Opinie

Opinie: ‘Baudet moet kunnen zeggen wat hij wil, inclusief de meest onzinnige complottheorieën’

Kamerleden moeten kunnen zeggen wat ze denken, stelt universitair hoofddocent strafrecht Klaas Rozemond. ‘Kiezers moeten kunnen weten wat de werkelijke opvattingen van politici zijn, zelfs als het om complottheorieën gaat.’

Klaas Rozemond
Thierry Baudet (FvD) en premier Mark Rutte. Het voltallige kabinet verliet op de eerste dag van de Algemene Beschouwingen de zaal uit protest tegen de bijdrage van Baudet.  Beeld SEM VAN DER WAL/ANP
Thierry Baudet (FvD) en premier Mark Rutte. Het voltallige kabinet verliet op de eerste dag van de Algemene Beschouwingen de zaal uit protest tegen de bijdrage van Baudet.Beeld SEM VAN DER WAL/ANP

We hebben het allemaal meegekregen: op de eerste dag van de Algemene Beschouwingen ontnam Kamervoorzitter Vera Bergkamp fractievoorzitter Thierry Baudet van Forum voor Democratie (FvD) het woord vanwege zijn uitlating dat minister Sigrid Kaag heeft gestudeerd aan het St Antony’s College in Oxford. Volgens Baudet is dat college ‘weinig meer dan een opleidingsinstituut voor westerse geheime diensten – dat wil dus zeggen, voor precies de globalistische elites die achter de schermen onze levens willen plannen en controleren’.

De Kamervoorzitter kan een Kamerlid het woord ontnemen vanwege beledigende uitlatingen of uitlatingen die aansporen tot onwettige handelingen. Baudet heeft dat laatste niet gedaan, maar zijn uitlatingen kunnen wel als beledigend worden aangemerkt: hij heeft Sigrid Kaag in een kwaad daglicht gesteld en daardoor haar eer en goede naam aangetast.

Kamerleden kunnen voor hun uitlatingen in de Tweede Kamer niet strafrechtelijk worden vervolgd, tenzij zij hun uitlatingen buiten de Kamer herhalen. Baudet heeft dat meteen gedaan door zijn toespraak integraal op de website van het FvD te publiceren, zodat hij voor belediging van Kaag kan worden vervolgd als zij aangifte doet.

Vrijheid

In het kader van het publieke debat bestaat echter een grote mate van vrijheid om met grove bewoordingen kritiek op politici te uiten. In 2009 besliste de Hoge Raad dat een spandoek met de tekst ‘Reisbureau Rita, arrestatie – deportatie – crematie, adequaat tot het bittere einde’ weliswaar beledigend was voor toenmalig minister van Vreemdelingenzaken Rita Verdonk, maar dat die beledigende uitlating onder de vrijheid van meningsuiting valt van de mensen die het spandoek hebben opgehangen.

Baudet kan zich net als de demonstranten tegen Verdonk op zijn vrijheid van meningsuiting beroepen om een veroordeling te voorkomen voor zijn gepubliceerde toespraak. Dat zou hij dan ook in de Kamer moeten kunnen doen wanneer hij tot de orde wordt geroepen door de Kamervoorzitter. Daar moet een Kamerlid precies dezelfde kritiek op een minister kunnen uiten als buiten de Kamer.

Nu is sinds 2009 de rechtspraak over beledigende uitlatingen van politici aanzienlijk verruimd. In 2021 bevestigde de Hoge Raad de veroordeling van Geert Wilders voor zijn ‘minder, minder, minder’-uitlating over Marokkanen. Die uitlating is volgens de Hoge Raad het aanzetten tot intolerantie jegens Marokkanen, en daarom een strafbare belediging.

Grenzen stellen

Het probleem met deze redenering van de Hoge Raad is dat het aanzetten tot intolerantie niet strafbaar is. De Nederlandse strafbepaling van groepsbelediging is beperkt tot het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld. Als ook het aanzetten tot intolerantie strafbaar zou moeten zijn, moet dat gebeuren door een wetswijziging en niet door een uitspraak van de Hoge Raad. Tegen de veroordeling van Wilders is echter heel weinig protest gekomen en dat is illustratief voor de politieke en maatschappelijke wens om grenzen te stellen aan beledigende uitlatingen van politici.

Het grote bezwaar tegen die grenzen is dat het aanzetten tot intolerantie een zeer ruim en vaag begrip is, waardoor niet meer duidelijk is wat politici mogen zeggen. Als dat ook in de Tweede Kamer het criterium zou zijn voor het ontnemen van het woord, is dat een ernstige beperking van de vrijheid van politici om kritiek te kunnen uiten op de overheid.

Dat heeft bovendien het grote nadeel dat kiezers niet meer kunnen weten wat de werkelijke opvattingen van politici als Baudet en Wilders zijn. Daardoor brengen sommige kiezers wellicht hun stem uit op politici waarmee zij het helemaal niet eens zijn als zij die opvattingen zouden kennen.

Daarom moeten politici in de Tweede Kamer en daarbuiten kunnen zeggen wat ze denken, inclusief de meest onzinnige complottheorieën. In een volwassen democratie is het uitgangspunt dat de meeste kiezers niet zullen geloven in de politieke idiotie van Baudet. En dat moet dan ook weer over hem kunnen worden gezegd door zijn politieke tegenstanders, ook al zou hij daardoor op zijn beurt in een kwaad daglicht worden gesteld.

Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Beeld
Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden