Opinie

Opinie: ‘Afrikaanse landen zijn vergeten slachtoffers van de oorlog in Oekraïne’

Door de oorlog is de graanexport uit Oekraïne en Rusland stilgevallen. Dat merken we in Nederland, maar de gevolgen in Afrika zijn enorm en desastreus, stelt Jard van Heerde. Hij pleit voor meer aandacht voor dit probleem.

Het Parool
De belangrijkste rivier in de regio Baidoa in Somalië staat nagenoeg droog. Somalië, dat te maken heeft met een droogte van ongekende omvang na drie gefaalde regenseizoenen sinds 2020, is bijna volledig afhankelijk van graanimporten uit Oekraïne en Rusland.  Beeld AFP
De belangrijkste rivier in de regio Baidoa in Somalië staat nagenoeg droog. Somalië, dat te maken heeft met een droogte van ongekende omvang na drie gefaalde regenseizoenen sinds 2020, is bijna volledig afhankelijk van graanimporten uit Oekraïne en Rusland.Beeld AFP

Na een maand oorlog is het duidelijk dat het conflict in Oekraïne zich ontwikkelt tot een ramp van ongekende omvang. Er vallen dagelijks tientallen onschuldige burgerslachtoffers en miljoenen mensen zijn ontheemd. Ook in Nederland merken we de impact: ons gevoel van veiligheid blijkt een wassen neus en we voelen de economische gevolgen direct in onze portemonnee.

Dat de oorlog ons raakt, is ook te zien aan de overweldigende steun die men in het hele land organiseert: van vrachtwagens met hulpgoederen tot meer dan 25 duizend Nederlanders die thuis een vluchteling willen opvangen. Er worden zoveel slaapplekken aangeboden dat er op dit moment meer gastgezinnen zijn dan de organisatie aankan. Iedereen probeert zijn steentje bij te dragen.

Hartverwarmend, echter ontwikkelt zich in de schaduw van de oorlog een humanitaire ramp die voor een hele zure nasmaak kan gaan zorgen.

Door de oorlog is de graanexport uit Oekraïne en Rusland volledig stilgevallen. ‘Kan gebeuren’, hoor ik je denken, ware het niet dat 40 procent van de graanproductie in Rusland en Oekraïne rechtstreeks naar Afrika gaat. De VN becijferde dat 45 van de 54 Afrikaanse landen voor meer dan een derde van hun graanvoorziening afhankelijk zijn van Oekraïense en Russische import. Achttien landen zelfs voor meer dan de helft. Somalië, dat te maken heeft met een droogte van ongekende omvang na drie gefaalde regenseizoenen sinds 2020, is zelfs bijna volledig afhankelijk van importen uit Oekraïne en Rusland.

Voor een continent met 1,2 miljard inwoners gaat dit over hoeveelheden voedsel die we niet zomaar ergens anders vandaan kunnen halen. Dat Zeeuwse boeren nu massaal graan gaan inzaaien gaat helaas het verschil niet maken.

Oorlog voelen in je buik

Oekraïne is door de oorlog namelijk niet in staat om ook maar iets te exporteren omdat Rusland de havens aan de Zwarte Zee heeft geblokkeerd. Ook Rusland zelf exporteert vrijwel niets, en als het al zou willen, maken de sancties op het betalingsverkeer dat haast onmogelijk. Maar misschien een nog wel groter probleem is dat de graanprijzen sinds het begin van de oorlog met astronomische proporties zijn gestegen: een ton tarwe ging vorige week voor meer dan 400 euro over de spreekwoordelijke toonbank, een stijging van 130 procent ten opzichte van het gemiddelde van 2016 tot 2019 en zo’n 60 procent boven de prijs van januari dit jaar.

Als je van een paar euro per dag moet leven is dat simpelweg het verschil tussen wel of geen maaltijd. Als je een van de 810 miljoen mensen bent die dagelijks met honger naar bed gaat, ga je deze oorlog voelen in je buik.

Een klein deel van deze groep wordt gelukkig geholpen door het Wereldvoedselprogramma (WFP): de VN-organisatie die jaarlijks meer dan 80 miljoen van de meest behoevende mensen van voedsel voorziet. Door de stijgende prijzen komt helaas nu ook deze organisatie in de problemen: WFP koopt zijn voedsel in op de wereldmarkt en gaat met de huidige prijzen daardoor minder voedsel kunnen verspreiden. Dit terwijl de organisatie voor de oorlog al een jaarlijks tekort van bijna 5 miljard euro had.

Nieuwe rampen

In Afghanistan, ruim een half jaar geleden nog iedere dag voorpaginanieuws, dreigt de helft van de 38 miljoen inwoners stilletjes honger te lijden. In Jemen staan vijf miljoen mensen aan de rand van een hongersnood. In Somalië zitten de kampen overvol, is een kwart van de bevolking direct afhankelijk van voedselhulp en dreigen 1,4 miljoen kinderen onder de 5 jaar acuut ondervoed te raken.

Daarbij dreigen nieuwe rampen te ontstaan die in termen van dodelijke slachtoffers catastrofaler kunnen uitpakken dan de oorlog zelf. Aan ons daarom de taak om deze mensen niet uit het oog te verliezen, ondanks dat ook onze eigen problemen momenteel groot zijn. Wat je zelf kan doen? Het wereldvoedselprogramma schijnt nog donateurs te zoeken.

Jard van Heerde is filosoof en econoom en werkt als consultant in Nairobi, waar hij advies geeft aan NGO’s. Hij is niet betrokken bij het WFP.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden