Opinie

Opinie: ‘Bescherm onze rechtsstaat tegen ontwrichtende algoritmes’

Om de verspreiding van extremisme, online haat en complottheorieën tegen te gaan moeten social mediabedrijven onafhankelijke redacties instellen en hun aanbevelingsalgoritmes op een maatschappelijk verantwoorde manier inrichten en verantwoorden, stellen Marijn van Vliet en Kees Verhoeven.

Marijn van Vliet en Kees Verhoeven
Toenemend extremisme, online haat en geloof in complottheorieën verhogen de drempel voor veel mensen om zich voor de publieke zaak in te zetten, waardoor de toekomst van onze democratie op het spel komt te staan. Beeld Bart Maat/ ANP
Toenemend extremisme, online haat en geloof in complottheorieën verhogen de drempel voor veel mensen om zich voor de publieke zaak in te zetten, waardoor de toekomst van onze democratie op het spel komt te staan.Beeld Bart Maat/ ANP

‘Een nieuw dieptepunt’, ‘onacceptabel’, ‘een bedreiging voor de democratie’: de reacties op de zwartmakerij van een parlementair journaliste door Forum voor Democratie waren even scherp als voorspelbaar. Het is het zoveelste voorbeeld in een lange reeks van toenemende intimidatie.

Eerder zagen we beelden van een man met fakkel voor het huis van minister Kaag, boze boeren die zich deze zomer verzamelden voor de deur van stikstofminister Van der Wal en demonstranten die de koninklijke familie bedreigen en uitmaken voor landverraders. We leven in een tijd waarin politici en andere publieke figuren meer dan ooit beveiligd moeten worden.

Ook het kabinet maakt zich grote zorgen over het toenemende extremisme. Minister voor Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz-Zegerius zei hierover in haar HJ Schoo-lezing: “De bestorming van het Capitool laat zien hoe desastreus de gevolgen kunnen zijn. De afgelopen maanden heeft de onderzoekscommissie van het Amerikaanse Congres duidelijk gemaakt hoe dicht de Verenigde Staten langs een autoritaire machtsgreep zijn gescheerd.” Inmiddels is het naïef te denken dat zoiets in Nederland niet kan gebeuren. Niets minder dan de toekomst van onze democratie staat op het spel.

Verspreiden van vergif

Vaak richt de aandacht zich op publieke figuren als Thierry Baudet, Gideon van Meijeren of Willem Engel. Begrijpelijk, want zij gaan veel te ver en vormen het zichtbare topje van de ijsberg. Maar te weinig stellen we ons de grotere vraag: hoe zijn we hier beland? En vooral: hoe komen we er weer uit?

Het toenemende verbale en fysieke geweld is een uitingsvorm van toenemend geloof in complottheorieën, van toenemend extremisme en van toenemende online haat. Dat is een wereldwijde ontwikkeling die overal zichtbaar wordt. Open Youtube, Facebook, Twitter of Tiktok en binnen een paar gedachteloze clicks schotelt het platform je desinformatie, complottheorieën en radicalisme voor. Dat doen deze bedrijven al meer dan een decennium en het heeft in heel Europa tot geradicaliseerde groepen geleid.

De reden voor het verspreiden van dit vergif: het levert geld op. Social mediabedrijven verdienen immers aan de tijd die we doorbrengen op hun platforms. Hoe extremer de content, hoe meer emotie en hoe meer aandacht. Facebookklokkenluider Frances Haugen heeft dit proces glashelder beschreven: hoe meer haat, hoe meer winst. Hoewel dit mechanisme evident schadelijk is, kunnen social mediabedrijven tot op de dag van vandaag relatief ongehinderd doorgaan met hun ontwrichtende verdienmodel.

Naast steeds meer doodsbedreigingen zorgt dit ook voor een steeds bredere stroom naargeestige, denigrerende en intimiderende reacties op het werk van – vooral vrouwelijke - politici. In navolging van veel (oud-)politici schreef Tweede Kamerlid Corinne Ellemeet (GroenLinks) onlangs zich een speelbal te voelen van de publieke opinie en van sociale media. Deze totaal uit de hand gelopen online bedreigingen verhogen de drempel voor veel mensen om zich voor de publieke zaak in te zetten. Ook dat holt onze democratie uit. Het is tijd hier paal en perk aan te stellen.

Onafhankelijke redactie

Inmiddels is duidelijk dat we de oplossing niet van sociale mediabedrijven zelf hoeven verwachten. Voor deze bedrijven blijft geld belangrijker dan het beschermen van onze democratie. Dat betekent dat de politiek aan zet is, maar tot nu toe zijn kabinet en Tweede Kamer uiterst terughoudend. Naast een nog steeds aanwezige bewondering voor de grote en glanzende technologiebedrijven speelt de angst voor censuur hier een grote rol.

Iedereen die begint over het verwijderen van (schadelijke) berichten of (anonieme) accounts krijgt direct de wind van voren van de vrijheid van meningsuitingbrigade. Hoewel het vrije woord een grondrecht is, is dit fundamentele rechtstatelijk beginsel ingevoerd om je als burger te kunnen uitspreken tegen de staat en niet om vrijelijk anderen zwart te maken.

Wat hebben we nodig? In Europa wordt hard gewerkt aan de Digital Services Act en de Digital Markets Act. Helaas zijn beide EU-wetten slechts een beperkte stap vooruit. Er is veel meer nodig om onze democratie te beschermen.

De kern ligt bij de aanbevelingsalgoritmes van social mediabedrijven. Die zorgen ervoor dat polarisatie, haat en extremisme voorrang krijgen boven nuance, kennis en samenwerking en zich in onze samenleving kunnen verspreiden.

Om hier grip op te krijgen moet de politiek social mediabedrijven dwingen een onafhankelijke redactie in te stellen, die net als bij traditionele mediabedrijven losstaat van de advertentietak van het bedrijf. Deze moet op een maatschappelijk verantwoorde manier aanbevelingsalgoritmes inrichten en daarover op een transparante manier verantwoording afleggen. Daarmee moet de werking van het aanbevelingsalgoritme transparant worden en staat niet het commerciële belang maar het maatschappelijk welzijn centraal.

Maatschappelijk middenveld

De tweede stap is om alternatieven te stimuleren, met als doel een pluriform online medialandschap met een grote diversiteit aan publieke en private spelers. Nu bepalen een handjevol Amerikaanse en Chinese techgiganten wat voor informatie wij zien, met alle desastreuze gevolgen van dien.

Om dit te doorbreken moeten mensen hun data mee kunnen nemen naar een concurrent en moeten gebruikers van de ene dienst zonder belemmering kunnen communiceren met de andere dienst. Door deze dataportabiliteit en interoperabiliteit af te dwingen, kan de overheid ruimte creëren voor alternatieve spelers in het medialandschap.

Tot slot heeft de overheid de verantwoordelijkheid om publieke alternatieven, gebaseerd op publieke waarden, te stimuleren. Dus ministeries en gemeenten, geef zelf het goede voorbeeld en communiceer via open platforms in plaats van via Facebook. Verkies Signal boven Whatsapp. En stimuleer zogeheten civic tech: technologie gemaakt door de samenleving en het ‘maatschappelijk middenveld’. Zoals Pubhubs of Waaromkiesjij?, die tot doel hebben mensen bij elkaar te brengen in plaats van ze tegenover elkaar te zetten.

Als de Tweede Kamer hiertoe voorstellen indient, doet zij de minister van Justitie en Veiligheid een aanbod dat ze na haar lezing niet kan weigeren.

Marijn van Vliet, freelance politiek adviseur
Kees Verhoeven, oud-Tweede Kamerlid voor D66 en eigenaar van Bureau Digitale Zaken

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden