Opinie

Opinie: ‘Digitale infrastructuur verdient structureel aandacht’

Het nieuwe kabinet moet met een visie komen op de digitale infrastructuur, stellen Eef Masson en Gido van Rooijen. Niet alleen omwille van de digitale veiligheid, maar ook omwille van het milieu.

Serverruimte van de Amsterdam Inter­net Exchange, een van de belangrijkste internetknoop­punten ter wereld. Beeld ANP
Serverruimte van de Amsterdam Inter­net Exchange, een van de belangrijkste internetknoop­punten ter wereld.Beeld ANP

In pers en politiek zijn datacentra steeds vaker onderwerp van discussie. In Amsterdam gold enige tijd een bouwstop voor nieuwe datacentra, omdat gevreesd werd voor overbelasting van de lokale elektriciteitsnetten. In de rest van Noord-Holland en in Flevoland groeit de weerstand tegen de vestiging van zogeheten hyperscalers: zeer grote datacentra van internationale techbedrijven.

Er zijn zorgen over hun ruimtegebruik en de druk die ze leggen op allerlei basisvoorzieningen, zoals groene stroom en water. In alle gevallen speelt de vraag of de lusten en lasten van datacentra eerlijk verdeeld worden over bedrijven, omwonenden en de rest van de samenleving.

De discussie over datacentra heeft het publieke bewustzijn vergroot dat het internet, of de cloud, niet zomaar ‘in de lucht hangt’, maar ook ergens op de grond staat. Als we Zoomen, Netflixen of bestanden delen met collega’s, maken we gebruik van servers en opslagsystemen, die via kabels, routers en schakelaars met elkaar zijn verbonden. En daar zijn ruimte, energie en grondstoffen voor nodig. Ons handelen in de ‘digitale wereld’ heeft dus grote impact op de fysieke wereld.

Blindstaren

Niet alle datacentra zijn hetzelfde. Ze verschillen in grootte, in de type diensten die ze leveren en in wie die diensten afnemen. Nederland kent op dit moment, naast drie hyperscalers ook kleine en middelgrote datacentra die aan allerlei bedrijven serverruimte verhuren en IT-ondersteuning bieden.

In de regio Amsterdam staan bijvoorbeeld veel van dit soort ‘colocatiecentra’. Sommige daarvan zijn gericht op de Nederlandse markt, andere op de internationale. Die hebben dus een andere klandizie, maar ook andere energie- en vestigingsbehoeften. De vraag is dus niet: meer of minder datacentra? Maar: welke datacentra hebben we nodig – en hoe en waar kunnen we die een plek geven?

Het nieuwe kabinet zal zich over deze vragen moeten gaan buigen. Doel daarbij is te komen tot een heldere visie op een Nederlandse digitale infrastructuur. Het heeft geen zin je blind te staren op de datacentra, want die zijn onderdeel van grotere systemen voor de uitwisseling, bewerking en opslag van data. Daartoe staan ze in verbinding met andere fysieke structuren, zoals kabels en 4G- of 5G-masten. Het is het hele netwerk dat gebruikers in staat stelt te internetten. En alle componenten van dit netwerk gebruiken ruimte en stroom. Nadenken over de impact van digitalisering vereist dus systeemdenken.

Wat willen we als land van onze digitale infrastructuur? Welke economische en maatschappelijke activiteiten moet ze mogelijk maken? Dat zijn fundamentele vragen, want hoe dan ook vallen er keuzes te maken. Onze ruimte is niet oneindig. Elke generatie IT-apparatuur is weer wat compacter en energiezuiniger dan de vorige, maar we bereiken stilaan de maximale efficiëntiewinst die we op deze manier kunnen behalen – terwijl onze dagelijkse activiteiten sluipenderwijs steeds data-intensiever worden.

Gegevensbescherming

Bij het maken van keuzes spelen lokale en nationale belangen, maar ook mondiale. Nederlandse bedrijven maken in toenemende mate gebruik van de clouds – of beter gezegd: datacentra – van grote Amerikaanse techbedrijven. Dat leidt tot fricties omtrent gegevensbescherming (de VS en de EU denken daar immers heel verschillend over) en zorgen over nationale en Europese controle over data. Hoe denkt het Nederlandse kabinet over die zeggenschap? En hoe past die visie binnen die van de Europese Unie? Wat betekent dit alles voor de eisen die gesteld moeten worden aan onze digitale infrastructuur?

Bedrijven, burgers en lokale overheden hebben behoefte aan een duidelijk pad naar een duurzame, digitale toekomst. Een visie op hoe die toekomst eruitziet, is daarbij onontbeerlijk. Die moet oog hebben voor onze behoeften op economisch en geopolitiek vlak, maar ook voor de duurzaamheidsuitdagingen waar we als land voor staan. In Nederland is veel kennis aanwezig die aan zo’n visie kan bijdragen. Het kabinet kan daar maar beter zijn voordeel mee doen.

Eef Masson is onderzoeker bij het Rathenau Instituut, dat onderzoek doet naar het effect van wetenschap, innovatie en technologie op de samenleving. Beeld -
Eef Masson is onderzoeker bij het Rathenau Instituut, dat onderzoek doet naar het effect van wetenschap, innovatie en technologie op de samenleving.Beeld -
Gido van Rooijen is onderzoeker bij het Rathenau Instituut. Beeld -
Gido van Rooijen is onderzoeker bij het Rathenau Instituut.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden