Opinie: Bestrijd de polarisatiepandemie, het wij-zij-denken verspreidt zich door de maatschappij

Volgens minister-president Mark Rutte kan er met het naderende einde van Covid-19 een eind komen aan de maatschappelijke polarisatie. Volgens Judith Jansma is dit echter wishful thinking. Populistisch wij-zij-denken is niet zomaar weg, maar moet actief bestreden worden met een beter alternatief.

Judith Jansma
Thierry Baudet (FvD), Wybren van Haga (FVD) en Geert Wilders (PVV) tijdens een overleg  in de Tweede Kamer. Beeld Hollandse Hoogte / ANP
Thierry Baudet (FvD), Wybren van Haga (FVD) en Geert Wilders (PVV) tijdens een overleg in de Tweede Kamer.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De recente veroordeling van de Franse presidentskandidaat Eric Zemmour voor het aanzetten tot rassenhaat laat weer eens zien dat populisme een potentieel risico vormt voor de democratie en mensenrechten. Het is daarom tijd dat politici, journalisten en wetenschappers populisme niet langer beschouwen als onschuldige en marginale ruis, maar er afstand van nemen.

Populisme is namelijk allesbehalve onschuldig. In Nederland stonden zowel Geert Wilders als Thierry Baudet voor de rechter vanwege hun schofferende opmerkingen tegenover minderheden. De Australische hoogleraar rechten Philip Alston stelt dat de opkomst van het rechts-populisme een uitdaging vormt voor de mensenrechten, omdat het nationalistische, xenofobe en misogyne trekken heeft. Dit zorgt ervoor dat er een zondebok wordt aangewezen, vaak een hele bevolkingsgroep, die wordt buitengesloten. Het gevolg is een ongelijk systeem waarin de uitsluiting van bijvoorbeeld moslims of immigranten wordt gerechtvaardigd, omdat zij een bedreiging zouden vormen voor het ‘goede’ en ‘hardwerkende’ volk. Maar ook de elite moet het ontgelden: zij zijn te veel met zichzelf bezig en verliezen daarmee willens en wetens de gewone man uit het oog.

Groeiende polarisatie

De opmars van het populisme en het daarmee gepaard gaande wij-zij-denken zorgt dus op maatschappelijk niveau voor een groeiende polarisatie en een afnemend vertrouwen in de politiek. Dit blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek van een groep onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, die zien dat blootstelling aan populistisch discours leidt tot meer politiek cynisme. Dit creëert een vicieuze cirkel waarin burgers steeds verder vervreemd raken van de gevestigde politieke partijen.

Populisme sijpelt op deze manier door tot in de haarvaten van onze samenleving. Politici ondervinden steeds meer hinder van zogenaamde demonstranten, en worden geïntimideerd en bedreigd door personen die zich hebben laten opzwepen door het discours van Forum voor Democratie. Tegelijkertijd hebben vooral (centrum)rechtse partijen de afgelopen jaren populistische retoriek omarmd, een praktijk die door de Britse politicologen Roger Eatwell en Matthew Goodwin is omschreven als ‘national-populism lite’. Mijn promotieonderzoek laat zien dat populistisch wij-zij-denken breed vertegenwoordigd is in politieke en maatschappelijke debatten in zowel Nederland als Frankrijk – van extreemrechts tot uiterst links. Het uitsluiten van een groep andersdenkenden is daarmee mainstream geworden.

Het probleem van populisme is dus tweeledig: het rechtvaardigt de verdeling van de maatschappij in zij die er toe doen, en anderen voor wie dat niet geldt. Daarnaast blijft dit wij-zij-denken niet beperkt tot populistische partijen, maar verspreidt dit zich door de maatschappij. Een goed voorbeeld hiervan is de Franse president Emmanuel Macron die zich onlangs liet ontvallen dat hij met de nieuwe coronamaatregelen de ongevaccineerden wilde dwarszitten (hij gebruikte hiervoor het ietwat vulgaire woord ‘emmerder’).

Populisme beknot gelijkheid

Hoe kunnen we ontsnappen aan deze gepolariseerde manier van denken en politiek bedrijven? De Franse filosoof Etienne Balibar kwam met het begrip ‘égaliberté’ een samentrekking van égalité en liberté, die volgens hem niet los van elkaar kunnen bestaan. Elke vorm van vrijheid veronderstelt een zekere mate van gelijkheid, en vice versa; het ontbreken van de een sluit automatisch het bestaan van de ander uit. Dit betekent volgens Balibar ook dat zo lang minderheden geen volwaardige positie hebben in het debat, de geldende definitie van vrijheid altijd die van de meerderheid zal zijn – waarbij de gelijkheid dus in het geding komt. In het geval van populisme betekent dit dat aan het perspectief van het ‘volk’ meer belang wordt gehecht dan aan dat van andere groepen. Door het volk boven andere groepen te plaatsen – in feite op te komen voor hun vrijheid – beknot populisme gelijkheid, en kan er dus van égaliberté geen sprake zijn.

Daarnaast laat dit begrip ook de problemen met de status quo zien. Het neoliberalisme creëert in zijn ongelimiteerde vrijheid een grote ongelijkheid tussen arm en rijk. Zowel neoliberalisme als populisme leiden dus tot een ongelijke toegang tot vrijheid. Dit laat zien dat het tijd is voor een nieuw maatschappelijk verhaal waarin de vrijheid van de een niet langer ten koste gaat van dat van de ander. Het is nu aan de politiek, de wetenschap, de media en de kunsten om na te denken over hoe deze alternatieve verhalen eruit kunnen zien, en om deze een podium te geven. Misschien een mooie doelstelling voor Rutte IV?

Judith Jansma is docent Europese Cultuur en Literatuur aan de Rijksuniversiteit Groningen en gastonderzoeker aan King’s College London. Beeld
Judith Jansma is docent Europese Cultuur en Literatuur aan de Rijksuniversiteit Groningen en gastonderzoeker aan King’s College London.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden