Opinie

Opinie: ‘De UvA had de Academische Club niet mogen sluiten’

Amsterdamse Academische Club sluit per 1 juli 2022 zijn deuren. Beeld Beeldbank Stadsarchief
Amsterdamse Academische Club sluit per 1 juli 2022 zijn deuren.Beeld Beeldbank Stadsarchief

Met de sluiting van de Amsterdamse Academische Club verdwijnt er een ‘huiskamer’ in de stad. De Universiteit van Amsterdam had sluiting moeten voorkomen, bepleit frequent bezoeker Mary Mijnlieff.

Mary Mijnlieff

Waarschijnlijk draait Jan Karel Gevers, de voormalige voorzitter van het College van Bestuur van de UvA, zich om in zijn graf. De in 1995, op zijn initiatief opgerichte Amsterdamse Academische Club, sluit per 1 juli 2022 definitief zijn deuren. Als hij op bezoek was bij Amerikaanse universiteiten bracht hij altijd even een bezoek aan de faculty clubs, dronk een glas aan de bar en luisterde naar een lezing of debat. Zoiets was er in Amsterdam niet en moest er wel komen.

De Amsterdamse Academische Club, de ‘huiskamer’ van de UvA, bevindt zich in het hart van deze stad, in een historisch pand aan de Oudezijdsachterburgwal 235, rechts van de Oudemanhuispoort. Daar dooft straks voor altijd het licht, stopt het geroezemoes, stokt het debat na afloop van een betoog of lezing, hangt geen kunst meer aan de muur, wordt de boekenkast niet meer aangevuld met verse dissertaties van net gepromoveerden en veert de voorbij wandelende toerist niet meer even op zijn tenen omhoog om een nieuwsgierige blik naar binnen te werpen, zich afvragend wat daar binnen gebeurt, waar de mensen daar boven vanachter de houten balustrade toch naar kijken en luisteren?

Ongedwongen sfeer

Ik was niet een toevallige voorbijganger die eens naar binnen liep maar werd uitgenodigd om lid te worden. Bij het lezen van de naam in het briefhoofd vermoedde ik een vergissing. Ik een ‘stapelaar’ met mijn mavo-4 en mbo- diploma, 120 uur hbo-onderwijs, afgestudeerd aan de UvA, hoorde daar toch niet thuis? Nieuwsgierig ging ik toch op pad. De hoge drempel die ik vreesde, was er niet, het tegendeel. Er heerste een ongedwongen sfeer waar de directeur Maaike Ambags-van der Meulen met haar warme persoonlijkheid iedereen, lid of geen lid, introducé(s) of spreker een gevoel van welkom gaf. De kosten van het lidmaatschap, 150 euro per jaar, afgezet tegen het aanbod, moesten eerder een uitnodiging zijn dan een barrière.

Regelmatig bezocht ik op donderdag, dikwijls met een niet-academisch gevormde introducé, een debat of lezing - juweeltjes van kunsthistorische presentaties van topwetenschappers, intrigerende debatten van en met psychoanalytici, boekbesprekingen en gesprekken met auteurs, economische beschouwingen of historische inkijkjes in de geschiedenis van Amsterdam. Van elke kritische vraag leerde ik.

Ik ontdekte al snel dat de Amsterdamse Academische Club geen elitaire academische kroeg was maar een plaats van kennisoverdracht, ontmoeting, verbinding en inspiratie voor Amsterdammers die dat wilden. Ik ontmoette er niet alleen medewerkers, docenten, hoogleraren, emeriti, alumni en studenten aan de UvA maar raakte tijdens de borrel of het diner achteraf menigmaal in gesprek met de pareltjes onder hen.

De vele ontmoetingen met andere ‘stapelaars’ inspireerden mij Maaike de suggestie aan te reiken eens ‘iets’ te doen met 40 jaar Mammoetwet, ingevoerd om kansenongelijkheid in het onderwijs tegen te gaan. Het resulteerde in een boeiend debat ingeleid door twee topwetenschappers. Ik las er mijn column ‘Het DNA van een stapelaar’ voor.

Unieke ontmoetingsplek

Op een donderdagavond klonk de stem van Jan Schot, als volmaakte gastheer achter de bar, in de bijna lege ‘huiskamer’ dat hij toch echt ging sluiten. Ik zat geboeid te luisteren naar een man die vertelde over zijn onderwijscarrière die op de lts was begonnen en hoe hij uiteindelijk een studie en promotie had voltooid aan de UvA. Een trotse ‘stapelaar’ met twinkeling in zijn ogen, in zijn stem doorklonk de dankbaarheid voor de geboden en gepakte kansen. Hij niet opgegroeid in een academisch milieu, ik wel. Tegen elkaar spraken wij uit dat wij ons hier in de ‘huiskamer’ toch zo onvoorwaardelijk thuis voelden.

Amsterdam verliest met het sluiten van deze ‘huiskamer’ een unieke ontmoetingsplek. De UvA had anders moeten beslissen, alternatieven moeten overwegen om sluiting te voorkomen. Zij gaat mee met het alsmaar verder aftakelende aanbod van ongedwongen ontmoetingsplaatsen voor Amsterdammers in een stad waarin het aantal alleengaanden en steeds hoger opgeleiden groeit. Gebrek aan geld mag mogelijkheden voor het laagdrempelige aanbod van hoog niveau niet de das omdoen.

Mary Mijnlieff (1959, Bunnik) behaalde in 2003 haar doctoraal Orthopedagogiek aan de UvA. In 1978 begon zij als kleuterleidster in de toen nog zelfstandige basisschool. Voor haar studie was zij werkzaam als groepsleerkracht in de midden- en bovenbouw en als directeur. Na haar studie specialiseerde zij zich in de begeleiding van kinderen met leerproblemen als gevolg van rouw en trauma. Sinds 2018 is zij werkzaam op de afdeling Onderzoek & Innovatie van GGZ InGeest voor de wetenschapsdesk.nl sinds 1 januari 2022 onderdeel van Amsterdam UMC locatie VUmc.  Beeld -
Mary Mijnlieff (1959, Bunnik) behaalde in 2003 haar doctoraal Orthopedagogiek aan de UvA. In 1978 begon zij als kleuterleidster in de toen nog zelfstandige basisschool. Voor haar studie was zij werkzaam als groepsleerkracht in de midden- en bovenbouw en als directeur. Na haar studie specialiseerde zij zich in de begeleiding van kinderen met leerproblemen als gevolg van rouw en trauma. Sinds 2018 is zij werkzaam op de afdeling Onderzoek & Innovatie van GGZ InGeest voor de wetenschapsdesk.nl sinds 1 januari 2022 onderdeel van Amsterdam UMC locatie VUmc.Beeld -

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden