Opinie

Opinie: ‘Als vluchtelingen zich niet veilig voelen integreren ze niet’

Als we willen dat vluchtelingen in de samenleving integreren, moeten we ze niet al bij aankomst buitensluiten, zegt Zjala Bahir die in de jaren negentig als vluchteling naar Nederland is gekomen.

Evacués uit Afghanistan komen aan bij het Marine Etablissement Amsterdam waar het ministerie van Defensie een deel van het terrein beschikbaar heeft gesteld voor noodopvang. Beeld ANP
Evacués uit Afghanistan komen aan bij het Marine Etablissement Amsterdam waar het ministerie van Defensie een deel van het terrein beschikbaar heeft gesteld voor noodopvang.Beeld ANP

Protesten tegen vluchtelingen zoals onlangs in Harskamp, zouden binnen het zicht en gehoor van die vluchtelingen verboden moeten worden, omdat ze niet alleen de vluchtelingen een onveilig gevoel geven, maar ook hun integratie in Nederland ernstig hinderen.

Uit onderzoek naar trauma’s bij vluchtelingen blijkt dat de ergste gevallen die zijn waarin zij hun ontheemding herhaaldelijk ervaren. Als een vluchteling vroeg in zijn leven lijdt is er eigenlijk alleen kans op genezing als hij of zij onder positieve omstandigheden leeft.

Protesten zoals die in Harskamp en van politieke partijen als PVV en FvD normaliseren het idee dat vluchtelingen als kakkerlakken verdreven moeten worden. Zulke partijen roepen het hardst om aanpassing van migranten, dus eigenlijk om integratie. Ironisch genoeg stimuleren ze het tegenovergestelde.

Ik ben in de jaren negentig opgegroeid in een Drents asielzoekerscentrum. Na de oorlog in Afghanistan en verschillende korte verblijfplaatsen in Nederland, bood die plek stabiliteit. Ik speelde samen met kinderen uit andere oorlogsgebieden. Medewerkers en vrijwilligers namen ons mee naar pretparken en een jeugdkamp. Met Sint Maarten liepen we met lampionnen. Docenten leerden ons de Nederlandse taal.

Drentse kinderen probeerden ons zo veel mogelijk als één van hen te behandelen. Soms vroegen ze of ik bij hen wilde komen eten en af en toe kwamen zij naar het AZC. Van hen leerde ik ook de traditie van vriendenboekjes kennen. Ik maakte kennis met Sinterklaas en kerst.

Toen ons gezin een verblijfsstatus kreeg, verhuisden wij naar Den Haag. Daar voelde ik me al op mijn eerste schooldag onwelkom. Toen we een werkstuk moesten maken zei een klasgenootje dat ze me niet kon helpen. Na de aanslagen van 11 september 2001 vroegen klasgenoten mij of er in mijn familie ook terroristen waren. Na schooltijd werd ik door een klasgenoot voor Osama uitgemaakt. De buurkinderen zeiden Taliban als een gezinslid of ik de woning in- of uitliep.Mijn enthousiasme om mee te doen aan de Nederlandse samenleving leed eronder, omdat ik mij onwelkom en alleen voelde.

Als verantwoordelijke burgers moeten we het belang van het kind voorop stellen. Niet alleen omdat het VN Kinderrechtenverdrag en het Europees Sociaal Handvest dat zeggen, maar ook vanwege het gezond verstand. Burgers die tegen de komst van nieuwe vluchtelingen zijn, moeten beseffen dat kinderen veiligheid, stabiliteit en liefde nodig hebben.

Ex-vluchtelingen die hier een nieuw bestaan hebben opgebouwd, zijn waardevolle ervaringsdeskundigen waar beleidsmakers en tegenstanders van vluchtelingen naar kunnen luisteren. Naar elkaar luisteren en elkaar begrijpen is hard nodig, het kan kinderen veel leed besparen.
Zjala Bashir, Den Haag

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden