Opinie

Opinie: ‘De overheid moet juist méér data gaan delen’

Door de toeslagenaffaire is er veel aandacht voor de risico’s van datagebruik door de overheid. Maar ook het níet delen van data kan maatschappelijke schade veroorzaken, betoogt Christian Verhagen.

Het Parool
Alexandra van Huffelen was in het vorige kabinet-Rutte verantwoordelijk voor de afhandeling van de toeslagenaffaire en is nu de eerste staatssecretaris Digitalisering. Beeld bart maat/ANP
Alexandra van Huffelen was in het vorige kabinet-Rutte verantwoordelijk voor de afhandeling van de toeslagenaffaire en is nu de eerste staatssecretaris Digitalisering.Beeld bart maat/ANP

Na de toeslagenaffaire en het rechterlijk verbod op het antifraudeprogramma Systeem Risico Indicatie in februari 2020 hebben burgers weinig vertrouwen meer in het datagebruik van de overheid. Het nieuwe kabinet wil dat vertrouwen terugwinnen en stelt niet meer data te gaan delen dan nodig is. Daarnaast komt er meer wettelijk toezicht op het gebruik van algoritmes en komen er regels voor data-ethiek. Tegelijkertijd moet ervoor worden gewaakt dat we te terughoudend worden met data. Want ook dat leidt tot verlies van vertrouwen, en zelfs tot onethisch handelen.

De Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) ligt momenteel voor in de Eerste Kamer. De wet moet datadeling tussen overheden en private partijen eenvoudiger maken, om fraude en criminaliteit te bestrijden. Zorgen zijn er over de privacy. De Autoriteit Persoonsgegevens adviseerde recent de wet niet aan te nemen. De Raad van State stelt echter dat de wet een belangrijke verbetering is in vergelijking met de bestaande praktijk, en benadrukt het belang van fraude- en criminaliteitsbestrijding.

Dienstverlening verbeteren door data

Dit verschil van mening illustreert de discussie over het gebruik van data door de overheid. Aan de ene kant zijn er risico’s, en worden data ingezet om burgers onder een vergrootglas te leggen. Aan de andere kant verwachten we juist ook een slagvaardige overheid die problemen effectief aanpakt. Bovendien kunnen bijvoorbeeld gemeenten door gebruik te maken van data, hun dienstverlening verbeteren, en burgers gericht wijzen op rechten, zoals een uitkering.

In de praktijk wordt er maar beperkt data gedeeld. Overheden houden vast aan hun eigen data die opgesloten zitten in verschillende systemen. Dit leidt tot ongeïnformeerd beleid op basis van gebrekkige informatie. Zo was er na de Bulgaren- en Polenfraude enkele jaren geleden veel politieke en maatschappelijke verontwaardiging. Hoe kon het immers dat zestig Polen op één adres ingeschreven stonden, zonder dat er ergens een lampje ging branden? Pieter Omtzigt stelde destijds zelfs dat deze fraude het bestaansrecht van de overheid raakte, en dat het bestrijden daarvan topprioriteit moest zijn.

Het terugwinnen van het vertrouwen van de burger vraagt om een slagvaardige overheid die in staat is maatschappelijke opgaven effectief aan te pakken. Dat geldt voor het tegengaan van fraude, maar ook voor de grote opgaven van het nieuwe kabinet: stikstof, wonen en klimaat. De aanpak van deze opgaven vereist inzicht, maar dat inzicht ligt allang niet meer alleen bij de overheid. Zo is voor de energietransitie data nodig van woningcorporaties en netbeheerders. Maar ook hier blijkt het lastig om data te delen, bijvoorbeeld omdat definities afwijken of vanwege juridische beperkingen.

Stimuleren van verantwoord datagebruik

De prikkel om dat te veranderen is er nauwelijks. Overheden leggen verantwoording af over hoe data worden gebruikt, terwijl juist ook het níét delen en gebruikmaken van data leidt tot maatschappelijke schade. Natuurlijk zijn daarvoor regels nodig, zoals op het gebied van data-ethiek. Maar die zouden niet alleen van toepassing moeten zijn op de vraag hoe de overheid nu gebruikmaakt van data en algoritmes. Ook het niet gebruiken van data is een morele afweging met ethische consequenties.

In plaats van datagebruik aan banden te leggen moet het nieuwe kabinet daarom juist toezien op het stimuleren van verantwoord datagebruik. Kaders en regels zijn nodig om duidelijkheid te scheppen in de nu soms conflicterende en vaak verouderde wetgeving, maar daarbinnen moet ruimte zijn om data juist te gebruiken.

Of dit ook gaat gebeuren, komt voor een groot deel te liggen bij Alexandra van Huffelen, de nieuwe (en eerste) staatssecretaris Digitalisering. Gezien haar vorige functie – waarin ze verantwoordelijk was voor de afhandeling van de toeslagenaffaire – zal ze zeker oog hebben voor de bezwaren en risico’s van datagebruik. Maar de overheid heeft soms ook een morele en wettelijke plicht om juist gebruik te maken van data. Bijvoorbeeld om fraude te bestrijden, burgers beter te helpen en maatschappelijke opgaven aan te pakken. Het is daarom te hopen dat het nieuwe kabinet niet te terughoudend is, maar juist de kansen van data gaat opzoeken.

Christian Verhagen is senior-adviseur data & ­analytics voor de publieke sector bij ict-adviesbureau Verdonck, ­Klooster & Associates. Beeld
Christian Verhagen is senior-adviseur data & ­analytics voor de publieke sector bij ict-adviesbureau Verdonck, ­Klooster & Associates.Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden