Plus

Opinie: ‘Alles verloopt soepel, van besmettingsmelding tot contactonderzoek’

Dit zijn de ingezonden brieven van vandaag. Ook een bijdrage leveren? Lees hier hoe dat kan.

Het Parool
null Beeld Getty Images/EyeEm
Beeld Getty Images/EyeEm

Coronabesmetting

Afgelopen woensdag kreeg ik, zestiger, een melding in de coronamelderapp dat ik onlangs meer dan 15 minuten in contact ben geweest met iemand die nu besmet blijkt te zijn. Het systeem werkt, is mijn eerste gedachte. Zonder klachten doe ik toch een zelf-test. Die bevestigt: positief. Ook dat onderdeel in de keten blijkt effectief.

Donderdagochtend ben ik naar de testlocatie in de RAI gegaan. Inloop, geen afspraak. Iedereen was er even vriendelijk. Binnen tien minuten was ik weer buiten. Nog die middag kreeg ik de bevestiging: corona. Ik begon er al aan te wennen.

Alles verloopt soepel. De afspraak met mijn hoogbejaarde moeder kon ik op tijd afzeggen. Het contactonderzoektelefoontje van de GGD volgde ook al op schema en dat op de dag met de meeste positieve uitslagen ooit.

Wat is dit toch allemaal goed geregeld, denk ik dankbaar!
Robin C. Cook, Amsterdam

‘Meneer Meershoek, het slavernijmuseum is van ons allemáál’

In Het Parool van woensdag schrijft redacteur Patrick Meershoek een column over het toekomstig slavernijmuseum. Hij bepleit dat de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschappen betrokken blijven bij de uitvoering van de plannen ‘zodat de mensen om wie het gaat ook na de opening trots en tevreden kunnen zeggen: dit is ons museum’.

De mensen om wie het gaat, zijn wij echter allemaal. We ontnemen de nazaten van de slaven niets als we mede door het museum meer leren over onszelf als slavenhouders, slavenhandelaars en slaventransporteurs, integendeel. Het museum van de slavernij is inderdaad ‘ons museum’, namelijk een nationaal museum van en voor ons allen.
M. Legêne, Amsterdam

‘Ik heb moeite Meester Kees Franc voor de geest te halen’

Meester Kees Franc is niet meer, las ik in Het Parool van zaterdag. Ik heb moeite me hem voor de geest te halen. In de jaren zeventig was ik enige jaren de Sinterklaas van de Dorus Rijkersschool in Amsterdam-Noord, alwaar Kees zich over groep 8 had ontfermd. Mijn twee kinderen zaten op die school en vonden het helemaal niet leuk, dat vader zo nodig Sinterklaas moest spelen. Op zekere dag was het weer zo ver. Ergens in de Banne vond de verkleedpartij plaats. Ook aan het schminken werd veel aandacht besteed. (De dame die mij schminkte, kan ik mij herinneren, had Pipo de Clown als vaste klant).

Terwijl ik werd omgetoverd in een oude, broze man, hoorden wij op het schoolplein en in de omgeving van de school honderden kinderen hartstochtelijk schreeuwen waar de sint bleef. Ook de ouders en wie al niet meer waren in groten getale aanwezig.

Het schoolhoofd, Carlo Tjon, zou mij en een tweetal Pieten met zijn auto naar de school brengen. We stapten met enige moeite in en Carlo nam plaats achter het stuur. Tot zo ver liep alles op rolletjes, maar waar waren de sleutels van de auto?

We stapten weer uit en terwijl het lawaai van het schoolplein aanzwol zochten wij in en om de auto naar die vervloekte sleutels. Tevergeefs.

“Wat is er aan de hand?” riep een vrouw op één hoog, die ons bezig zag. Wij zoeken de autosleutels en kunnen dus niet vertrekken, schreeuwde ik. Liggen ze misschien boven, opperde ze. Wij hadden inmiddels al gekeken en ik schudde nee met mijn hoofd. en terwijl ik dat deed, hoorde ik boven in de mijter een ongewoon geluid. En ja hoor, de bos sleutels lag in het netje dat in elk mijter zit. Bij het instappen was hij in de mijter gevallen.

Plankgas naar de school. Iedereen blij. Nog nooit had Sint zo’n haast.
Aart Stijntjes, Diemen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden