Opinie

Opinie: ‘Amsterdam heeft meer koopwoningen nodig, niet meer sociale huur’

Goed dat woningzoekenden en huurders zondag in Amsterdam de straat opgaan bij het ‘woningprotest’, vindt VVD-raadslid Hala Naoum Néhmé. Maar dan wel als het gebrek aan koopwoningen meer aandacht krijgt.

Hala Naoum Néhmé
Woonwijk Weespersluis in aanbouw. Voorheen landbouwgebied met groene weides, nu lokatie voor uitbreiding van Weesp en dus voor Amsterdam. Beeld Hollandse Hoogte
Woonwijk Weespersluis in aanbouw. Voorheen landbouwgebied met groene weides, nu lokatie voor uitbreiding van Weesp en dus voor Amsterdam.Beeld Hollandse Hoogte

Morgen vindt in Amsterdam een protest plaats over de verhitte woningmarkt. De organisatoren, die zichzelf omschrijven als ‘huurders en woningzoekenden’, willen vier eisen uitspreken: garantie voor voldoende en betaalbare huisvesting, stuiten van de escalerende huur- en huizenprijzen, stoppen van ‘racistisch en klassistisch woon- en sloopbeleid’ en het aanpakken van ‘parasitaire beleggers’. In de Volkskrant van 5 september formuleerden de initiatiefnemers van dit ‘woonprotest’ nog een eis: afschaffen van het kraakverbod.

Het is goed dat huurders en woningzoekenden hun stem laten horen. Met name woningzoekenden hebben geen belangenvereniging die hun wensen formuleert richting de politiek. Bovendien zijn zij de afgelopen jaren het kind van de rekening geweest vanwege de achterblijvende nieuwbouw, in Amsterdam met name op het gebied van koopwoningen. De achterblijvende nieuwbouw verergert de schaarste en leidt ertoe dat bestaande bouw (automatisch) hoge prijzen kent. Uit berekeningen van weekblad The Economist blijkt dat in alle Oesolanden de nieuwbouw in vijftig jaar met circa 60 procent is gedaald. Daar waar begin jaren zeventig de westerse wereld circa 10 woningen per 1000 inwoners bouwde, is dat anno 2017 slechts 4 woningen per 1000 inwoners.

Dieptepunt

Zulke pijnlijke feiten maken het begrijpelijk dat de protesteerders een garantie wensen voor voldoende en betaalbare woningen. De VVD steunt dit. Zo heb ik afgelopen jaren veelvuldig aandacht gevraagd voor de achterblijvende bouw van betaalbare huur- maar vooral koopwoningen voor middeninkomens in Amsterdam, met als dieptepunt de schamele 76 woningen die in de eerste helft van 2020 zijn gebouwd. Ook heb ik mij continu uitgesproken tegen de ruzie die het Amsterdamse stadsbestuur maakte met de institutionele beleggers, de belangrijkste investeerders in het middensegment.

Als de actievoerders met betaalbare woningen meer sociale huurwoningen bedoelen, dan ben ik hierop tegen. Nederland, en zeker Amsterdam, is al Europees kampioen sociale huur en staat zelfs ver boven de Scandinavische landen, die wij vaak als voorbeeld zien wat betreft de verzorgingsstaat en sociale voorzieningen.

Wat betreft de eis omtrent de escalerende huren- en huizenprijzen zien de actievoerders de oplossing in het ‘breed toegankelijk maken van de sociale huur’ en afschaffing van de verhuurdersheffing. Maar dit is geen oplossing voor het belangrijkste probleem op de woningmarkt; schaarste. Nog los van het feit dat de sociale huur in zekere zin nu al ‘breed toegankelijk’ is vanwege de vele scheefwoners. Uit wetenschappelijke berekeningen (zie Van Oort, De Graaff, Renes & Thissen in Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde Preadviezen, 2008) blijkt dat in Amsterdam circa 16 procent van sociale huur scheef wordt bewoond. Op 180.000 totale sociale huurwoningen gaat het dus om 29.000 huizen. Dat is de Amsterdamse bouwproductie van sociale huurwoningen van bijna 12 jaar. Waarom vergeten de actievoerders deze quick win?

Woonsubsidies

Daarbij komt dat het breed toegankelijk maken van sociale huur betekent dat we nog meer woonsubsidies geven aan inkomensgroepen die het niet (per se) nodig hebben. Dat is geen nivellerende politiek, wat de actievoerders ongetwijfeld nastrevenswaardig vinden. Uiteraard moet er ook voor deze groep doorstroming mogelijk zijn. Vandaar dat extra koopwoningen zo noodzakelijk zijn, met name in Amsterdam.

Verder volg ik niet hoe de gereguleerde sociale huursector, waarin al maximale huurprijzen gelden – hetzelfde geldt overigens voor het gereguleerde middensegment – sprake kan zijn van ‘escalerende huren’. Daarom is het nut van de afschaffing van de verhuurdersheffing niet bewezen.

Ik breng kort in herinnering tegen welke achtergrond de verhuurdersheffing ontstond. De corporaties (’s lands tweede vastgoedboer) hebben zich de afgelopen dertig jaar misdragen. Dit nam dusdanige vormen aan dat de Tweede Kamer in 2013 het zwaarste instrument koos om deze misdragingen te onderzoeken. Een parlementaire enquête moest uitwijzen hoe het gokken met de centen van corporatiehuurders ontstond en hoe dit in de toekomst te voorkomen. Corporaties kochten cruiseschepen en Maserati’s als dienstwagens, deden speculatieve grondaankopen, adopteerden apen en ontwikkelden koopwoningen buiten Nederland. De overtollige cash waar corporaties op zaten, bracht hen volgens de rekenmeester van het kabinet, het Centraal Planbureau (CPB), in de verleiding deze bizarre activiteiten te ontplooien en hun kernactiviteiten te verwaarlozen (denk aan de duizenden slecht geïsoleerde corporatiewoningen in Amsterdam-Noord met energielabels D, E, F en G). Daarom heeft het CPB destijds geadviseerd om deze verleiding (‘empire building’) aan te pakken door overtollige cash weg te halen.

Gentrificatie

Een andere eis van de actievoerders is het ‘racistische woon- en sloopbeleid’ stoppen. Dit willen zij realiseren door de zogeheten gentrificatie te beëindigen. De allergische reacties die gentrificatie vaak oproept in linkse kringen is mijns inziens niet gebaseerd op feiten. Uit een recent academisch onderzoek blijkt dat in wijken waar gentrificatie plaatsvindt de armoede daalt, onderwijskansen van kinderen van de ‘oorspronkelijke’ bewoners beter worden en huren (en verhuispatronen) niet anders zijn dan ze normaal zouden zijn zonder gentrificatie. Sterker, arme wijken zonder gentrificatie zouden er juist op achteruit gaan, terwijl arme wijken met gentrificatie erop vooruitgaan (zie The Hidden Winners in Neighborhood Gentrification, Bloomberg, 16 juli 2019). Wie kan hiertegen zijn?

De actievoerders willen ook het kraakverbod terugdraaien. Als liberaal ben ik hierop tegen omdat kraken een schending is van het eigendomsrecht en geen structurele oplossing biedt voor het fundamentele probleem van de woningmarkt: schaarste. Hiervoor is meer nieuwbouw, hoofdzakelijk voor middeninkomens, de belangrijkste remedie. De VVD wil verdubbeling van het aantal (betaalbare) koopwoningen, omdat we geloven dat eigendom een investering is in onze eigen toekomst.

En tegen de woningzoekenden zeg ik: geef niet toe aan het gevoel van gelatenheid dat door de overspannen woningmarkt normaal lijkt. Het is niet normaal maandelijks honderden euro’s huur over te maken voor enkele vierkante meters en niets te kunnen kopen. Laten we samen strijden voor meer koopwoningen in Amsterdam en de rest van Nederland.

Hala Naoum Néhmé is raadslid voor de VVD in Amsterdam en woordvoerder wonen, bouwen en ruimtelijke ordening.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden