inclusiever maken. Sterker nog: nationale keukens, nationale gerechten of de indeling van tuinen en wat je dan wel of niet zou mogen verbouwen op eigen bodem zijn geconstrueerd vanuit een flinke vleug nationalisme en protectionisme. Aangevuld met identiteitsbepalende factoren werden nationale ‘terroirs’ geboren. Zo werden we wat we eten; wij versus zij.

Laten we erkennen dat bepaalde culturele eigenschappen een verre van frisse oorsprong hebben. Ook bij het eten van een fazant is het goed om te realiseren dat die exotische vogel een culturele toe-eigening is en zelfs een slavernijverleden kent. Herken en erken het verleden in al haar glorie en bagger. Dan kan ons hart weer openen voor de sociale en culturele kant van eten (en eten verbouwen) zonder angst te hebben om het goed of niet goed te doen.

Omarm de gedachte dat alles wat bloeit en groeit onze smaak heeft bepaald, maar dat dat ook continu aan verandering onderhevig is door klimaatverandering, handel, emoties, het afzetten tegen de vorige generatie en ga zo maar verder. Laten we ons eten, eetgewoonten en eten verbouwen niet meer continu in hokjes plaatsen als ‘authentiek’ of ‘lokaal’ of cultureel toe-eigenen.

Ik ben daar vandaag mee begonnen.

Lenno Munnikes - Historicus en antropoloog, programmadirecteur Flevo Campus en onderzoeker Food & Heritage aan de Reinwardt Academie (AHK) en KU Leuven. Beeld Het Parool
Lenno Munnikes - Historicus en antropoloog, programmadirecteur Flevo Campus en onderzoeker Food & Heritage aan de Reinwardt Academie (AHK) en KU Leuven.Beeld Het Parool
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden