PlusOpinie

Opinie: ‘Een minderheidskabinet is de oplossing om de status-quo te doorbreken’

De formatie bevindt zich in een impasse. Een minderheidskabinet zou uitkomst kunnen bieden, stellen Arjen Nijeboer, Niesco Dubbelboer en Thijs Vos.

Demissionair premier Mark Rutte op het Binnenhof. Drie maanden na de verkiezingen is er nog altijd geen nieuw kabinet. Beeld ANP
Demissionair premier Mark Rutte op het Binnenhof. Drie maanden na de verkiezingen is er nog altijd geen nieuw kabinet.Beeld ANP

Drie maanden na de verkiezingen is de kabinetsformatie in een moeras beland. Er zijn minimaal vier partijen nodig voor een meerderheid, maar doordat veel partijen elkaar uitsluiten of juist vasthouden, is er nog geen begin van zicht op een oplossing. Wel is er behoefte snel aan het werk te gaan om het land uit de coronacrisis te leiden. Tegelijk wordt van alle kanten gevraagd om een nieuwe bestuurscultuur met meer tegenmacht tegen de regeringsbureaucratie, die de afgelopen decennia enorm aan invloed heeft gewonnen.

Er is een uitweg uit de impasse die aan beide eisen voldoet: een minderheidskabinet. Omdat er minder partijen aan deelnemen en er geen gedetailleerd regeerakkoord wordt uitgewerkt, kan dit snel worden geformeerd.

Nog belangrijker: een minderheidskabinet geeft een stevige impuls aan het open democratische debat en herstelt de macht van het parlement tegenover de regering en het ambtenarenapparaat.

We zijn in Nederland gewend geraakt aan meerderheidscoalities die het beleid in het regeerakkoord tot in detail voor de volle vier jaar vastleggen. De regeerakkoorden worden achter gesloten deuren geschreven door een handjevol partijgetrouwen, met grote invloed van lobbyisten en machtige belangenorgani­saties die het oor van de toppolitici hebben. De grote compromissen zijn dan al binnenskamers gesloten, nog voordat het openbare parlementaire en maatschappelijke debat op gang is gekomen.

Ongeloofwaardig

Dit slaat het open debat in de Tweede Kamer en in de samenleving dood. Het maakt Kamer­debatten te vaak tot een toneelspel, omdat de uitkomst meestal al bij voorbaat vaststaat. Oppositiepartijen zitten er grotendeels voor spek en bonen bij.

De uitruil van wensen tijdens de kabinetsformatie betekent bovendien dat coalitiepartijen regelmatig beleid verdedigen waar ze eigenlijk helemaal niet achter staan. Denk aan D66, dat voor de verkiezingen van 2017 als oppositiepartij nog pal stond voor het raadgevend referendum, maar na de verkiezingen als coalitiepartij opeens de afschaffing bepleitte. En zie de politici die gedrag van hun coalitiegenoten tegen heug en meug verdedigen om het kabinet maar overeind te houden.Dat maakt de politiek ongeloofwaardig.

Een minderheidskabinet legt alleen de algemene richting van het beleid vast. Het heeft slechts het vertrouwen van een Kamermeerderheid nodig om aan de slag te gaan, meer niet. Vervolgens moet elk beleidsstuk en elke wet een eigen, steeds wisselende, meerderheid krijgen. Het kabinet moet dan per onderwerp onderhandelen met de hele Tweede Kamer. Zo wordt het parlementaire debat een echte open discussie op argumenten, zonder achterkamertjes, en de Tweede Kamer wint aan tegenmacht.

Oppositiepartijen kunnen dan volop mee­regeren. Dat is terecht, want ook zij hebben een mandaat van kiezers gekregen. Bovendien wordt hun inbreng constructiever. Want als oppositiepartijen weten dat hun inbreng toch bij voorbaat kansloos is, is de neiging groot om vooral oppositie te voeren om het oppositie voeren.

Daarbij komt dat een coalitie zonder vuistdik regeerakkoord veel flexibeler kan inspelen op nieuwe feiten of omstandigheden – een pandemie is niet te plannen – en op de tussentijds veranderende machtsverhoudingen in de Eerste Kamer.

Scandinavische voorbeelden

Sommige commentatoren achten een min­derheidskabinet instabiel. De Nederlandse ervaring hiermee is echter zo gering, en de bijzondere omstandigheden zijn zo talrijk, dat hier nauwelijks conclusies uit kunnen worden getrokken.

Voor echte lessen kijken we beter naar het buitenland. Het overgrote deel van de kabinetten in Denemarken, Noorwegen en Zweden sinds 1967 zijn bijvoorbeeld minderheidskabinetten. Dat heeft geleid tot een belangrijkere rol van het parlement, doordat alle partijen actief werden betrokken bij de besluitvorming. Deze kabinetten zijn over het algemeen stabiel. De Deense minderheidscoalitie van het liberale Venstre en de Conservatieve Volkspartij regeerde bijvoorbeeld tien jaar, van 2001 tot 2011. Daarvan kunnen we in Nederland alleen maar dromen.

Kortom, een minderheidsregering zou in de huidige omstandigheden een serieuze optie moeten zijn.

Arjen Nijeboer, Niesco Dubbelboer en Thijs Vos werken bij platform Meer Democratie.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden