Opinie

Opinie: ‘De kernvraag is: meer of minder Europa?’

Met de verkiezingen in aantocht, spreken politieke partijen zich uit over hun Europese visie. Rob Boudewijn analyseert enkele plannen van de partijen en roept op realistisch te zijn.

Volgens Rob Boudewijn moeten we onze stemkeuze op 17 maart ook baseren op het Europese standpunt van de partijen. Beeld ANP
Volgens Rob Boudewijn moeten we onze stemkeuze op 17 maart ook baseren op het Europese standpunt van de partijen.Beeld ANP

Op 17 maart gaan we stemmen voor een nieuwe Tweede Kamer. Een stem voor Nederland, maar ook een stem over de voortgang en richting van het Europees integratieproject. Het zijn immers onze politici die mede aan de knoppen zitten in Brussel.

Alle politieke partijen trekken een grote broek aan met visionaire vergezichten. Ze spreken over wel of geen uitbreiding van de EU, de toekomst van de euro en nieuwe Europese institutionele structuren. Het zijn niet de minste visies die de revue passeren. De partijen dienen alleen wel in acht te nemen dat ze ondanks hun partijpolitieke beloftes in de EU slechts uiterst marginale spelers zijn en dat Nederland in de EU slechts 1 van de 27 spelers is.

Veel politieke beloftes worden ook niet ingelost. Onder de afgelopen kabinetten-Rutte lag de focus vooral op de voor Nederland voordelige financieel-economische gevolgen van het integratieproject: Nederland, als open exportland, verdiende simpelweg aan de interne markt. Tegelijkertijd was Nederland mordicus tegen een grotere financiële afdracht aan Brussel, maar de uitspraak van Rutte ‘geen cent meer naar de Grieken’ kon niet waargemaakt worden. Ook bij het meer recente verzet van Nederland tegen giften in plaats van leningen in het Europese coronaherstelpakket moest ons land bakzeil halen. Het zou politici daarom sieren eerst de realiteitszin van hun beloftes na te gaan, zodat ze ook niet aan geloofwaardigheid hoeven in te boeten.

Nexit amper genoemd

De PVV wijdt weinig woorden aan Europa en slechts in een paragraaf wordt gepleit voor een nexit. Waar in het verleden aan anti-Europese opstelling nog electoraal gewin opleverde, lijkt de brexitsoap in het tegenovergestelde te resulteren. De Britse economie is immers door de brexit in de grootste vrije val sinds de Tweede Wereldoorlog geraakt en de Britse overheid adviseert de eigen bedrijven vooral een dependance in de EU te openen om markttoegang te behouden. Een pleidooi om een land in een economische recessie te storten zal weinig stemmen opleveren.

Forum voor Democratie staat, meer onderbouwd, hetzelfde voor en ontkent vooral de feiten over globalisering. De SP pleit ervoor uit de euro te stappen, omdat de economieën van de lidstaten té verschillend zijn. Een basale economische wet luidt dat door een eenheidsmunt markten sneller convergeren door het verdwijnen van douaneformaliteiten en (wisselende) valutakoersen.

Tegenwicht tegen de Poetins

Waar de middenpartijen op Europees gebied, PvdA, CDA en VVD, altijd ‘Europa is goed voor Nederland’ tamboereerden, noopte de opkomst van de eurosceptici om zich nadrukkelijker op Europese thema’s te profileren. Bij de PvdA leidt dit tot een pleidooi voor een sterker Europa vanwege de geopolitieke bedreigingen, ‘als tegenwicht tegen de Poetins van deze wereld’ en om de EU slagvaardiger te maken wordt gepleit voor het opheffen van het vetorecht. De oproep tot een Europees minimumloon en een Europese arbeidsinspectie lijkt vooral om de eigen achterban te paaien.

Het CDA is tevens voorstander van een EU als wereldspeler én waardengemeenschap. De partij benadrukt daarom de democratische beginselen: een duidelijke boodschap naar Polen en Hongarije. Ten aanzien van verdere uitbreiding toont het CDA zich sceptisch en blijft het vetorecht om een besluit tegen te houden gehandhaafd.

Nieuwkomer Volt

De VVD tot slot is de meest nationalistische van de middenpartijen en benadrukt vooral de financiële aspecten: geen grotere Nederlandse afdracht aan de EU, geen Europese belastingen, het herstelfonds is een tijdelijk noodgreep en het stopzetten van financiering aan lidstaten die zich niet aan de begrotingsregels houden. Cynisch genoeg zou Nederland daar nu ook onder vallen.

Tot slot de grote pro-Europese politieke partijen, waarvan D66 van oudsher een exponent is en waarbij zich recentelijk de pan-Europese politieke partij Volt voegde. Eén van de kroonjuwelen van D66, de jaarlijkse toetsing van de staat van de rechtsstaat mét sanctiemechanismen, is inmiddels gerealiseerd. Andere D66-parels, zoals een pan-Europese kieslijst en een verdere federalisering van de Unie lijken weinig realistisch.

Opmerkelijk is dat de D66 oproept niet langer te denken in invloedssferen, zodat de oostelijke buren van de EU autonoom kunnen kiezen welke richting zij opgaan. Tegelijkertijd stelt D66 dat de Balkanlanden snel moeten toetreden om Rusland en China buitenspel te zetten.

Voor nieuwkomer Volt lijkt het moeilijk zich te profileren naast D66, omdat veel idealen hetzelfde zijn, zoals initiatiefrecht voor het parlement, het afschaffen van het vetorecht en Europese belastingen. Een voordeel voor Volt zou kunnen zijn dat deze partij zich nadrukkelijk presenteert als pan-Europese politieke partij, terwijl D66, als onderdeel van de liberale fractie waarin ook de VVD zit, een veel fletser Europees profiel kent.

Gecoördineerde gezondheidszorg

We gaan op 17 maart stemmen voor nationale verkiezingen, maar tegelijkertijd geven we onze politici een Europees mandaat, met als belangrijkste vraag: meer of minder Europa?

De huidige coronacrisis toont aan dat meer ‘Europa’ in sommige gevallen onontbeerlijk is: nu is gezondheidszorg (nog) een nationale competentie, met als gevolg dat er tegelijkertijd aan 27 amper gecoördineerde aanpakken wordt gewerkt. En hoe valt de nationale aanpak van terrorisme te rijmen met een Europa zonder binnengrenzen, waardoor de EU per definitie een walhalla voor terroristen is?

Welke partijen de nieuwe regering ook gaan vormen, het is duidelijk dat er veel smaken mogelijk zijn en daarmee bepalen de Nederlandse kiezers mede de voortgang en richting van het Europees integratieproject. Maar het wordt ook tijd dat Europese partijen realistisch zijn tegenover hun kiezers: de invloed van de partijen is beperkt, en veel beloftes zijn loos. Wees daar gewoon eerlijk over.

Rob Boudewijn is lecturer European Studies aan de Thorbecke Academie en Training directeur van europa-instituut.nl. Beeld Eigen archief
Rob Boudewijn is lecturer European Studies aan de Thorbecke Academie en Training directeur van europa-instituut.nl.Beeld Eigen archief
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden