Opinie

Opinie: ‘Echt, zonder kernenergie gaat de groene energietransitie niet lukken’

Nederland wil het gebruik van fossiele brandstoffen terugbrengen. Daarin zal kernenergie ook een rol moeten spelen, stellen Ernst de Bruijn, Hans van Doesburg, Jaap Hoogcarspel, Theo Spek.

Ernst de BruijnHans van DoesburgJaap Hoogcarspel en Theo Spek
In Nederland worden nu voorzichtig de eerste stappen gezet om kernenergie te realiseren in de vorm van twee grote centrales, echter nog zonder een duidelijk plan. Beeld Getty Images
In Nederland worden nu voorzichtig de eerste stappen gezet om kernenergie te realiseren in de vorm van twee grote centrales, echter nog zonder een duidelijk plan.Beeld Getty Images

De huidige discussie over kernenergie concentreert zich meteen op de vraag of men vóór of tegen is. Zelden of nooit vraagt men zich af waar het écht om gaat, namelijk in hoeverre kernenergie kan bijdragen aan de reductie van CO2-emissies. Veel landen willen het gebruik van fossiele brandstoffen terugbrengen door verregaande groene elektrificatie en daar waar dat niet mogelijk is, waterstof als schone brandstof inzetten. Maar productie van waterstof vergt ook grote hoeveelheden groene stroom.

Hoe al deze extra elektriciteit groen en betrouwbaar op te wekken? Hier is een grote rol voor kernenergie weggelegd. In het nieuwe regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet de benodigde stappen voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales gaat nemen. Maar de tekst is nogal algemeen en de vraag is of niet meer dan twee kerncentrales nodig zijn voor een betrouwbaar en CO2-arm energiesysteem. De nog grotere vraag is of de verantwoordelijke minister in het nieuwe kabinet politieke voorkeuren opzij kan zetten om het belang van de energietransitie te dienen.

Beperkte alternatieven

Gedreven door een irrationeel gevoel van urgentie, heeft Nederland besloten versneld ‘van het gas af’ te gaan, overal elektriciteit te gaan gebruiken en pas daarna uit te zoeken hoe deze extra vraag naar elektriciteit groen geproduceerd kan worden. Dit heeft geleid tot suboptimale keuzes. Aardgas had een uitstekende transitiebrandstof kunnen zijn om kolen versneld af te bouwen. Het beleid heeft zich echter gericht op inefficiënte technologieën als zon en wind met beperkte leveringszekerheid. De publieke acceptatie voor verder uitbreiden op land en ook op zee neemt snel af.

Voorstanders van zon en wind benadrukken dat er, in tijden van overschot, elektriciteit opgeslagen kan worden. Maar er bestaan voor Nederland geen goede opslagopties. Een stuwmeer in de bergen kan hier niet en andere opslagmethoden staan nog in de kinderschoenen. Industriële productie van waterstof vergt veel groene elektriciteit. De omzetting van opgeslagen waterstof naar elektriciteit is erg inefficiënt. Er wordt dus veel waardevolle groene elektriciteit ‘weggegooid’.

Er resteren enkele praktische alternatieven.

Ten eerste: verregaande import van elektriciteit. Dat maakt Nederland sterk afhankelijk van andere landen die hun elektriciteit dan wel volledig groen op moeten wekken. Ook groene waterstof kan geïmporteerd worden. Geopolitieke aspecten spelen wel een rol voor prijs en leveringszekerheid, zoals we nu met bijvoorbeeld de aardgasprijs ervaren.

Het tweede alternatief: wek veel meer groene elektriciteit op in eigen land door meer dan twee kerncentrales te bouwen. Dat vergt weinig ruimte en de levering van elektriciteit is hiermee constant en dus uitermate geschikt voor productie van de zogenoemde basislast. Dit inzicht schijnt er nu schoorvoetend te komen.

Leveringszekerheid

Door verregaande elektrificatie wordt Nederland steeds afhankelijker van een enkele energiedrager en moet de leveringszekerheid perfect gegarandeerd zijn. Elektriciteit en groene waterstof hebben elk daarin hun eigen specifieke rol. Er wordt te veel gepraat over versnelling van vergroening en het aanscherpen van doelstellingen, zonder aan te geven hoe deze op een verantwoorde manier sneller te bereiken. Kernenergie moet hier een grote rol gaan spelen.

In Nederland worden nu voorzichtig de eerste stappen gezet om dat te realiseren in de vorm van twee grote centrales, echter nog zonder een duidelijk plan, tijdschema en nog zonder voldoende, breedgedragen politiek momentum. Het Verenigd Koninkrijk is duidelijker en gaat 16 small modular reactors (SMR’s) bouwen. Dit is een standaardproduct met een relatief lage prijs. Een optie voor Nederland misschien?

Voorkom dezelfde fouten

Voor de financiering van kernenergie moet nog een gedegen plan ontwikkeld worden om niet dezelfde fout te maken als bij zon- en windparken. Deze zijn grotendeels gefinancierd met Nederlands belastinggeld, hetgeen buitenlandse partners heeft aangetrokken die nu de winsten naar hun thuisland exporteren (Vattenfall). Dit staat ook te gebeuren met een groot waterstofproject. Dit soort fouten kunnen we ons bij kernenergieprojecten niet permitteren.

Kernenergie is de enige praktische uitweg om in Nederland voldoende klimaatneutrale elektriciteit te genereren met hoge leveringszekerheid. Dit lukt wellicht niet voor 2030 maar wel ruim vóór 2050, als we op zeer korte termijn beginnen met deze projecten. De leidende rol die het nieuwe kabinet nu moet gaan nemen is essentieel om de condities te scheppen voor vlotte projectrealisatie. De grote vraag is of de vele stappen die nu nodig zijn de politieke wispelturigheid van een politiek divers kabinet zullen overleven. Nederland moet blijven doordrammen om de hoognodige kerncentrales te realiseren.

Ernst de Bruijn, Hans van Doesburg, Jaap Hoogcarspel, Theo Spek deelnemers aan Perspectief4Energie en voorheen verbonden aan de TU Delft (Chemische Technologie)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden