Opinie

Opinie: ‘Die Ruttedoctrine is echt niet alleen Ruttes schuld’

De Ruttedoctrine is taboe geworden voor iedereen in Den Haag, maar de lijsttrekkers van CDA en D66 lijken hun eigen opstelling in het kabinet vergeten, schrijft Wessel Wierda. Hij vindt het hoogste tijd voor zelfreflectie.

Sigrid Kaag (D66), Mark Rutte (VVD) en Wopke Hoekstra (CDA) in de Tweede Kamer tijdens een debat over de mislukte formatieverkenning.  Beeld ANP
Sigrid Kaag (D66), Mark Rutte (VVD) en Wopke Hoekstra (CDA) in de Tweede Kamer tijdens een debat over de mislukte formatieverkenning.Beeld ANP

Vrijwel iedereen is het erover eens dat ‘achterkamertjespolitiek’, troebele herinneringen en een gebrek aan transparantie de afgelopen jaren hoogtij vierden in het kabinet. De roep om verandering is dan ook groot; zelfs demissionair premier Mark Rutte wil dit thema nu – in weerwil van het VVD-verkiezingsprogramma – ‘volop aan bod laten komen in de formatie’.

Het Parool publiceerde onlangs lezersbrieven waarin stond dat de VVD het regeren beter over kan laten aan andere partijen. En in Trouw zeiden politicologen dat de VVD als grootste partij het formeren letterlijk links moet laten liggen. Een kabinet van ‘zeven dwergen’ – met D66, CDA, PvdA, GroenLinks, SP, PvdD en ChristenUnie – is volgens hen dé geschikte oplossing om tot een nieuwe bestuurscultuur te komen. Daarmee gaan zij voorbij aan een belangrijk gegeven: ook de bewindslieden van CDA, D66 en ChristenUnie uit kabinet-Rutte III continueerden willens en wetens de gewraakte bestuursnormen.

Politiek opportunisme

Waarom trokken zij niet eerder aan de bel? Twee van die bewindslieden, de demissionaire ministers Sigrid Kaag (D66) en Wopke Hoekstra (CDA), zijn nota bene lijsttrekker geworden van hun partij. Toch stonden zij daags na de verkiezingen alweer in de startblokken om te gaan regeren met de VVD. Pas bij de ophef rond ‘functie elders’ van Pieter Omtzigt zagen zij kans om het structurele patroon van tekortschietende informatievoorziening flink aan de kaak te stellen.

Dat riekt naar een vorm van politiek opportunisme en gespeelde verontwaardiging. Uit onthullingen van RTL blijkt immers dat de bewindslieden tijdens een ministerraad gezamenlijk besloten om de Kamer niet alle informatie te verschaffen over de toeslagenaffaire. Bovendien was het een staatssecretaris van D66 uit Rutte III, Menno Snel, die eerder expliciet heeft toegegeven dat hij de Kamer hierover meerdere malen verkeerd had geïnformeerd.

Voorts roep ik graag in actieve herinnering dat de Kamer ook CDA-coryfee Ank Bijleveld, demissionair minister van Defensie, verweet niet ‘open en eerlijk’ te zijn geweest tijdens het Hawijadebat. Rutte sprong toen wederom – met zijn inmiddels befaamde verdedigingsretoriek – in de bres voor ‘zijn’ CDA-minister. Vanuit CDA-bewindspersonen kwam daar indertijd weinig beklag over.

Ruttedoctrine

Daarnaast schoof D66 haar demissionair minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren naar voren als verkenner voor een nieuw kabinet. Nadat de frase ‘Positie Omtzigt, functie elders’ was uitgelekt, nam zij hetzelfde standpunt in als Rutte voor de camera’s van de NOS: geen herinnering aan. In het daaropvolgende parlementaire debat over de verwrongen bestuurscultuur moesten vooral Rutte en de VVD het ontgelden, D66 en Ollongren bleven relatief ongeschonden.

Maar uiteraard is het ook makkelijk afgeven op de ‘beelddrager van de politieke cultuur van de afgelopen tien jaar’, zoals ChristenUnie-­leider Gert-Jan Segers de demissionair premier recentelijk omschreef. Al helemaal wanneer de tendens van informatie achterhouden en gebrek aan transparantie tot heuse ‘Rutte­doctrine’ is gebombardeerd.

Het probleem begint en eindigt evenwel niet bij de persoon van Mark Rutte. Het hele regeringsbeleid is ervan doordesemd, en dat beleid is een zorg en verantwoordelijkheid van elke minister en staatssecretaris.

Segers beseft dat inmiddels. Hij kwam terug op zijn eerdere uitlatingen en stak de hand ook in eigen boezem. Het zou D66 en CDA sieren als zij dat eveneens zouden doen. Moord en brand schreeuwen over de noodzaak van een nieuwe bestuurscultuur, maar weigeren zelf het boetekleed aan te trekken, getuigt eerder van een doorgeslagen responsieve houding dan van een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

Wessel Wierda is student politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en journalist. Beeld
Wessel Wierda is student politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en journalist.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden