Opinie

Opinie: ‘De politieke aandacht voor homofobie is selectief’

Homohaat kwam regelmatig in het nieuws deze zomer. Toch is de aandacht hiervoor selectief, stelt D66-raadslid Jan-Bert Vroege. ‘We moeten pal staan voor ieder slachtoffer.’

Jan-Bert Vroege
Mannen bereiden zich voor op de Canal Parade in 2008. Het beeld werd bij de Pride als meest esthetische foto gekozen Beeld Jan van Breda
Mannen bereiden zich voor op de Canal Parade in 2008. Het beeld werd bij de Pride als meest esthetische foto gekozenBeeld Jan van Breda

De afgelopen zomer werden we, wederom, opgeschrikt door vele berichten van homohaat. De combinatie van Pride in Amsterdam en goed weer maakt dat we hier jaarlijks in de zomermaanden meer en meer over lezen. Opvallend hierbij is dat er nauwelijks aandacht is voor slachtoffers en de impact op andere lhbtq’s, maar vooral aandacht voor dadergroepen. Tenminste als dit in een bepaald politiek straatje past.

In deze krant werd door Claire Martens en Lennart Salemink een aantal zeer goede ideeën uiteengezet. Inzetten op meer preventie en een brede aanpak van anti-lhbtq-geweld is toe te juichen. Maar het idee dat we ons selectief moeten richten op mensen met een migratieachtergrond is verkeerd. Het is naïef en fout om te veronderstellen dat anti-lhbtq-geweld alleen uit deze hoek komt.

Onzeker over seksualiteit

Begin deze zomer werd er een, kwalitatief vrij zwak, onderzoek door de gemeente gepresenteerd. Hierin gaven meerdere slachtoffers van anti-lhbtq-incidenten aan dat de dader van vermoedelijke Marokkaanse afkomst was. Koren op de molen van xenofobisch rechts uiteraard, dat dit in diverse media graag uitmat. Dat daders van zichtbare intimidatie op straat bijna altijd jongemannen zijn, veelal onzeker over seksualiteit in het algemeen en met last van bewijsdrang in groepsverband, is geen nieuws. Dat dat in Amsterdam vaker Marokkaanse jongens dan op het platteland mag ook geen verrassing zijn.

Wel verrassend waren de reacties op andere gebeurtenissen deze zomer. Ook dit jaar werden er met Pride wederom dragqueens geweigerd door taxi’s. Dit keer onder meer dragartiest Sletlana. De reacties op sociale media, maar ook in mijn e-mailbox, waren eensluidend: deze persoon was ranzig en goor. Dat taxichauffeurs Sletlana weigerden was niet alleen hun volste recht maar ook zeer begrijpelijk. Ook de verkiezing van de meest esthetische Pridefoto leverde een vloedgolf aan reacties op. De foto van fotograaf Jan van Breda waarop een stel mannen zich klaarmaakt voor de botenparade in een tuin waar ook een jong meisje aanwezig was leidde zelfs tot politieke beroering. De voorman van de lokale ChristenUnie vindt dat we dit niet normaal zouden moeten vinden. Een laatste voorbeeld zijn de reacties op de oprichting van Roze Kameraden. Panden van de lhbtq-supportersvereniging van Feyenoord werden beklad met homofobe teksten.

Geen politiek geroeptoeter

Helaas voor de rechtse politieke flank waren al deze reacties niet afkomstig van mensen met een Marokkaanse of andere migratieachtergrond maar uitsluitend van ‘gezonde Hollandse’ mannen. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat er hierop geen politiek geroeptoeter volgde. Wel maakte het iets anders duidelijk. Dat homofobie, in breedste zin van het woord, veel dieper aanwezig is in onze samenleving dan velen willen aannemen. De emancipatie van een ieder die afwijkt van het binaire heteronormatieve is broos, zeker als die diversiteit aan seksuele en gendersmaken expliciet zichtbaar wordt.

Selectieve verontwaardiging zoals we op rechts zo vaak zien, of geheel wegkijken, waarvan sommigen op links een handje hebben helpt daarbij niet. Willen we de lhbtq-emancipatie daadwerkelijk vooruit helpen, dan moeten we pal staan voor ieder slachtoffer en consequent iedere dader veroordelen, los van identiteitspolitiek. Ongeacht of het daderprofiel wel of niet in het eigen politieke straatje valt.

Daarnaast is het de hoogste tijd dat de politiek van links tot rechts eensgezind achter oplossingen gaat staan. Er moet overal voorlichting en educatie komen: van school tot moskee, van voetbalclub tot verzorgingstehuis. En een voorval van verkeerd gedrag moet niet alleen gemeld worden, maar ook opgespoord door gespecialiseerde agenten en vervolgd door het Openbaar Ministerie.

Want slachtoffers van homohaat help je pas echt als de daders niet alleen voor de bühne maar ook daadwerkelijk worden gestraft.

Jan-Bert Vroege is raadslid voor D66 in Amsterdam Beeld -
Jan-Bert Vroege is raadslid voor D66 in AmsterdamBeeld -

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden