Opinie

Opinie: ‘De hockeywereld is onveilig voor wie afwijkt van de norm’

Voor Abel Koentjes was het boek De laatste man van Pepijn Keppel, die pas uit de kast durfde te komen toen hij was gestopt als tophockeyer, herkenbaar. In de hockeywereld is eigenlijk geen plek voor wie van kleur is, queer is of op een andere wijze ‘afwijkt’, schrijft Koentjes.

Abel Koentjes
Abel Koentjes: ‘Ik werd zielsgelukkig van de hockeystick en -bal, maar doodongelukkig als ik mij onder mensen begaf op de hockeyclub.’ Beeld Getty Images/EyeEm
Abel Koentjes: ‘Ik werd zielsgelukkig van de hockeystick en -bal, maar doodongelukkig als ik mij onder mensen begaf op de hockeyclub.’Beeld Getty Images/EyeEm

Afgelopen week las ik het boek De laatste man van Pepijn Keppel. Pepijn schrijft over zijn zoektocht naar een eigen identiteit en de strijd met zijn seksuele geaardheid binnen de hockeywereld. Veel dingen die voorkomen in het boek waren voor mij erg herkenbaar. Hoewel ik mij ook kan vinden in het niet-hetero-zijnde, kwam de herkenning voornamelijk door de beschrijving van ervaringen om niet te conformeren aan de bepalende sociale normen binnen het hockey.

Hockey was in mijn jeugd mijn leven. Na school bevond ik mij vrijwel altijd op het hockeyveld. Hoewel de sport en ik één waren, voelde ik mij geen onderdeel van de hockeywereld. Als kind was ik rustig en verlegen, speelde ik ook met meisjes en had ik gescheiden ouders die allebei niet uit het keurige dorp noch uit de hockeywereld kwamen. Al dit week sterk af van de andere kinderen op de club. Dat zorgde ervoor dat ik buiten de groep stond en werd gehouden.

Nummer 13

Desondanks gingen het spelletje hockey en ik goed samen. Op elfjarige leeftijd werd ik voor het eerst geselecteerd voor een ‘lijnteam’. Aangezien mijn club en team op een vrij serieus niveau hockeyden, speelden wij als elfjarige jongetjes met rugnummers.

Aan het begin van het jaar kwam het spannende moment dat de nummers werden toebedeeld. Tot mijn grote verbazing kreeg ik het nummer 13, het ongeluksgetal. Het nummer dat vrijwel nooit wordt gebruikt in sport gezien de negatieve lading. Ik speelde het hele jaar publiekelijk met dit ongeluksgetal op mijn shirt.

Dit moment is achteraf gezien symbolisch voor mijn (voormalige) relatie tot de hockeywereld. Ondanks mijn grote passie voor het spelletje was het voor mij genoeg geweest op vijftienjarige leeftijd. De voornaamste reden was de hockeywereld en haar bepalende sociale normen. Ik werd zielsgelukkig van de hockeystick en -bal, maar doodongelukkig als ik mij onder mensen begaf op de hockeyclub.

Anders dan de rest

Nu ik bijna tien jaar verder ben, kan ik pas echt zien en voelen wat de impact is geweest. Omdat ik ‘anders’ was, en ben, dan de ‘gewenste’ hockeyer, en daarmee ook afweek van de bepalende sociale normen van de hockeywereld, werd ik buiten ‘de groep’ gezet en daar gehouden.

Daarmee deel ik de mening van Pepijn dat de hockeywereld mij heeft beschadigd. Die wereld is naar mijn mening onveilig voor iedereen die afwijkt van die bepalende sociale normen. Wanneer je van kleur bent, uit een niet heel welgesteld gezin komt, queer bent of op een andere wijze ‘afwijkt’, is er voor jou eigenlijk geen plek.

Deze ervaring is helaas niet exclusief voor mij, Pepijn of de hockeywereld. Laat dit een aanleiding zijn voor actie. Actie om de sport, het spel en het leven ook voor iedereen te maken die ‘anders’ is!

Abel Koentjes, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden