Opinie

Opinie: ‘De Oekraïnecrisis laat zien dat nieuwe afspraken over wapen- en troepenbeheersing in Europa broodnodig zijn’

In september hielden Rusland en Belarus, buurland van Oekraïne, een gezamenlijke militaire oefening. Beeld AP
In september hielden Rusland en Belarus, buurland van Oekraïne, een gezamenlijke militaire oefening.Beeld AP

In het kader van de Oekraïnecrisis zegt president Poetin afspraken met het Westen te willen maken over wapenbeheersing. Laat de Navo deze kans met beide handen aangrijpen, ook in haar eigen belang, betoogt strategisch analist Lotje Boswinkel.

Lotje Boswinkel

Deze week lekte het Spaanse dagblad El País documenten met de reacties van de VS en de Navo op de Russische eisen in het Oekraïne-conflict. Niet onverwacht houdt de Navo vol dat ze zich niet laat dicteren wie wel of niet lid mag worden. Daarnaast benadrukte de VS wél open te staan voor Russische wapenbeheersingsinitiatieven. Op dergelijke voorstellen werd tot voor kort vanuit het Westen – Amerika voorop – met scepsis gereageerd. Deze koerswijziging is verstandig. Op de lange termijn bieden zulke onderhandelingen kansen om de Europese veiligheidsarchitectuur te verstevigen.

Drie Russische initiatieven zijn het overwegen waard, ook in het belang van de Navo: het opstellen van een nieuw INF-verdrag voor Europa, het aan banden leggen van raketverdediging en het vergroten van transparantie rondom militaire oefeningen.

Na het sneuvelen, in 2019, van het INF-akkoord dat alle Russische en Amerikaanse raketten met een bereik tussen de 500 en 5500 kilometer verbood, zoekt Rusland uit angst voor de stationering van zulke wapens in Oost-Europa naar een nieuw, vergelijkbaar verdrag. Hoewel het sluiten van een mondiaal verdrag is uitgesloten – de Verenigde Staten zullen zich met het oog op een mogelijk conflict met China niet willen committeren aan een algehele ban –, is er wel degelijk ruimte om een gedeeltelijke herinvoering te overwegen. Zo stelde Rusland in 2019 een ‘moratorium’ voor op de stationering van middellangeafstandsraketten in Europa. Hoewel ze dit moratorium eerder afwees, zou de Navo er goed aan doen de opties voor een dergelijk wapenbeheersingsverdrag opnieuw te bekijken.

Dieper ongenoegen

Achter deze Russische wens schuilt een dieper ongenoegen over raketverdediging in Europa. Sinds de VS in 2002 uit het antiballistische-rakettenverdrag stapte, is het plaatsen van raketverdediging in Europa, bedoeld tegen een Iraanse dreiging, in Washington een veelbesproken onderwerp. Al tijdens de beruchte Munich Security Conference van 2007 uitte Poetin zijn zorgen over een dergelijk systeem, omdat het de Russische nucleaire afschrikking zou ondermijnen en een wapenwedloop zou veroorzaken. Uiteindelijk kwam de raketverdediging er onder president Obama toch en staan er nu SM-3-interceptoren in Roemenië en binnenkort ook in Polen. Hoewel deze volgens de Amerikanen slechts gericht zijn op verdediging tegen raketten uit het Midden-Oosten, meent Poetin dat deze systemen wel degelijk ook Russische raketten kunnen onderscheppen, of zelfs offensief kunnen worden ingezet.

Wat betreft dit laatste heeft Poetin technisch gezien een punt: de MK-41-lanceersystemen kunnen, met de juiste soft- en hardware-updates, inderdaad worden ingezet om Tomahawk-kruisraketten af te vuren. Maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat zulke updates buiten Ruslands weten om kunnen worden uitgevoerd. Dit neemt niet weg dat de Navo deze zorgen niet kan ontzenuwen en wel degelijk nieuwe afspraken zou moeten overwegen om raketverdediging aan banden te leggen. Dat blijft namelijk een onvolmaakt middel met een laag slagingspercentage. Het potentieel om tijdens een conflict Russische raketten tegen te houden is daarom zeer beperkt, zo niet nihil. Verificatiemechanismes waarbij Rusland beter zicht krijgt op de werking en doelen van verdedigingssystemen in Roemenië en straks Polen kunnen een uitkomst bieden. Maar de Verenigde Staten zouden ook het Europese raketschild in zijn geheel kunnen heroverwegen.

Boter bij de vis

Tot slot wil Poetin afspraken over militaire oefeningen in grensgebieden. Afspraken om transparanter te zijn over waar en wanneer geoefend wordt en over de beperking van het aantal oefeningen hebben een de-escalerende werking en zijn dus in ieders belang. Let wel: dan moet ook Rusland boter bij de vis doen en kunnen militaire oefeningen zoals in Belarus evenmin buiten beschouwing blijven.

De Oekraïnecrisis laat zien dat nieuwe afspraken over wapen- en troepenbeheersing in Europa broodnodig zijn. Makkelijk zijn zulke overleggen niet: het wederzijdse wantrouwen is groot en beide kanten beschuldigen elkaar van het niet naleven van eerder gesloten verdragen en gemaakte afspraken. Toch moeten beide kanten vooral óók naar gedeelde belangen blijven zoeken. Met de kans dat de Navo daarmee een aantal nieuwe wapenbeheersingsafspraken weet binnen te halen, hoe fragiel deze aanvankelijk ook zijn.

Lotje Boswinkel is strategisch analist bij het The Hague Centre for Strategic Studies, waar ze zich onder andere toelegt op wapenbeheersingsvraagstukken. Beeld
Lotje Boswinkel is strategisch analist bij het The Hague Centre for Strategic Studies, waar ze zich onder andere toelegt op wapenbeheersingsvraagstukken.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden