Opinie

Opinie: ‘De premier moet gewoon beslissen dat een tocht met de Gouden Koets niet meer kan’

Het Amsterdam Museum wil weten wat er met De Gouden Koets moet gebeuren. Volgens Ulli d’Oliveira is dat niet zo’n ingewikkelde vraag.

Prinsjesdag 2015: het koninklijk paar verlaat het Binnenhof in de Gouden Koets. Beeld ANP
Prinsjesdag 2015: het koninklijk paar verlaat het Binnenhof in de Gouden Koets.Beeld ANP

Het Amsterdam Museum stelt bezoekers van de expositie De Gouden Koets, die vandaag opent, de vraag naar de toekomst van de Gouden Koets: wat is je advies aan de koning, moet de koets op ceremoniële momenten blijven rijden of niet? Naar mijn mening is dat de verkeerde vraagstelling, omdat het antwoord op die vraag niet van de koning dient te komen. Het is namelijk de eerste minister die hier over gaat, niet de koning zelf.

De Gouden Koets is eigendom van de erfgenamen van Koningin Wilhelmina die het formele eigendom in 1968 hebben ondergebracht in de Stichting Kroongoederen van het Huis Oranje-Nassau. Deze stichting beheert de regalia, de voorwerpen die gebruikt worden bij de uitoefening van de koninklijke waardigheid. Het enige bestuurslid van deze stichting is koning Willem Alexander.

Toch is daarmee het laatste woord nog niet gezegd. De bevoegdheid om over de Gouden Koets te beschikken, is namelijk begrensd doordat hij wordt ingezet bij de staatstaken van de koning en voor die activiteiten is dan weer een minister, in het algemeen de minister- president, verantwoordelijk. Sinds 1848 kennen we namelijk in onze grondwet het wonderbaarlijke systeem van de koninklijke onschendbaarheid: voor al het officiële doen en laten van de koning(in) legt niet hij/zij, maar de minister politieke verantwoording af in het parlement. De premier is de katvanger voor eventuele missers van het Nederlandse staatshoofd.

Natuurlijk heeft de koning ook een privéleven, maar ook daar rukt de ministeriële verantwoordelijkheid op. Zodra het openbaar belang geraakt wordt, activeert zich ook daar de ministeriële verantwoordelijkheid. Denk aan de verantwoording die de premier aflegde tegenover het parlement over de Griekenlandreis van de koning en zijn gezin in de coronatijd.

Openbaar belang

Bij vragen over de kosten van de restauratie van de Gouden Koets, weigerde de premier te antwoorden en verwees hij naar artikel 41 van de Grondwet, het recht van de koning om zijn Huis in te richten. Naar mijn inzicht klopt dit echter niet en drukken de kosten van onderhoud en renovatie op de functionele begroting van de koning en dus op de staatskas.

De ministeriële verantwoordelijkheid krijgt gestalte door het maandagoverleg op het paleis. Daar zal ook het lot van de Gouden Koets besproken moeten worden. En als de premier van oordeel is dat het openbaar belang vereist dat op Prinsjesdag de tocht naar het Binnenhof niet in de Gouden Koets kan worden afgelegd, dan mag de koning wel zijn gevoelens delen, maar heeft de premier het laatste woord op dat moment. Die is verantwoordelijk. Mijn advies aan hem is: staak het gebruik van deze met koloniale smetten beladen koets bij officiële gelegenheden. Dan kan hij uit de stichting en in het museum. De tijd is er reeds lang rijp voor.

Ulli Jessurun d’Oliveira , oud-hoogleraar rechtsfilosofie, ­verbonden aan Prakken d’Oliveira, Human Rights Lawyers. Beeld -
Ulli Jessurun d’Oliveira , oud-hoogleraar rechtsfilosofie, ­verbonden aan Prakken d’Oliveira, Human Rights Lawyers.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden